Melden van wetenschappelijk wangedrag in gezondheidsonderzoek

Opinie
E.C. Klasen
A.J.P.M. Overbeke
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2002;146:1622-4
Abstract
Download PDF

Zie ook het artikel op bl. 1620.

Bij wetenschappelijk wangedrag zullen de meeste lezers denken aan de opzienbarende gevallen die ook de pers hebben gehaald, zoals met betrekking tot neuroloog G. te Almelo, die verzonnen patiënten inbracht in een onderzoek, of tot aidsonderzoeker B. te Eindhoven, die in 1990 claimde te weten hoe HIV-1-infectiviteit geremd werd dan wel kon worden. Of zij zullen denken aan de excessen die zich in de VS of in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland hebben afgespeeld. Maar ook in de wetenschappelijke praktijk van alledag doen zich vormen van oneerlijkheid voor van allerlei aard, variërend van het ‘oppoetsen’ van gegevens tot het verzinnen daarvan (tabel).1 De gevolgen van wetenschappelijk wangedrag kunnen gering of verstrekkend zijn, afhankelijk van de aard en van de betrokkenen. Soms blijft het tot een afdeling of enkele personen daarvan beperkt, maar soms wordt een hele beroepsgroep of een heel onderzoeksinstituut getroffen. Niet alleen de wetenschappelijke literatuur kan door dit wangedrag worden vervuild, ook het vertrouwen van de samenleving in het wetenschappelijk collectief kan worden ondermijnd en in het ergste geval kan zelfs de gezondheid van personen worden geschaad.

Hoe vaak fraude in Nederland voorkomt, weten wij niet, maar afgaande op onze ervaringen bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en bij het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) zal het om enkele gevallen per jaar gaan. In jaarverslagen van wetenschapsorganisaties zijn geen cijfers hierover te vinden, begrijpelijk, maar spijtig. Bij NWO is een enkel geval aan het licht gekomen (verzinnen van gegevens), evenals bij het NTvG (problemen rondom het auteurschap, het noemen van personen zonder hun toestemming, gebruik van gegevens van anderen zonder toestemming en plagiaat).

De beste preventie van wetenschappelijke oneerlijkheid is gericht onderwijs aan studenten en onderzoekers, het scheppen van een onderzoeksklimaat waarin integriteit hoog in het vaandel staat en het aanpakken van overtreders, intern of extern. Het is dan ook toe te juichen dat van verschillende zijden initiatieven zijn genomen voor de preventie en de ontdekking en melding van wetenschappelijke oneerlijkheid. Het Academisch Medisch Centrum (AMC) van de Universiteit van Amsterdam heeft een protocol opgesteld voor en door wetenschappelijke onderzoekers, en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) heeft in samenwerking met NWO en de Vereniging van Universiteiten (VSNU) meerdere notities uitgegeven over wetenschappelijke integriteit. Deze laatste hebben uiteindelijk geleid tot het instellen van een Landelijk Orgaan voor Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) bij de KNAW. Ook de Federatie van Medisch Wetenschappelijke Verenigingen heeft een aantal codes opgesteld (www.fmwv.nl).

de researchcode van het amc

Elders in dit nummer geeft Vermeulen een samenvatting van het AMC-protocol.2 Wij zijn het geheel met hem eens dat schriftelijk vastgelegde richtlijnen een goed hulpmiddel zijn om wangedrag te voorkomen en dat ze kunnen bijdragen aan de bereidheid mistoestanden te melden. Met de klokkenluiders loopt het vaak slechter af dan met de fraudeurs zelf en het aangeven van collega's wordt nog steeds meer gezien als ‘klikken’ dan als voortvloeiend uit eigen verantwoordelijkheden. De researchcode van het AMC is een nuttig document, bedoeld om fraude te voorkomen. Het beschrijft ook de procedure die gevolgd moet worden voor het melden van mogelijke wetenschappelijke oneerlijkheid en de afhandeling daarvan. Dit geschiedt via een ombudsman.

Hoewel de AMC-researchcode navolging verdient in andere instituten, aangepast aan eigen wensen en omstandigheden, is het een intern document met interne procedures. De ervaringen van onder andere het Office of Research Integrity in de VS en de Scandinavische commissies voor het melden van wetenschappelijk wangedrag leren dat klokkenluiders niet altijd in hun eigen instituut op waarde worden geschat, niet altijd met de nodige zorgvuldigheid worden behandeld en soms meer schade oplopen dan de fraudeurs zelf. Het omgekeerde gebeurt ook: soms worden personen vals beschuldigd en veroordeeld in hun eigen instituut, hetgeen tot ongelukkige situaties kan leiden, zoals onlangs voor dr.Olivieri in Canada.3 Dit betekent dat er ook een onafhankelijke meldplaats voor wetenschappelijk wangedrag zou moeten zijn, zoals die in de VS en de Scandinavische landen bestaan en zoals die in het Verenigd Koninkrijk in oprichting is.

de notitie van de knaw, nwo en vsnu

De eerste ‘Notitie inzake wetenschappelijk wangedrag’, in 1995 uitgegeven door KNAW, VSNU en NWO, werd gevolgd door een vervolgnotitie en een onderwijsbrochure.4 5 Deze zijn bestemd voor medewerkers van universiteiten en van KNAW- en NWO-instituten die wetenschappelijk onderzoek uitvoeren of daarbij betrokken zijn dan wel wetenschappelijk onderwijs verzorgen. Ook deze brochures beogen te bevorderen dat wetenschappelijk onderzoek volgens algemeen aanvaarde normen en waarden wordt verricht. De LOWI-brochure bevat hoofdstukken over professioneel wetenschappelijk handelen, vormen van inbreuk op wetenschappelijke integriteit, preventie, verantwoordelijkheden van personen en instanties en het melden van mogelijk wangedrag.

In het laatstgenoemde hoofdstuk van de LOWI-brochure melden de uitgevende instituten dat instellingen zorg moeten dragen voor één of meer vertrouwenspersonen bij wie men kan melden. Anonieme klachten mogen niet in behandeling worden genomen. De vertrouwenspersoon adviseert het bevoegd gezag. De functie van vertrouwenspersoon is onverenigbaar met die van lid van het (College van) Bestuur, faculteitsdecaan, directeur van een onderzoeksschool of onderwijs- of onderzoeksinstituut. Belanghebbenden hebben de mogelijkheid na een gedane uitspraak door het bevoegd gezag een oordeel te vragen van het LOWI bij de KNAW.

Het belang van dit document ter voorkoming van wetenschappelijk wangedrag is evident en het vormt een goede aanvulling op lokale protocollen, zoals de AMC-researchcode, en op algemenere richtlijnen, zoals de internationale ethische en wetenschappelijke kwaliteitsstandaard ‘Good clinical practice’ voor het opzetten, uitvoeren, vastleggen en rapporteren van onderzoek met geneesmiddelen waaraan proefpersonen deelnemen. De betrokken instanties hebben gekozen voor een commissie die in eerste instantie de gevolgde procedure beoordeelt zoals die binnen de organisatie waar de fraude heeft plaatsgevonden is gevolgd, en die in tweede instantie ook de mogelijkheid heeft een hernieuwd onderzoek te doen. Dit is een loffelijk besluit, omdat het tot de primaire verantwoordelijkheid en de competentie van de universiteiten en van de KNAW/NWO behoort om voor een adequate interne procedure te zorgen voor de behandeling van klachten over schendingen van de wetenschappelijke integriteit. Het LOWI moet worden beschouwd als een instantie waar men zo nodig op kan terugvallen.

een onafhankelijke commissie voor het melden van wetenschappelijk wangedrag binnen het terrein van het gezondheidsonderzoek

In aanvulling op het LOWI hebben wij nog een commissie ingesteld, de commissie Wetenschappelijke Integriteit Gezondheidsonderzoek, waarbij men mogelijk wetenschappelijk wangedrag in gezondheidsonderzoek kan melden. Reden hiervoor is het feit dat er op het terrein van het gezondheidsonderzoek nog vele onderzoeksorganisaties actief zijn die geen gebruik kunnen maken van het LOWI. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling een concurrerend orgaan in te stellen. Daarnaast kan de commissie zaken voor het NTvG en andere Nederlandse wetenschappelijke tijdschriften afhandelen. Door een commissie van 8 leden te formeren, onder meer afkomstig uit het gezondheidsonderzoek, bieden wij de mogelijkheid bij een onafhankelijk gremium klachten over mogelijke wetenschappelijke oneerlijkheid binnen voornoemd onderzoeksdomein te melden. Voorlopig is het aantal wetenschappelijke disciplines beperkt, maar de ervaring bij en met het Committee on Publication Ethics heeft laten zien dat in een nog beperkter gebied een nuttige functie kan worden vervuld. Oorspronkelijk bestond deze in 1997 opgerichte commissie uit een beperkt aantal voornamelijk Engelse hoofdredacteuren van medisch-wetenschappelijke tijdschriften, die meestal zelf gevallen van wangedrag rondom publiceren inbrachten, geanonimiseerd, en die tot een besluit over de casussen trachtten te komen. Inmiddels is het aantal leden (tijdschriften) fors gestegen en bedroeg het aantal afgeronde gevallen waarover werd gediscussieerd en die (ook geanonimiseerd) werden gepubliceerd in de periode oktober 2000-juli 2001: 25. De commissie heeft inmiddels statuten, en heeft richtlijnen gepubliceerd over juist wetenschappelijk publiceren. Meer informatie is te vinden op de website: www.publicationethics.org.uk.

Wij verwachten absoluut niet onmiddellijk te worden overstroomd met tientallen gevallen van wangedrag, maar ieder geval is er één te veel. Afhankelijk van de aard van de klacht, het betrokken instituut en het vakgebied zullen uit de commissie ten hoogste 3 leden worden belast met onderzoek, hoor en wederhoor en het uitbrengen van een advies. De casussen worden – ook geanonimiseerd – in een commissievergadering besproken. De conclusie en het eindadvies zullen aan betrokkenen en hun bevoegd gezag kenbaar worden gemaakt. De commissie heeft geen bevoegdheden sancties op te leggen en wenst dat ook niet. Jaarlijks zullen de behandelde zaken geanonimiseerd worden gepubliceerd. Wij hopen met de instelling van deze commissie bij te dragen aan een (nog) grotere integriteit van Nederlands gezondheidsonderzoek, naast de bestaande en genoemde mogelijkheden daarvoor.

De commissie Wetenschappelijke Integriteit Gezondheidsonderzoek bestaat uit prof.dr.P.J.D.Drenth, emeritus hoogleraar Arbeids- en Organisatiepsychologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, voorzitter; dr.H.van Bronswijk (benaderd), manager medisch-wetenschappelijke zaken Nefarma te Den Haag; mw.E.M.de Bruijn, arts, beleidsmedewerker Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) te Utrecht; prof.dr.M.A.J.Eijkman, hoogleraar Sociale Tandheelkunde, Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) te Amsterdam; mw.prof.dr. Y.van der Graaf, arts-epidemioloog bij het Julius Centrum voor Patiëntgebonden Onderzoek te Utrecht; prof.mr.J.H. Hubben, hoogleraar Gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam; prof.dr.E.C.Klasen, algemeen directeur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) te Den Haag; en prof.dr.A.J.P.M.Overbeke, uitvoerend hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde te Amsterdam. Het secretariaat wordt gevoerd door prof.dr.A.J.P.M.Overbeke, Postbus 75.971, 1070 AZ te Amsterdam; tel. 020-6620150, fax 020-6735481, e-mail overbeke@ntvg.nl.

Klachten worden ingewacht bij het secretariaat, maar indien gewenst kan men zich ook richten tot één der andere leden van de commissie.

Literatuur
  1. Overbeke AJPM. Wangedrag in medisch-wetenschappelijkpubliceren. Ned Tijdschr Geneeskd1994;138:1822-6.

  2. Vermeulen M. Researchcode in het Academisch MedischCentrum te Amsterdam: nuttig. NedTijdschr Geneeskd 2002;146:1620-2.

  3. Thompson J, Baird P, Downie J. The Olivieri Report: thecomplete text of the report of the independent inquiry commissioned by theCanadian Association of University Teachers. Toronto: Lorimer;2001.

  4. Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW),Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), Vereniging vanUniversiteiten (VSNU). Notitie wetenschappelijke integriteit. Over normen vanwetenschappelijk onderzoek en een Landelijk Orgaan voor WetenschappelijkeIntegriteit. Amsterdam: KNAW/VSNU/NWO; 2001.

  5. Heilbron J, Bottenburg M van, Geesink I. Wetenschappelijkonderzoek: dilemma's en verleidingen. Amsterdam: Koninklijke NederlandseAkademie van Wetenschappen; 2000.

Auteursinformatie

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, Den Haag.

Prof.dr.E.C.Klasen, algemeen directeur.

Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Postbus 75.971, 1070 AZ Amsterdam.

Prof.dr.A.J.P.M.Overbeke, uitvoerend hoofdredacteur.

Contact prof.dr.A.J.P.M.Overbeke (overbeke@ntvg.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties