Prof.dr. Joop Huisman, sociaal-geneeskundige (1928-2016)

In memoriam
Martinus Niermeijer
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:B1268
Download PDF

Op 17 februari overleed Joop Huisman, emeritus hoogleraar Sociale Geneeskunde aan de Erasmus universiteit, erelid van de Gezondheidsraad en lid van de NTvG-redactie in de periode 1960-1963. Hindernissen op weg naar zijn doel waren er voor hem om op te lossen: tijdens de oorlog ging hij lopend van Rotterdam naar zijn Haagse Lyceum. Toen de Arbeitseinsatz dreigde, dook hij onder op de Noordoost-Veluwe. De vroege ervaringen van ontworteling bij mens en dier met gebrek aan voeding, hygiëne, vaccinatie en arbeidsinkomen maakten de keuze van geneeskunde tot een effectieve investering van zijn talenten. Daarmee begon hij op tijd: in 1946, op zijn 18e jaar. De infectieziektebestrijding zou bevolkingsbreed en generaties lang daarvan profiteren. Hij werd arts op zijn 26e en promoveerde 3 jaar later bij de viroloog prof. dr. J.D. Verlinde in Leiden op de complicaties van pokkenvaccinatie, een van de oudste inentingsprogramma’s in ons land.

Als arts bij de Inspectie van de Militair Geneeskundige Dienst kreeg hij op het Centraal Diergeneeskundig Instituut in Amsterdam inzicht in de principes van vaccinbereiding. Hij werd als 29-jarige in 1957 hoofd van de afdeling Infectieziekten, Hygiëne en Quarantaine van de Rotterdamse Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Die werkzaamheden voor een grootstedelijke publieke infectieziektenbestrijding zou hij blijven combineren met nationale advisering binnen de Gezondheidsraad. Bij de GGD kreeg hij snel bekendheid met efficiënte epidemiologische technieken en laboratoriumtechniek bij de bestrijding van voedselinfecties door grootschalige bereiding of door industriële verontreiniging. Een voorbeeld is de Planta-affaire, waarbij mensen ziek werden door een emulgator in margarine. Dat kreeg publieke aandacht en werd gepubliceerd in landelijk goed bereikbare tijdschriften, zodat de kennis voor huisartsen, gemeentelijke gezondheidsdienst en ziekenhuizen bereikbaar was.

Door deze nationale voortrekkersrol kreeg Huisman een centrale rol bij de organisatie van de nationale infectieziektenbestrijding, waarin de Gezondheidsraad als adviesorgaan van het Ministerie een planning maakte die uitgevoerd werd door het RIVM in Bilthoven en de regionale laboratoria, huisartsen, verloskundigen en GGD’s. Er was steeds tijdsdruk door het opduiken van nieuwe stammen van bekende ziekteverwekkers, zoals bij mazelen en kinkhoest, van ‘oude’ ziekten die gerelateerd waren aan gebrekkige hygiëne en armoede – waaronder tbc en soa’s – en van importziekten als malaria en dengue. Voor zeker 30 ziekten en situaties nam Huisman deel aan interdisciplinaire adviescommisssies. Hij werd in 1979 als een van de eerste vakspecialisten benoemd tot lid van de Gezondheidsraad, waarvan hij in 2002 als erelid afscheid nam.

Generaties artsen hebben tussen 1960 en 2002 epidemiologische informatie verkregen uit de ruim 40 publicaties van zijn hand over actuele besmettelijke ziekten in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Hij was effectief en enthousiasmerend bij nascholing en voorlichting van artsen en specialisten. Altijd had hij zinnige, gebruiksklare adviezen en recente gegevens uit internationale centra over te verwachten behandelresultaten of epidemiologische risico’s. Hij bracht dezelfde, gezonde urgentie over als de grondleggers van de infectiologie, zoals Robert Koch. Geen wonder dat hij lid of adviseur was van talrijke organisaties op gebied van de openbare gezondheidszorg.

Zijn academische erkenning begon in 1981 aan de Technische Universiteit Delft als buitengewoon hoogleraar in de Algemene Hygiëne en Epidemiologie. Hij genoot ervan bij te kunnen dragen aan de kwaliteitseisen voor ons drinkwater. De Medische Faculteit van de Erasmusuniversiteit volgde in 1987 met een bijzondere leerstoel, Bestrijding van Infectieziekten.

Huisman is door zijn deskundige maar tegelijk milde attitude een inspirerend leider geweest voor zijn vakgebied. Diezelfde uitstraling had hij op zijn gezin en kring van vrienden. Terwijl hij tot het laatst geheel op de hoogte was van de maatschappelijke, literaire en wetenschappelijke ontwikkelingen, zouden de laatste 4 jaar een aanslag op zijn vitaliteit betekenen door langdurige postoperatieve complicaties, leidend tot blijvende rolstoelafhankelijkheid. Hij bleef beminnelijk en zonder klacht. Hij wilde niet alleen meelezen uit onze boekenkast, maar ook uit NEJM, Nature en Science, en wist dan precies aan te geven waar het echte nieuws begon. Samen hebben we aan die gesprekken groot plezier beleefd.

Gerelateerde artikelen

Reacties