Met foliumzuur verrijkt voedsel vermindert het aantal neuralebuisafwijkingen

Opinie
I.A. Brouwer
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:185-6
Abstract
Download PDF

Recentelijk publiceerde een onderzoeksgroep uit Quebec in The New England Journal of Medicine de resultaten van een studie in Canada naar de effecten van foliumzuurverrijking op het aantal neuralebuisafwijkingen.1 In deze studie zagen zij dat in de periode waarin verrijking van meel en ontbijtgranen met foliumzuur volledig was doorgevoerd (vanaf 2000) de prevalentie van neuralebuisafwijkingen 46 lager was dan in de periode waarin foliumzuur nog niet aan deze voedingsmiddelen werd toegevoegd.1 Deze bevindingen zijn in overeenstemming met de uitkomsten van eerdere studies die werden verricht in Canada en in andere landen waar foliumzuurverrijking werd ingevoerd, zoals de VS en Chili. Al deze studies laten een daling van het aantal geboorten met een neuralebuisafwijking zien na de invoering van foliumzuurverrijking, maar die daling varieert van 19 tot 78.2-5

Foliumzuurverrijking in Canada

In de studie uit Quebec werden gedurende de jaren 1993-2002 in 7 Canadese provincies alle levendgeborenen en doodgeboren kinderen met een neuralebuisafwijking geregistreerd, evenals alle zwangerschappen die vanwege zo’n afwijking werden afgebroken. De onderzoekers telden een totaal van 2446 neuralebuisafwijkingen.1 Zij berekenden de prevalentie door het aantal zwangerschappen en geboorten waarbij een neuralebuisafwijking aan het licht kwam, te delen door het totale aantal levendgeborenen en doodgeboren kinderen. De prevalentie daalde van 1,58 neuralebuisafwijkingen per 1000 geboorten in de periode vóór de invoering van de verrijking tot 0,86 in de periode van volledige verrijking. ‘Volledige verrijking’ betekende in Canada dat aan bloem en meel 150 ?g foliumzuur per 100 g product werd toegevoegd en aan ontbijtgranen 60 ?g per portie.1

In alle onderzochte regio’s in Canada daalde de prevalentie van neuralebuisafwijkingen, maar er waren wel duidelijke verschillen. De sterkste daling was te zien in de regio’s waar de prevalentie in de periode vóór verrijking het hoogst was. In Newfoundland en Labrador daalde de prevalentie van neuralebuisafwijkingen spectaculair van 4,56 (95-BI: 3,78-5,35) per 1000 geboorten naar 0,76 (95-BI: 0,48-1,31) in de periode van volledige verrijking. Dit betekende een daling van 83. Maar ook in British Columbia, waar de prevalentie vóór invoering van foliumzuurverrijking het laagst was, daalde de prevalentie met 21 van 0,96 (95-BI: 0,78-1,15) naar 0,75 (95-BI: 0,66-0,93) per 1000 geboorten.1 Deze cijfers ondersteunen eerdere onderzoeken waarin werd aangetoond dat inname van extra foliumzuur leidt tot een afname van het aantal neuralebuisafwijkingen. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat een toegenomen foliumzuurinname ook andere aangeboren afwijkingen kan voorkomen.6 7

Nederland

Wat betekent dit nu voor de Nederlandse situatie? In Nederland worden voedingsmiddelen niet standaard verrijkt met foliumzuur. Aan vrouwen die zwanger willen worden, wordt geadviseerd om vanaf tenminste 4 weken vóór de conceptie tot en met de 8e week van de zwangerschap dagelijks een tablet met 400-500 ?g foliumzuur in te nemen. Dit advies geldt sinds eind 1993, maar het wordt door slechts een minderheid van de vrouwen daadwerkelijk opgevolgd.8 Het aantal zwangerschappen waarbij een neuralebuisafwijking aan het licht kwam, is wel gedaald sinds de invoering van het advies,9 maar de daling had aanzienlijk groter kunnen zijn als alle vrouwen foliumzuur geslikt zouden hebben.8 10 11

Het algemeen verrijken van voedsel met foliumzuur is waarschijnlijk de effectiefste manier om het aantal aangeboren afwijkingen in Nederland te verminderen. Op deze manier worden ook vrouwen die ongepland zwanger raken en vrouwen uit de lagere sociaaleconomische klassen bereikt. Dit betekent echter dat niet alleen vrouwen in de vruchtbare leeftijd worden blootgesteld aan extra foliumzuur, maar de gehele bevolking. Voor vrouwen die zwanger worden, zijn de voordelen van extra foliumzuur in de voeding evident, maar voor andere groepen van de bevolking is het nut minder duidelijk. Er zijn zelfs groepen mensen bij wie een toegenomen foliumzuurinname een negatief effect zou kunnen hebben.

Negatieve effecten van foliumzuur

Eerder werd gedacht dat grote groepen in de bevolking zouden profiteren van de voedselverrijking omdat foliumzuur zou kunnen beschermen tegen hart- en vaatziekten. Studies waarin het effect van foliumzuursuppletie op het optreden van hart- en vaatziekten werd onderzocht, lieten echter geen beschermende werking zien.12 Verder wordt de inname van foliumzuur vaak in verband gebracht met bescherming tegen kanker, maar er zijn ook aanwijzingen dat hoge doses foliumzuur in bepaalde omstandigheden tumorgroei kunnen bevorderen.13 14 Een recente studie liet zien dat het aantal gevallen van colorectale kanker in zowel de VS als Canada steeg in de jaren na de invoering van foliumzuurverrijking, terwijl er daarvóór een neergaande trend was.15 Het lijkt hier om een tijdelijke trendbreuk te gaan,15 maar wel één om goed in de gaten te houden. Ook valt niet uit te sluiten dat invoering van foliumzuurverrijking een negatief effect heeft op de effectiviteit van bepaalde medicijnen.16

Hoewel verrijking van voedingsmiddelen met foliumzuur dus de beste manier lijkt om het aantal aangeboren afwijkingen te verminderen, moet men vóór de invoering van deze maatregel eerst onderzoeken bij welke hoeveelheden toegevoegd foliumzuur en bij welke bevolkingsgroepen kanker en eventuele andere problemen bevorderd zouden kunnen worden. Totdat er daarover meer duidelijkheid is, is het van het grootste belang dat er meer aandacht en publiciteit worden besteed aan bevordering van de kennis over en het gebruik van foliumzuurtabletten rond de conceptie onder vrouwen.

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Literatuur
  1. De Wals P, Tairou F, van Allen MI, Uh SH, Lowry RB, Sibbald B, et al. Reduction in neural-tube defects after folic acid fortification in Canada. N Engl J Med. 2007;357:135-42.

  2. Liu S, West R, Randell E, Longerich L, O’Connor KS, Scott H, et al. A comprehensive evaluation of food fortification with folic acid for the primary prevention of neural tube defects. BMC Pregnancy Childbirth. 2004;4:20.

  3. Ray JG, Meier C, Vermeulen MJ, Boss S, Wyatt PR, Cole DE. Association of neural tube defects and folic acid food fortification in Canada. Lancet. 2002;360:2047-8.

  4. Honein MA, Paulozzi LJ, Mathews TJ, Erickson JD, Wong LY. Impact of folic acid fortification of the US food supply on the occurrence of neural tube defects. JAMA. 2001;285:2981-6.

  5. Williams LJ, Mai CT, Edmonds LD, Shaw GM, Kirby RS, Hobbs CA, et al. Prevalence of spina bifida and anencephaly during the transition to mandatory folic acid fortification in the United States. Teratology. 2002;66:33-9.

  6. Walle HE de, Reefhuis J, Cornel MC. Folic acid prevents more than neural tube defects: a registry-based study in the northern Netherlands. Eur J Epidemiol. 2003;18:279-80.

  7. Wilcox AJ, Lie RT, Solvoll K, Taylor J, McConnaughey DR, Abyholm F, et al. Folic acid supplements and risk of facial clefts: national population based case-control study. BMJ. 2007;334:464.

  8. Walle HE de, Jong-van den Berg LT de. Insufficient folic acid intake in the Netherlands: what about the future? Teratology. 2002;66:40-3.

  9. Meijer WM, Walle HE de. Verschillen in foliumzuurbeleid en prevalentie van neuralebuisdefecten in Europa; aanbevelingen voor voedselverrijking in een EUROCAT-rapport. Ned Tijdschr Geneeskd. 2005;149:2561-4.

  10. Walle HE de, Jong-van den Berg LT de. Growing gap in folic acid intake with respect to level of education in the Netherlands. Community Genet. 2007;10:93-6.

  11. Bakker MK, Cornel MC, Walle HE de. Kennis over en gebruik van periconceptioneel foliumzuur onder allochtone en westerse vrouwen, na de publiekscampagne in 1995. Ned Tijdschr Geneeskd. 2003;147:2426-30.

  12. Wald DS, Wald NJ, Morris JK, Law M. Folic acid, homocysteine, and cardiovascular disease: judging causality in the face of inconclusive trial evidence. BMJ. 2006;333:1114-7.

  13. Cole BF, Baron JA, Sandler RS, Haile RW, Ahnen DJ, Bresalier RS, et al. Folic acid for the prevention of colorectal adenomas: a randomized clinical trial. JAMA. 2007;297:2351-9.

  14. Kim YI. Folate and colorectal cancer: an evidence-based critical review. Mol Nutr Food Res. 2007;51:267-92.

  15. Mason JB, Dickstein A, Jacques PF, Haggarty P, Selhub J, Dallal G, et al. A temporal association between folic acid fortification and an increase in colorectal cancer rates may be illuminating important biological principles: a hypothesis. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev.2007;16:1325-9.

  16. Khanna D, Park GS, Paulus HE, Simpson KM, Elashoff D, Cohen SB, et al. Reduction of the efficacy of methotrexate by the use of folic acid: post hoc analysis from two randomized controlled studies. Arthritis Rheum. 2005;52:3030-8.

Auteursinformatie

Vrije Universiteit, Instituut voor Gezondheidswetenschappen, afd. Voeding en Gezondheid, De Boelelaan 1085, 1081 HV Amsterdam.

Contact Mw.dr.ir.I.A.Brouwer, voedingskundige (ingeborg.brouwer@falw.vu.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties