Het effect van flurbiprofen bij acute enkeldistorsies

Onderzoek
F. de Nies
W.K. Lagrand
P. Patka
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1989;133:449-51
Abstract
Download PDF

Samenvatting

In een dubbelblind gerandomiseerd prospectief onderzoek werd het effect van flurbiprofen bij 50 patiënten met een acute laterale enkeldistorsie (graad I) bestudeerd. Er kon niet worden aangetoond dat dit middel, uit de groep der NSAID's, de herstelperiode na een dergelijk letsel deed afnemen. Pijn noch zwelling nam statistisch significant af. Wel werden meer bijwerkingen waargenomen bij de patiënten die met flurbiprofen werden behandeld. Gezien deze resultaten moet het gebruik van flurbiprofen bij de behandeling van acute enkeldistorsies afgeraden worden.

Inleiding

In Nederland ontstaan bij sportbeoefening jaarlijks meer dan 500.000 letsels die medische behandeling behoeven.‘ De maatschappelijke gevolgen die hiermee samenhangen, zoals arbeidsverzuim en medische kosten, zijn groot. Naast preventieve maatregelen zou een juiste behandeling met geneesmiddelen de herstelperiode na een sportblessure kunnen beperken en kunnen bijdragen aan het verminderen van de morbiditeit.

Tot op heden is geen betrouwbaar onderzoek verricht waaruit zou blijken dat een middel dat analgetisch en antiflogistisch werkt zowel pijn als zwelling na een acuut sportletsel vermindert. Flurbiprofen (Froben) is een analgeticum met anti-inflammatoire en antipyretische eigenschappen. Net als andere niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's) remt dit middel de prostaglandinesynthetase. Op grond hiervan zou een vermindering van pijn en zwelling na een sportletsel verwacht mogen worden. Flurbiprofen werd verondersteld een gunstiger therapeutisch effect op de gevolgen van het letsel te hebben dan andere NSAID's; bijwerkingen, waarover betrekkelijk weinig bekend is, lijken niet vaker voor te komen.2

In 1987 werd op de afdeling eerste hulp een dubbelblind gerandomiseerd prospectief onderzoek verricht naar de werking van flurbiprofen bij patiënten met een acute enkeldistorsie. Ter wille van de standaardisatie en de belangrijke plaats die enkeldistorsies binnen de groep van acute sportletsels innemen,1 werd het onderzoek beperkt tot deze patiënten. Onderzocht werd het verschil in afname van pijn en (of) zwelling tussen twee groepen patiënten van wie de ene met flurbiprofen en de andere met een placebo behandeld werd. Bovendien werden de bijwerkingen van de geneesmiddelen in beide patiëntengroepen geregistreerd.

PatiËnten en methoden

De diagnose acute laterale enkeldistorsie (graad I) werd gesteld aan de hand van de volgende criteria:

– letsel ontstaan door een geforceerde inversie van de enkel tijdens sport of hiermee vergelijkbare activiteit;

– matige, diffuse zwelling die niet berust op intraarticulaire bloeding;

– matige pijn, drukpijn op ten minste één der laterale ligamenten;

– normale stabiliteit van de enkel;

– volledige belastbaarheid, geen asdrukpijn;

– geen afwijkingen bij röntgenologisch onderzoek van de enkel in twee richtingen. De uitsluitingscriteria waren:

– letsel ouder dan 24 uur;

– acute lokale infectie;

– gebruik van NSAID's;

– systeemziekten, inclusief verhoogde bloedingsneiging;

– ulcus pepticum, dyspepsie of gastro-intestinale bloeding in anamnese;

– allergie voor NSAID's of acetylsalicylzuur;

– lever-, hart- of nieraandoeningen;

– astma;

– graviditeit of lactatie;

– behandeling met immunosuppressiva;

– onvermogen de eigen beoordelingsformulieren in te vullen.

Nadat informatie omtrent het protocol was verstrekt, de uitsluitingscriteria waren getoetst en toestemming van de patiënt was verkregen, werden 50 patiënten met genoemd letsel tot het onderzoek toegelaten.

De deelnemers bevonden zich in de leeftijd van 18 tot 50 jaar en hadden niet eerder aan een soortgelijk onderzoek deelgenomen. Van de aldus geselecteerde patiënten werd de aard van dagelijkse werkzaamheden genoteerd. Van de enkel werden de volgende gegevens geregistreerd:

– mate van (druk)pijn uitgedrukt op een schaal van 1 (geen drukpijn) tot 9 (hevige drukpijn);

– gemeten verschil in omvang tussen beide enkels, afgerond op halve centimeters;

– actieve en passieve beweeglijkheid over twee bewegingsassen, vergeleken met de niet-aangedane enkel en uitgedrukt op een schaal in beperkt (1) gelijk (2) ruim (3).

– spierkracht op een schaal van 1 tot 5, vergeleken met de niet-aangedane enkel.

De patiënten werden ‘at random’ verdeeld over twee groepen. De belangrijkste kenmerken van beide groepen zijn samengevat in tabel 1.

De geneesmiddelen werden verstrekt als aanvulling op de voor acute enkeldistorsie (graad I) gebruikelijke therapie die uit een elastische zwachtel, gedoseerde rust en een oefenadvies bestaat.3 De patiënt werd verzocht 7 dagen 3 maal daags 1 dragee (flurbiprofen 100 mg of placebo) na de maaltijd met voldoende water in te nemen. Onderzoeker noch patiënt was op de hoogte van de aard van het verstrekte middel. De dragees en de verpakkingen waren uiterlijk identiek. Aan beide groepen werden 30 tabletten paracetamol 500 mg verstrekt als eventueel aanvullende therapie bij onvoldoende werking.

Na 2 en na 6 dagen kwamen de patiënten bij dezelfde onderzoeker, die de mate van pijn en zwelling, en de functie van de enkel, en eventuele bijwerkingen van de gegeven middelen vastlegde. Tijdens het onderzoek vielen 10 patiënten uit. De redenen hiervan staan vermeld in tabel 2. Bij de statistische verwerking van de gegevens werd gebruik gemaakt van Students t-toets en de ?2-toets.

Resultaten

Geslacht, leeftijd, lengte en gewicht, bleken in de onderzoeks- en placebogroep niet significant verschillend.

De afname van pijn in de perioden van dag 0 tot dag 2, van dag 2 tot dag 6 en van dag 0 tot dag 6 was voor beide groepen gelijk (figuur 1). Een significant verschil kon niet worden aangetoond (p > 0,1).

Ook voor het verloop van de zwelling kon geen significant verschil worden aangetoond tussen beide groepen in de verschillende tijdvakken (p > 0,2) (figuur 2). Op dag 6 bleek de gekwetste enkel bij vrijwel alle patiënten een normaal beweeglijkheids- en spierkrachtsniveau te hebben bereikt in vergelijking met de nietaangedane enkel. Statistisch significante verschillen tussen beide groepen waren er niet (p > 0,2).

Twee patiënten uit de onderzoeksgroep gebruikten respectievelijk 1 en 2 tabletten paracetamol, beiden wegens hoofdpijn. In de controlegroep werd tweemaal 1 tablet paracetamol gebruikt wegens respectievelijk menstruatiepijn en na gebruik van alcohol.

De bijwerkingen bestonden met name uit maag-darmklachten. Het verschil in voorkomen hiervan tussen de onderzoeksgroep en de placebogroep was opvallend. Hoewel de getallen klein zijn voor statistische bewerking, lijken de verschillen significant (p tabel 3. Voor 3 patiënten waren de bijwerkingen (maagklachten en hoofdpijn) aanleiding om van verdere deelname aan het onderzoek af te zien. Deze uitvallers maakten allen deel uit van de flurbiprofengroep.

Beschouwing

Bij letsel komen naast andere mediatoren in de ontstekingsreactie prostaglandinen (PGE) vrij, met name PGE1, PGE2 en PGF2?, die medeverantwoordelijk zijn voor prikkeling van de perifere zenuwuiteinden, toename van vaatpermeabiliteit en vaatverwijding.4 De gedachte dat een NSAID als prostaglandinesynthetaseremmer, een positief effect op zowel pijn als zwelling zou hebben, leek gerechtvaardigd. Van flurbiprofen werd onderzocht of en in hoeverre de herstelperiode van een acute enkeldistorsie (graad I) kon worden bekort. Een dubbelblind gerandomiseerd prospectief onderzoek kon deze gedachtengang niet ondersteunen. De uitkomsten zijn in overeenstemming met die van vergelijkbaar onderzoek.56 Het voorschrijven van middelen uit de NSAID-groep, zoals flurbiprofen, bij een acute laterale enkeldistorsie lijkt op grond van dit onderzoek niet zinvol en gezien de kans op bijwerkingen zelfs af te raden.2789 Het is aannemelijk dat deze conclusie ook voor de behandeling van andere gewrichtsdistorsies geldt.

Literatuur
  1. Luidinga F, Rogmans WHJ. Epidemiologie van acutesportletsels. Ned Tijdschr Geneeskd1985; 129: 1051-4.

  2. Anonymus. Non-steroidal anti-inflammatory drugs andserious gastrointestinal adverse reactions-2. Br Med J 1986; 292:1190-1.

  3. Patka P, Mourik JC van, Ekkelkamp S, Kort H. HandleidingTraumatologie. Amsterdam: VU-Uitgeverij, 1986: 96-7.

  4. Martin Jr DW, Mayes PA, Rodwell VW, Grodsky GM, Nestle M.Harpers's Review of Biochemistry. 19th ed. Los Altos, California: LangeMedical Publications, 1983: 214-7.

  5. Dupont M, Béliveau P, Thériault G. Theefficacy of antiinflammatory medication in the treatment of the acutelysprained ankle. Am J Sports Med 1987; 15: 41-5.

  6. Øian P, Kleive I, Lerheim P. Acute ankle sprainstreated bv Indomethacin. Tidsskr Nor Laegeforen 1981; 101: 101-2.

  7. Biour M, Blanquart A, Moore N, et al. Incidence ofNSAID-related. severe gastrointestinal bleeding. Lancet 1987; ii:340-1.

  8. Boer SY de, Berge Henegouwen GP van, Kluitman EM. Gebruikvan niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen en maag- enduodenumulcera. Ned Tijdschr Geneeskd1988; 132: 154-7.

  9. Boer SY de, Berge Henegouwen GP van, Kluitman EM.Niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen en bloedingen uit maagenduodenumulcera. Ned Tijdschr Geneeskd1988; 132: 160-3.

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis Vrije Universiteit, afd. Heelkunde, Postbus 7057, 1007 MB Amsterdam.

F.de Nies en W.K.Lagrand, medisch studenten; dr.P.Patka, chirurg.

Contact dr.P.Patka

Gerelateerde artikelen

Reacties