Medicatie voor aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis (ADHD) en het risico op cardiovasculaire sterfte

Opinie
P.N.J. Langendijk
A.A.M. Wilde
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:1713-4
Abstract

Onlangs heeft de commissie voor Drug Safety and Risk Management Advisory (DSRMA) van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) met een krappe meerderheid van 8 tegen 7 een zogenaamde ‘black-box warning’ (FDA’s sterkste waarschuwingsvorm) aanbevolen bij alle in de VS in de handel zijnde geneesmiddelen voor aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis (ADHD).1 Niet zozeer nieuwe inzichten of spectaculaire (stijgingen van) casuïstische meldingen van plotse hartdood waren de aanleiding om deze waarschuwing op te nemen, maar het verontrustende feit dat in de VS circa 2,5 miljoen kinderen deze amfetaminen en amfetamineachtige stimulantia gebruiken, onder wie 10 van de Amerikaanse jongens  50 jaar, deze stimulantia gebruiken.

Deze onrustbarende trend kwam naar voren bij hoorzittingen die de DSRMA-commissie hield naar aanleiding van het verzoek van de FDA om na te gaan op welke wijze men het beste het cardiovasculaire risico van deze middelen zou kunnen bestuderen. Omdat al eerder tot vergelijkbare maatregelen was overgegaan bij…

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, Postbus 22.660, 1100 DD Amsterdam.

Ziekenhuisapotheek: hr.drs.P.N.J.Langendijk, ziekenhuisapotheker.

Afd. Klinische en Experimentele Cardiologie: hr.prof.dr.A.A.M.Wilde, cardioloog.

Contact hr.prof.dr.A.A.M.Wilde

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

L.J.
Kalverdijk

Groningen, augustus 2006,

Langendijk en Wilde pleitten onlangs voor een zorgvuldige indicatiestelling en follow-up bij het voorschrijven van stimulantia (2006:1713-4). Wij onderschrijven hun pleidooi, maar de auteurs lijken niet goed op de hoogte van de stand van zaken.

Zij suggereren dat de toename van het aantal prescripties voor stimulantia wijst op onvoldoende zorgvuldige afweging van de baten en de risico’s door voorschrijvers en wijzen verder op het ontbreken van een richtlijn. In tegenstelling tot wat de auteurs schrijven, bestaat er sinds 2005 wel degelijk een multidisciplinaire richtlijn ADHD,1 waarin zowel de zorgvuldigheid van indicatiestelling als de somatische aspecten van stimulantiagebruik worden behandeld. Verder heeft de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) de aanbeveling voor een zogenaamde ‘black box warning’ (de zwaarste vorm van een waarschuwing in een bijsluiter) niet overgenomen, na consultatie van het Paediatric Advisory Committee (www.fda.gov/ohrms/dockets/ac/06/briefing/2006-4210B-Index.htm). Ook de Europese toezichthoudende organen hebben geen actie ondernomen. De crux ligt hier bij de interpretatie van de epidemiologische gegevens. Zo kon oversterfte door hartdood als gevolg van stimulantia ten opzichte van de algemene populatie bij een nadere analyse niet worden bevestigd. Psychostimulantia worden al lang gebruikt, met goed hanteerbare bijwerkingen. Dit laat onverlet dat onderzoek naar de langetermijneffecten ervan op het cardiovasculaire functioneren aangewezen is.

L.J. Kalverdijk
J.K. Buitelaar
R.J. van der Gaag
Literatuur
  1. Multidisciplinaire richtlijn ADHD. Utrecht: Trimbos-instituut; 2005.

P.N.J.
Langendijk

Amsterdam, augustus 2006,

Wij danken de collega’s Kalverdijk et al. voor hun reactie. De multidisciplinaire richtlijn ADHD is uitgebreid en goed onderbouwd en kan voorschrijvers van ADHD-medicatie handvatten bieden voor het maken van een afgewogen keuze.1 In de richtlijn wordt het belang van de familieanamnese (gericht op het vóórkomen van plotselinge hartdood) zijdelings genoemd. Onafhankelijk hiervan vragen wij slechts gericht aandacht hiervoor (en niet meer dan dat), ook aan mensen die de richtlijn niet bestudeerd hebben en dat is ongetwijfeld een groot aantal voorschrijvers (onder wie huisartsen).2 De 25 casussen, die in het FDA-meldingssysteem genoemd worden, versterken dit idee alleen maar.3 De collegae moeten zich realiseren dat er enkele maanden zijn verstreken tussen het verschijnen van het artikel van Nissen3 en onze reactie hierop. In die tijd heeft, zoals wij ook hebben geconstateerd, de FDA een ander standpunt ingenomen. Het toenemend aantal voorschriften van methylfenidaat in huisartspraktijken in Nederland2 maakt dat naar ons idee extra aandacht in dit tijdschrift voor dit risico nog immer op zijn plaats is. De collegae verzuimen dat in hun reactie te onderschrijven.

P.N.J. Langendijk
A.A.M. Wilde
Literatuur
  1. Multidisciplinaire richtlijn ADHD. Utrecht: Trimbos-instituut; 2005.

  2. Donker GA, Groenhof F, Veen WJ van der. Toenemend aantal voorschriften voor methylfenidaat in huisartspraktijken in Noordoost-Nederland, 1998-2003. [LITREF JAARGANG="2005" PAGINA="1742-7"]Ned Tijdschr Geneeskd. 2005;149:1742-7.[/LITREF]

  3. Nissen SE. ADHD drugs and cardiovascular risk. N Engl J Med. 2006;354:1445-8.