Hoe vaak incontinentie na radicale prostatectomie?

Incidentie bepaald op basis van declaratie incontinentiemateriaal
Onderzoek
10-04-2018
Maike H.J. Schepens, Cathelijne M.P. Ziedses des Plantes, D.M. (Rik) Somford, Judith A. van Erkelens, Ruben G. Cremers, Sytske de Vries, Katja K.H. Aben, René Hoekstra,, Jozette J.C. Stienen, Bart P. Wijsman, Martijn B. Busstra en Jacques van Limbeek

Reacties (2)

Inloggen om een reactie te plaatsen
Joop Noordzij
18-04-2018 13:23

Uitkomsten onderzoek onbetrouwbaar

De auteurs zijn te prijzen voor het 'out-of-the-box' denken bij het beantwoorden van de vraag in de titel: 'Hoe Vaak Incontinentie na Radicale Prostatectomie'. Helaas wordt die vraag in het artikel niet beantwoord. Op basis van onbetrouwbare basisinformatie uit databases van de zorgverzekeraars wordt een inschatting gemaakt van postoperatief opgetreden incontinentie. Niet alleen maken veel patienten gebruik van incontinentiemateriaal dat niet bij de verzekeraar wordt gedeclareerd - vooral vóórdat patient onder urologische zorg komt, maar ook na de ingreep -, maar daarnaast wordt veel incontinentiemateriaal wel besteld en gedeclareerd, maar niet gebruikt (door de patient zelf). De uitgangspunten voor dit onderzoek zijn derhalve niet betrouwbaar. Vervolgens wordt een statistische methode gebruikt die wellicht voor statistici begrijpelijk is, maar een groot deel van de lezers in het ongewisse laat wat nu precies hoe wordt berekend en waarom. Uiteindelijk leidt dit alles tot een zeer grove vergelijking van klinieken met meer of minder dan 100 ingrepen per jaar. Geheel onbelicht blijft daarbij de expertise van individuele uroloog en kliniek die patienten prima behandelen zonder noemenswaardige incontinentie. De auteurs maken hierbij de grote denkfout dat enkel en alleen het aantal ingrepen bepalend is voor het resultaat en al het andere, inclusief kennis en kunde, slechts 'windowdressing'. Het gemeten incontinentiepercentage (26%) komt daarbij overigens absurd hoog over, en komt niet overeen met eigen waarnemingen. Het is al even absurd dat de NvU mede op basis van dit soort onderzoek het voornemen heeft om de volumenorm verder op te hogen. Het ware beter als zij zich zou baseren op kwalitatief beter onderzoek  uitgaande van PROM registraties. Helaas vormt de ProZIB database geen weergave van de in Nederland uitgevoerde RRP's, zodat het wetenschappelijk beleid in dezen waarschijnlijk - zoals helaas wel vaker - geregeerd zal worden door matig onderzoek en onderbuikgevoelens.

Joop Noordzij, uroloog, ziekenhuis Amstelland

Maike Schepens
17-05-2018 11:27

Declaraties geven proxy uitkomstindicator

Geachte heer Noordzij,

Dank voor uw reactie. We delen uw mening dat het hier een proxy uitkomstindicator betreft. Met de declaratiedata kunnen wij alleen proxy indicatoren berekenen. Echter, gezien het ontbreken van landelijke PROMs data is dit het beste dat we nu konden doen. 

In de praktijk kan het voorkomen dat incontinentiemateriaal gedeclareerd wordt en niet gebruikt wordt. Dit geldt inderdaad voor alle declaraties van hulpmiddelen. We hebben gekeken naar de patronen in het afhalen van hulpmiddelen. Als iemand 12 tot 15 maanden na de prostatectomie nog steeds een bepaald volume incontinentiemateriaal declareert terwijl dat voor de operatie niet zo was hebben wij dat in dit onderzoek gedefinieerd als een verschuiving van continent naar incontinent. Er kunnenpatienten inzitten die dit incontinentiemateriaal ophalen en zelf niet gebruiken, we kunnen ook patienten gemist hebben die wel incontinent zijn maar het materiaal van iemand anders krijgen. 

Uiteraard is de expertise / vaardigheid van de individuele uroloog van groot belang en ook kunnen er klinieken zijn die prima opereren zonder noemenswaardige incontinentie. Bij kleine aantallen is dit echter niet te vergelijken.

Maike Schepens, strategisch consultant kwaliteit van zorg, Zorgverzekeraars Nederland