Herpes zoster en aciclovir bij normale en gestoorde algemene afweer, ook die ten gevolge van AIDS

Klinische praktijk
Th. van Joost
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1990;134:1080-4
Download PDF

Inleiding

Aciclovir (9-(2-hydroxyethoxy)methylguanine) heeft een antivirale werking nadat het door viraal thymidinekinase gefosforyleerd is in de geïnfecteerde cel. Farmacokinetische en farmacologische aspecten zijn in de literatuur samengevat.12 Aciclovir remt het virale DNA-polymerase en daardoor de virusreplicatie. Deze remming is sterker bij herpes simplex-virus dan bij varicella zoster-virus. Toch is aciclovir ook bij infecties met varicella zoster-virus effectief, afhankelijk van de dosering, de toediening (intraveneus per infuus of per os) en vooral óók van het tijdstip van toediening.12 Ziektebeeld en pathogenese van herpes zoster zijn recent in dit tijdschrift beschreven.3 Herpes zoster komt vooral voor bij oudere patiënten. Algemeen verminderde (cellulaire) afweer is daarbij niet aantoonbaar, mogelijk is er wel een specifieke afweerstoornis. Bij deze patiënten kan herpes zoster leiden tot complicaties, afhankelijk van de lokalisatie (zoster ophthalmicus in de vorm van keratitis of uveitis, zoster oticus (facialis-paralyse) en de inguïnale (scrotale of perineale) vorm van zoster). Ook postherpetische neuralgie door zenuwbeschadiging (vooral bij zoster van de N. trigeminus) is een complicatie.34 Encefalitis is een zeldzame, maar ernstige complicatie. Bij patiënten met algemeen verminderde afweer, immuungecompromitteerde patiënten, bestaan bijzondere risico's.15 Hiertoe behoren patiënten met acute lymfatische leukemie, met lupus erythematosus disseminatus, met langdurige behandeling met immunosuppressiva na orgaan- en beenmergtransplantatie en ook patiënten met AIDS. Zoster bij jonge volwassenen kan het eerste klinische symptoom zijn van AIDS. Vooral bij deze patiënten is antivirale therapie van groot belang wegens het gevaar voor extradermale uitbreiding van de ziekte, voor ernstige complicaties en voor een langduriger ziektebeloop.

In dit artikel worden praktische aspecten besproken van behandeling met aciclovir bij herpes zoster, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen patiënten met en zonder stoornissen in de algemene afweer.67

PatiËnten met verminderde afweer

Aciclovir remt de replicatie van het virus, waardoor ontstaan van nieuwe huidafwijkingen, maar ook viscerale verspreiding en complicaties kunnen worden beperkt. De pijn tijdens de acute fase vermindert en ook kunnen versnelde genezing en minder ulceratie van bestaande huidafwijkingen worden gezien.67 Bij immuungecompromitteerde patiënten is, gezien de kans op disseminatie, de intraveneuze toediening van aciclovir de therapie van eerste keuze. Huff vond een gunstig effect door op een vroeg tijdstip (binnen 3 dagen na het begin van de eerste klinische verschijnselen) aciclovir intraveneus toe te dienen (10 mgkg lichaamsgewicht om de 8 uur gedurende 7 dagen).8 Anderen propageren toediening van aciclovir binnen een nog kortere termijn: 48 uur na het begin van de eerste klinische verschijnselen.9-11 Intraveneuze toediening dient binnen een periode van ongeveer één uur als infuus te geschieden. Oraal toegediend aciclovir heeft, mits hoog gedoseerd (800 mg 5 dd gedurende 10 dagen), eveneens een gunstig effect op het acute beloop bij herpes zoster.12 Dit effect van orale toediening werd ook gevonden bij patiënten zonder algemene immuunstoornissen.1314 Intraveneuze toediening vindt doorgaans om praktische redenen in het ziekenhuis plaats. Bij immuungecompromitteerde patiënten die niet (tijdig) opgenomen kunnen worden, zou aciclovir in genoemde hogere dosering per os kunnen worden toegediend.1214

Getwijfeld wordt aan een gunstig effect van aciclovir op de duur en (of) de intensiteit van postherpetische neuralgie.15-17 Bij oraal behandelde patiënten (in eerder vermelde hoge dosering) is door sommige auteurs wel een vermindering van de postherpetische neuralgie beschreven.1213 Deze vermindering, met name van de intensiteit en niet zozeer van de duur van de neuralgie, zou vooral gezien zijn in de eerste drie maanden na het begin van de verschijnselen.1213 Intraveneuze toediening (5 mgkg om de 8 uur gedurende 5 dagen) resulteerde daarentegen niet in een vermindering van de postherpetische neuralgie in een groep van immuuncompetente patiënten.15 Ook anderen vonden geen effect op de postherpetische neuralgie bij oraal toegediend aciclovir bij 181 immuuncompetente patiënten ouder dan 60 jaar in vergelijking met een placebogroep.17 Deze gegevens pleiten voorlopig tegen een eventueel gunstig effect op de postherpetische neuralgie.

Immunosuppressie zou de kans op zoster-encefalitis vergroten.18 Een gunstig effect van aciclovir op de encefalitis is beschreven.18 Bij herpes zoster is een 2-10 maal hogere concentratie aciclovir in het bloed vereist om virusreplicatie te voorkomen dan bij infectie door herpes simplex-virussen.1 Slechts 20 van aciclovir wordt via de darm geresorbeerd, het middel wordt bijna geheel via de nieren uitgescheiden.18 Door de grotere kans op bijwerkingen van aciclovir bij hoge bloedspiegels is bij nierfunctiestoornissen, naast een zorgvuldige controle van de vochtbalans, dosisreductie noodzakelijk. Bij herpes zoster kan men bij een creatinineklaring van 25-50 mlmin de dosering van 10 mgkg i.v. handhaven, doch dient het doseringsinterval verlengd te worden tot 12 uur. Bij een creatinineklaring van 10-25 mlmin kan bij dezelfde dosering het interval verlengd worden tot 24 uur. Bij een creatinineklaring van 0-10 mlmin zou eventueel elke 24 uur (en na dialyse) een lagere dosis (5 mgkg i.v.) gebruikt kunnen worden. Uitdrukkelijk dient hier te worden gesteld dat het in dit schema gaat om het dubbele van de dosering die door de fabrikant wordt opgegeven bij nierfunctiestoornissen en herpes simplexinfecties.

Of uitwendig (lokaal) toegepast aciclovir bij immuunstoornissen de infectie ter plaatse inderdaad zou kunnen helpen verminderen, is nog een open vraag.19 Het-nut om aan patiënten met een verhoogd risico zonder meer aciclovir profylactisch voor te schrijven, is eveneens een discussiepunt.20-23 Besluiten hieromtrent zouden bezien moeten worden tegen de achtergrond van de aard van de afweerstoornis (tijdelijk of permanent), van het reëel te verwachten effect, van de kosten en ook van de mogelijk optredende resistentie tegen dit middel als gevolg van het verlies van virale thymidine-kinase-activiteit.2324 Voor orale profylaxe tegen varicella zoster-infecties is nog geen dosering vastgesteld.

PatiËnten met normale afweer

Bij patiënten met normale afweer is een specifieke afweerstoornis voor varicella zoster-virus waarschijnlijk. Aciclovir is bij de doorsnee herpes zoster effectief, maar dit effect is minder uitgesproken dan bij patiënten met ernstige afweerstoornissen. Het middel moet liefst binnen 48 uur na het begin van de klinische verschijnselen worden toegediend.910 Het effect bestaat vooral uit het voorkómen van nieuwe en versnelde genezing van bestaande huidafwijkingen, waardoor het acute ziektebeeld met enkele dagen wordt bekort en de acute pijn wordt verminderd. Als oraal tijdig en voldoende hoog wordt gedoseerd (800 mg 5 dd gedurende 7 dagen), verschilt het gunstige effect van aciclovir vermoedelijk niet veel van dat verkregen bij de toediening per infuus.12 De toevoeging van prednison zou de kans op postherpetische neuralgie niet duidelijk verminderen.14 Bij verminderde resorptie in de darm of bij andere problemen (o.a. slikklachten) zou ook gekozen kunnen worden voor intraveneuze toediening in lagere dosering: 5 mgkg om de 8 uur gedurende 7 dagen (tabel).

Het is onzeker hoe bij patiënten met normale afweer ernstiger verlopende vormen, zoals zoster ophthalmicus, zoster oticus (zoster van het ganglion geniculi, Ramsey-Hunt-syndroom) en vaak tijdelijk invaliderende herpes zoster in het inguïnale gebied, behandeld moeten worden. Gezien de ernstige complicaties die zich hierbij kunnen voordoen, is dit meestal geen doorsnee zoster meer. Patiënten met deze ernstige vormen van zoster worden vaak in het ziekenhuis opgenomen en dienen dan intraveneus behandeld te worden (zie tabel). Oraal toegediend aciclovir, in een vroeg stadium en in voldoende hoge dosering (800 mg 5 dd gedurende 7 dagen), zou bij zoster ophthalmicus (figuur 1) de kans op oogverschijnselen ook kunnen verminderen.1425 Bij zoster ophthalmicus zouden vooral blaasjes in het gebied naast de neuspunt (verzorgd door de ramus nasociliaris) met oogverschijnselen gepaard gaan. Gegevens over het effect van aciclovir op voorkóming van facialisparese bij zoster oticus zijn tegenstrijdig.26 Voor de behandeling van zoster oticus is 10 mgkg i.v. om de 8 uur gedurende 7 dagen aanbevolen.27 Deze aanbeveling is echter gebaseerd op onderzoek zonder placebogroep. Indien bij patiënten met een doorsnee zoster een ernstig gestoorde nierfunctie wordt vastgesteld, dan geldt voor de orale toediening de volgende dosisreductie: bij een creatinineklaring van 10-25 mlmin 800 mg per os 3 à 4 dd; bij een creatinineklaring minder dan 10 mlmin 800 mg per os om de 12 uur. Indien in laatstgenoemde groep van patiënten intraveneuze toediening noodzakelijk is, kan bij nierfunctiestoornissen het bij de immuungecompromitteerde patiënten genoemde schema voor dosisreductie gebruikt worden. Indien zich dus bij patiënten met ongecompliceerde zoster problemen voordoen bij orale toediening, zou de lagere intraveneuze dosering (5 mgkg) kunnen worden gebruikt. Ook dan zal in geval van gestoorde nierfunctie de dosis verder moeten worden verlaagd of van behandeling met aciclovir moeten worden afgezien. In ieder geval moet bij een zeer geringe creatinineklaring (0-10 mlmin) deze intraveneuze dosis gereduceerd worden tot 2,5 mgkg om de 24 uur en na dialyse.

Ook bestaat géén volledige consensus over het effect van uitwendige (lokale) behandeling naast de intraveneuze of de orale behandeling bij patiënten met normale afweer.1928 In een dubbel-blind onderzoek met gebruikmaking van een placebo, uitgevoerd met 5-aciclovir-crème (5 dd gedurende 5 dagen) werden géén objectieve verschillen gezien in het ziektebeloop bij patiënten met normale afweer en werd geen statistisch significant verschil vastgesteld.28 Andere auteurs menen dat uitwendig toegepast aciclovir wel een gunstig (additief) lokaal effect heeft op het ziektebeloop.19 In een vergelijkend onderzoek bij patiënten met zoster ophthalmicus werd gevonden dat aciclovir-oogzalf een beter effect had bij de behandeling van kerato-uveitis dan uitwendig toegediende corticosteroïden.29

Bijwerkingen van aciclovir

Aciclovir is tot op heden een middel gebleken met een relatief gering aantal (dosis-afhankelijke) bijwerkingen.30-32 Beschreven zijn onder meer geringe encefalopathie, gastro-intestinale verschijnselen en incidenteel van flebitis.30 Deze afwijkingen zijn reversibel. Overgevoeligheid voor aciclovir, hoewel nog maar zelden beschreven, vormt (zoals ook aangegeven in de bijsluiter) een contra-indicatie voor het gebruik.31 Bij patiënten met een gestoorde nierfunctie kan, zoals uitdrukkelijk is gesteld, dosisreductie noodzakelijk zijn. Bij toediening van aciclovir dient men in ieder geval steeds zorg te dragen voor een goede hydratie en nauwkeurige controle van de nierfunctie.33

Beschouwing

Bij de behandeling van herpes zoster staan voorop zowel beperken van de uitbreiding van de infectie (voorkómen van nieuwe huidafwijkingen en bij immuunstoornissen vooral van viscerale disseminatie) en van de duur van de afwijkingen, als voorkómen van directe neurale en oculaire complicaties. De huidige mogelijkheden voor behandeling bij patiënten met en zonder gestoorde afweer worden samengevat in de tabel. Zowel bij immuungecompromitteerde patiënten als bij patiënten bij wie gezien de lokalisatie van zoster complicaties verwacht kunnen worden, zou bij opname gekozen moeten worden voor een zo spoedig mogelijke intraveneuze toediening van aciclovir in een hoge dosering (10 mgkg om de 8 uur gedurende 7 dagen). Gewezen is op het alternatief van orale toediening, indien opname in het ziekenhuis niet mogelijk is. Bij nierfunctiestoornissen zal de dosering moeten worden aangepast, ook bij immuungecompromitteerde patiënten, zoals eerder in het schema voor dosisreductie is aangegeven. Bij doorsnee herpes zoster (dermatoomsgewijze lokalisaties) is vooral bij jongere patiënten opname niet gebruikelijk en kan aciclovir per os (800 mg 5 dd gedurende 7 dagen) worden toegediend. Ook in geval van ernstige zoster tijdens zwangerschap zou aciclovir effectief kunnen zijn bij de bestrijding van complicaties bij moeder en kind.34

Misschien zou bij de patiënten met efficiënte resorptie in de darm ook een minder hoge orale dosis effectief kunnen zijn. Mede doordat bij het begin van de behandeling over de darmresorptie geen gegevens bekend zijn, is in principe (bij ongestoorde nierfunctie) de hogere orale dosis (800 mg 5 dd gedurende 7 dagen) bij de gewone zoster aan te bevelen.91012 Bij zeer ernstig immuungecompromitteerde patiënten wordt combinatietherapie van aciclovir met vidarabine gepropageerd.35

Het blijkt van groot belang te zijn een zich ontwikkelende herpes zoster in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen aan prodromale verschijnselen zoals koorts, algemene malaise en segmentale pijn in combinatie met erytheem en beginnende gegroepeerde vesiculae ter plaatse (figuur 2), teneinde aciclovir binnen 48 uur toe te kunnen dienen. Indien onduidelijkheid bestaat over de aard van de virusinfectie, kan een Tzanck-test snel uitsluitsel geven.36 Materiaal voor verdere virologische diagnostiek dient natuurlijk wel te worden afgenomen. Vaak komen patiënten met een doorsnee herpes zoster pas om hulp nadat de voor therapie gunstige periode van de eerste drie dagen (en bij voorkeur de eerste 48 uur) voorbij zijn en de ziekte zich al heeft uitgebreid (figuur 3). Ook na deze periode kan het nuttig zijn aciclovir toe te dienen, op voorwaarde dat er behalve oudere (crusteuze) afwijkingen ook nieuwe vesikels aanwezig zijn. Naast de algemene behandeling heeft bij zoster ophthalmicus lokale therapie (aciclovir-oogzalf) wellicht een gunstig effect op het beloop van de oogafwijkingen.29

Bij immuungecompromitteerde patiënten, waartoe in ieder geval ook AIDS-patiënten kunnen worden gerekend, is het aan te bevelen preventief informatie te verschaffen over de verschijnselen van herpes zoster.3 Hierdoor kunnen zij tijdig medische hulp vragen, waardoor een zo goed mogelijke behandeling kan volgen.

Literatuur
  1. O'Brien JJ, Campoli-Richards DM. Acyclovir; anupdated review of its antiviral activity, pharmacokinetic properties andtherapeutic efficacy. Drugs 1989; 37: 233-309.

  2. Veen J van der. Voorlopige plaatsbepaling van het nieuwevirustaticum aciclovir. Ned TijdschrGeneeskd 1986; 130: 246-9.

  3. Bergink GJ, Gill K. Kleine kwalen in dehuisartsgeneeskunde; herpes zoster.Ned Tijdschr Geneeskd 1988; 132:1235-7.

  4. Oxman MN. Varicella and herpes zoster. In: FitzpatrickThB, Eisen AZ, Wolff K, Freedberg IM, Austen KF, eds. Dermatology in generalmedicine. 3e druk. McGrawHill, 1987: 2314-40.

  5. Shepp DH, Dandliker PS, Meyers JD. Treatment ofvaricella-zoster virus infection in severely immunocompromised patients. Arandomized comparison of acyclovir and vidarabine. N Engl J Med 1986; 314:208-12.

  6. Balfour HH. Varicella zoster virus infections inimmunocompromised hosts. A review of the natural history and management. Am JMed 1988; 85: 68-72.

  7. Lietman PS. Antiviral chemotherapy. Am J Med 1988; 85(suppl 2a): 1-2.

  8. Huff CJ. Antiviral treatment in chickenpox and herpeszoster. J Am Acad Dermatol 1988; 18: 204-6.

  9. McKendrick MW, McGill JI, White JE, Wood MJ. Oralacyclovir in acute herpes zoster. Br Med J 1986; 293: 1529-32.

  10. McKendrick MW. Oral acyclovir therapy of acute herpeszoster infections in elderly immunocompetent patients. Research and ClinicalForums 1987; 9: 33-6.

  11. Wood MJ, Ogan PH, McKendrick MW, Care CD, McGill JI, WebbE. Efficacy of oral acyclovir treatment of acute herpes zoster. Am J Med1988; 85 (suppl 2a): 79-83.

  12. Huff JC, Bean B, Balfour jr HH, et al. Therapy of herpeszoster with oral acyclovir. Am J Med 1988; 85: 84-9.

  13. Morton P, Thomson AN. Oral acyclovir in the treatment ofherpes zoster in general practice. NZ Med J 1989; 102: 93-5.

  14. Peterslund NA. Management of varicella zoster infectionsin immunocompetent hosts. Am J Med 1988; 85 (suppl 2a): 74-8.

  15. Duschet P, Schwarz T, Soyer P, Henk A, Hausmaninger H,Gschnait F. Treatment of herpes zoster. Recombinant alpha interferon versusacyclovir. Int J Dermatol 1988; 27: 193-7.

  16. Juel-Jensen BE. Oral acyclovir in acute herpes zoster. BrMed J 1987; 294: 974.

  17. McKendrick MW, McGill JI, Wood MJ. Lack of effect ofacyclovir on postherpetic neuralgia. Br Med J 1989; 298: 431.

  18. Peterslund NA. Herpes zoster associated encephalitis:clinical findings and acyclovir. Scand J Infect Dis 1988; 20:583-92.

  19. Levin MJ, Zaia JA, Hershey BJ, Davis LG, Robinson GV,Segreti AC. Topical acyclovir treatment of herpes zoster in immunocompromisedpatients. J Am Acad Dermatol 1985; 13: 590-6.

  20. Pettersson E, Hovi T, Ahonen J, et al. Prophylactic oralacyclovir after renal transplantation. Transplantation 1985; 39:279-81.

  21. Selby PJ, Eaton DF, Powles RL. Prophylaxis of herpeszoster in immunocompromised patients using oral and intravenous acyclovir.Research and Clinical Forums 1987; 9: 75-7.

  22. Conant MA. Prophylactic and suppressive treatment withacyclovir and the management of herpes in patients with acquiredimmunodeficiency syndrome. J Am Acad Dermatol 1988; 18: 186-8.

  23. Mansell C. Acyclovir resistance. NZ Med J 1989; 102:227.

  24. Boucher ChAB. Aciclovir resistente herpessimplex-virusstammen bij AIDS-patiënten.Ned Tijdschr Geneeskd 1989; 133:1232.

  25. Cobo M. Reduction of the ocular complications of herpeszoster ophthalmicus by oral acyclovir. Am J Med 1988; 85 (suppl 2a):90-3.

  26. Schrader B, Laskawi H, Schröder M, Chilla R, BrauniuJ. Zur Therapie der Fazialisparese bei Zoster Oticus mit Aciclovir. LaryngolRhinol Otol (Stuttg) 1989; 68: 141-3.

  27. Smith JT, Dickins JRE, Graham SS. Herpes zoster oticus.Treatment with intravenous acyclovir. Laryngoscope 1988; 98:776-70.

  28. Mandal BK, Dunbar EM, Ellis ME, Ellis J, Dowd P. Adoublemasked, placebo-controlled trial of acyclovir cream in immunocompetentpatients with herpes zoster. J Infect 1988; 17: 57-63.

  29. McGill JI, Chapman C. A comparison of topical acyclovirwith steroids in the treatment of herpes zoster keratouveitis. Br JOphthalmol 1983; 67: 746-50.

  30. Arndt KA. Adverse reactions to acyclovir. Topical, oraland intravenous. J Am Acad Dermatol 1988; 18: 188-90.

  31. Camarassa JG, Serra-Baldrich E. Allergic contactdermatitis from aciclovir. Contact Dermatitis 1988; 19: 235-6.

  32. Balfour HH. Acyclovir therapy for herpes zoster:advantages and adverse effects. JAMA 1986; 255: 387-8.

  33. Harrington MG, Durward WF, Simpson JA. Renal impairmentand acyclovir. Lancet 1981; ii: 1281.

  34. Fox GN, Strangarity JW. Varicella-zoster infections inpregnancy. Am Fam Physician 1989; 39: 89-98.

  35. Nagafuchi S, Moriyama K, Takamatsu Y, et al. Treatment ofdisseminated herpes zoster in six severely immunocompromised patients:acyclovir and vidarabine. Jpn J Med 1989; 28: 100-4.

  36. Folkers E, Oranje AP. Een snelle diagnostische test(Tzanck-test) ter uitsluiting van herpesvirusinfecties bij blaasjes, blarenen pustels. Ned Tijdschr Geneeskd1985; 129: 241-3.

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis Rotterdam-Dijkzicht, afd. Dermatologie en Venereologie, Dr. Molewaterplein 40, 3015 GD Rotterdam.

Prof.dr.Th.van Joost, dermatovenereoloog.

Gerelateerde artikelen

Reacties

P.J.
van den Broek

Leiden, augustus 1990,

In zijn artikel stelt collega Van Joost onzes inziens ten onrechte niet ter discussie of het geven van aciclovir aan een patiënt met herpes zoster en een normale weerstand therapeutisch relevant is (1990;1080-4). Uit de verrichte onderzoeken blijkt dat de winst ten aanzien van verkorting van de ziekteduur ongeveer 2 dagen is op een natuurlijk ziektebeloop van ca. 10 dagen, wanneer binnen 48 uur wordt begonnen met de behandeling. Therapeutische winst ten aanzien van de postherpetische pijn is er niet. Aciclovir vermindert alleen de pijn in de acute fase. De belangrijkste winst die met aciclovir is te bereiken, is het voorkómen van oogcomplicaties bij patiënten met een herpes zoster van de 1e tak van de N. trigeminus. Dit is onzes inziens dan ook de enige indicatie voor het geven van aciclovir aan een patiënt met een normale gastheerweerstand.

In vrijwel alle onderzoeken bij patiënten met normale weerstand is aciclovir niet langer gegeven dan 5 dagen. Daarom is het jammer dat het advies om 7 dagen te behandelen niet wordt gemotiveerd. Het is onzes inziens een overbodige kostenverhogende verlenging van de therapie.

P.J. van den Broek
J.W.M. van der Meer
Th.
van Joost

Rotterdam, augustus 1990,

Bij de meeste jongere patiënten met normale algemene afweer verloopt herpes zoster met minder algemene symptomen, waaronder acute pijn. Deze groep van patiënten behoeft inderdaad geen specifieke antivirale therapie. Op dit punt kan ik het volledig eens zijn met de opmerkingen van de collegae Van den Broek en Van der Meer. Bij oudere en in ieder geval bij bejaarde patiënten zal echter, ook als er van een algemene immuunstoornis geen sprake is, de ontwikkeling van de klinische activiteit moeilijker te voorspellen zijn. Hierom kan het ook hier verstandig zijn een zo vroeg mogelijke behandeling met aciclovir in te stellen.1

Verschillende onderzoekers vermelden bij patiënten met normale algemene afweer en herpes zoster een orale dosering (800 mg 5 dd) die inderdaad gedurende 7 dagen werd voorgeschreven.2-5 McKendrick et al. beschrijven ervaringen, waarbij bij sommige patiënten die 5 dagen oraal met aciclovir behandeld waren hierna de acute pijn weer verergerde, terwijl deze wel duidelijk verminderd was tijdens de behandelingsperiode.6 De mogelijkheid dat er bij te korte behandelingsduur sprake zou kunnen zijn van een niet afdoende remming van virusreplicatie is overwogen.6 Zekerheid hieromtrent bestaat er echter niet. Overigens zijn althans mij geen gegevens bekend uit de literatuur, waarbij bij orale toediening van aciclovir (800 mg 5 dd) de effectiviteit van een behandelingsduur van 5 dagen is vergeleken met die van 7 dagen en op basis waarvan definitieve conclusies zouden kunnen worden getrokken ten aanzien van de zo kort mogelijke meest effectieve behandelingsduur.

Th. van Joost
Literatuur
  1. Peterslund NA. Management of varicella zoster infections in immunocompetent hosts. Am J Med 1988; 85 (Suppl 2a): 74-8.

  2. McKendrick MW. Oral acyclovir therapy of acute herpes zoster in elderly immunocompetent patients. Res Clin Forums 1987; 9: 33-6.

  3. Morton P, Thomson AN. Oral acyclovir in the treatment of herpes zoster in general practice. NZ Med J 1989; 102: 93-5.

  4. O'Brien JJ, Campoli-Richards DM. Acyclovir. An updated review of its antiviral activity, pharmacokinetic properties and therapeutic efficacy. Drugs 1989; 37: 233-309.

  5. Wood MJ, Ogan PH, McKendrick MW, Care CD, McGill JI, Webb E. Efficacy of oral acyclovir treatment of acute herpes zoster. Am J Med 1988; 85 (Suppl 2a): 79-83.

  6. McKendrick MW, McGill JI, White JE, Wood MJ. Oral acyclovir in acute herpes zoster. Br Med J 1986; 293: 1529-32.