In memoriam prof.dr.L.Burema.

J. Huisman
P.J. van der Maas
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:1540-1
Download PDF

- Lambertus (Bert) Burema werd geboren op 26 oktober 1912 te Loppersum. Hij bezocht de rijks-hbs in de stad Groningen in de jaren 1926-1931 en begon zijn studie geneeskunde aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam in 1931; in 1938 behaalde hij zijn artsexamen. Na de vervulling van zijn militaire dienstplicht vestigde hij zich als huisarts in Nieuw-Beerta, later werd zijn werkterrein uitgebreid met een praktijk in Nieuweschans. In de Tweede Wereldoorlog heeft de illegaliteit veel medewerking gekregen van hem en zijn vrouw; hij werd – naast anderen – vertrouwensman voor onderduikers. Ondanks zijn drukke werkzaamheden in de naoorlogse jaren en de lange reistijd naar de Randstad slaagde hij erin in 1953 te promoveren bij prof.dr.B.C.P.Jansen op een proefschrift getiteld De voeding in Nederland van de Middeleeuwen tot de twintigste eeuw, een dissertatie waaruit tot op de dag van vandaag nog steeds wordt geciteerd.

In 1958 werd Burema door de gemeenteraad van Rotterdam benoemd tot adjunct-directeur van de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GG & GD) van die stad en in 1960 tot directeur, een ambt dat hij vervulde tot aan zijn pensionering in 1977. Het is in dit korte bestek onmogelijk een volledige opsomming te geven van de sociaalgeneeskundige taken die hij lokaal, provinciaal en nationaal in een periode van 17 jaar op zich heeft genomen. Een enkele bijzondere activiteit wordt hier met name genoemd. Zijn grote interesse in het probleem van de luchtverontreiniging in de regio Rotterdam-Rijnmond – een probleem dat vooral in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw actueel was en dat later in het bredere kader van milieuhygiëne aan de orde kwam – leidde er in 1960 toe dat hij werd benoemd tot voorzitter van de Rotterdamse (gemeentelijke) commissie Bodem, Water en Lucht. De Rotterdamse GG & GD was dan ook de eerste dienst die een aparte afdeling Milieuhygiëne oprichtte, onder leiding van de epidemioloog Biersteker.

Het vooral in de jaren zeventig steeds nijpender wordende probleem van de hart- en vaatziekten trok Burema’s aandacht; dit leidde uiteindelijk onder auspiciën van de WHO tot de ‘Kaunas-Rotterdam intervention study’, waarin de screening en interventie ten aanzien van risicofactoren voor hart- en vaatziekten op grote schaal werden bestudeerd.

Burema gaf onderwijs in de sociale geneeskunde voor de praktische opleiding in buitenuniversitair verband; daarnaast werd hij in 1969 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Medische Faculteit Rotterdam (later: Erasmus Universiteit) met als leeropdracht Maatschappelijke Gezondheidszorg, in het bijzonder Organisatiestructuur en Milieuhygiëne. Hij was een warm voorstander van de samenwerking van de GG & GD en de Medische Faculteit Rotterdam: zo werd de stad een maatschappelijk werkveld voor de medische epidemiologie. Hoewel zijn hoogleraarschap slechts een deeltijdaanstelling was naast zijn hoofdfunctie bij de GG & GD en zijn vele andere functies, wist hij zijn leerstoel met verve te bekleden. Daarmee heeft hij de basis gelegd voor de Rotterdamse traditie op het gebied van de maatschappelijke gezondheidszorg.

Vanwege zijn duidelijke visie op het vakgebied zocht Burema gericht medewerkers met zeer uiteenlopende deskundigheden, die hij kon inspireren door zijn brede kennis, zijn humor en zijn vermogen om mensen ruimte te laten zolang zij maar goed werk afleverden. Zo was hij waarschijnlijk de eerste die een ervaren economisch onderzoeker aantrok met het oog op economisch evaluatieonderzoek in de gezondheidszorg. Daarmee was hij zijn tijd ver vooruit: het onderwerp kwam pas 15 jaar later in de belangstelling te staan. Door een intensieve samenwerking tussen de GG & GD en de Medische Faculteit Rotterdam tot stand te brengen op verschillende onderzoeksgebieden, creëerde Burema een academische werkplaats voor ‘public health’ avant la lettre. Er ontstond een duurzaam en productief samenwerkingsverband.

Na zijn emeritaat bleef Burema de activiteiten van de afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg goed volgen, echter zonder zich ooit te mengen in het afdelingsbeleid. Daardoor bleef het contact altijd een groot genoegen. Hij had vele bestuursfuncties in medisch Nederland en was in de jaren 1962-1970 voorzitter van de Vereniging van Directeuren van Gemeentelijke Geneeskundige en/of Gezondheidsdiensten. Hij was lid van de Vereniging Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en was een enthousiast bezoeker van de wetenschappelijke vergaderingen.

In 1976 werd Burema door H.M. de koningin benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, in 1977 kreeg hij de Wolfert van Borselen-penning van de gemeente Rotterdam en in datzelfde jaar ontving hij de Erasmuspenning van de medische faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ook na zijn pensionering bleef hij een aantal maatschappelijke functies vervullen, zoals het voorzitterschap van de wetenschappelijke adviesraad van het Praeventiefonds. Naderhand begeleidde hij zijn vrouw Chris op bewonderenswaardige wijze tijdens haar ziekte. De laatste jaren van zijn leven werden gekenmerkt door een achteruitgang van zijn mobiliteit, zodat hij niet langer zelfstandig kon wonen en in een verzorgingshuis werd opgenomen. Op 20 mei 2007 overleed hij op 94-jarige leeftijd, waarmee er een einde kwam aan een bijzonder leven. Met hem is een goed mens en een voortreffelijk medicus heengegaan. (Foto: Ton den Haan.)

Gerelateerde artikelen

Reacties