Geneeskundige armenzorg: een verdwenen praktijk?

Igor van Laere, sociaal geneeskundige Daklozenzorg
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:B13

Met de komst van moderne medische voorzieningen en de verdwijning van academische centra als burchten van zorg uit het hart van arme wijken zijn de geneeskundige armenzorg en academische verwondering voor de onderlaag verdwenen. Bovendien gaat de huisdokter amper nog op huisbezoek. De armen en de zwakken verdienen tijdig medisch contact. Het uitblijven van tijdige hulp zorgt voor een stijging van het aantal bedden in de maatschappelijke opvang en verslavingszorg, voor gedwongen psychiatrie en voor armen en zwervers achter tralies. Voor de armen en de zwakken komt de dokter altijd te laat.

Sociale werkplaats

Bennie kon niet meekomen op school en werkte later in een sociale werkplaats. Hij woonde in bij zijn oude moeder, maar die moest naar een verpleeghuis. Bennie mocht niet in de woning blijven. Zijn naam stond niet op het huurcontract. Op zijn 43e werd hij dakloos. Hij sliep in een park en in de nachtopvang. Hij snapte weinig van loketten en niets van papieren. Uit verveling zette hij zich aan het bier. Na een jaar zwerven zag ik Bennie, veel te laat, op het daklozenspreekuur in een opvanghuis; laagbegaafd, verwaarloosd, stinkend naar alcohol, met een slecht gebit, een pneumonie, en loopvoeten met erysipelas. Bennie werd opgenomen in een gasthuis, in de ziekenboeg van het Leger des Heils, voor medisch en sociaal herstel.

Na de verhuizing van moeder naar het verpleeghuis bekommerde niemand zich om Bennie. De huisarts en de thuiszorg waren alleen betrokken bij moeder. De woningcorporatie stuurde een brief, maar die kon Bennie niet lezen. Van de sociale werkplaats kwam niemand over de vloer. En de huismeester die een oogje in het zeil had kunnen houden, was al jaren geleden afgeschaft.

Bennie heeft geen hulpvraag, nooit gehad. Maar Bennie is zelf verantwoordelijk! Treurig, dat de sociaal zwakke Bennie moet verkommeren en verloederen om, via medisch contact, hulp in de maatschappelijke opvang te krijgen, zodat er weer iemand is die zich om hem bekommert.

Hoogleraar Sociale Geneeskunde Arie Querido (1901-1983) schreef in 1952: ‘Of men sociale geneeskunde beoefent, wordt niet bepaald door het gebied van de geneeskunde, maar uitsluitend en in zoverre als in het medisch handelen op welk gebied ook het sociale element beleefd wordt. Het is volstrekt onmogelijk, dat de arts nu en in de toekomst zijn taak goed zou kunnen uitvoeren, doch dit sociale element zou kunnen blijven negeren zoals hij tot nu toe gedaan heeft. Sociale geneeskunde is de ontmoeting van arts en maatschappij in de patiënt’ (A. Querido. Geneeskunst in transcendentie. Leiden: Stenfert Kroese; 1952. p. 24-5).

Zorgwekkend

Vandaag, een halve eeuw later, ontmoeten artsen de armen en zwakken zoals Bennie veel te laat, via zwerftochten, in crisis in de tweede lijn of in de maatschappelijke gasthuizen. Op straat en in de moderne armenhuizen is de medische zorg marginaal en van academische verwondering verstoken. Dakloos worden, dat doet men thuis, daar waar de dokter het sociale element dient te beleven om tijdig medisch te kunnen adviseren. Een toename van mensen in de maatschappelijke opvang, verslavingszorg, gedwongen psychiatrie en achter tralies is voor mij een bewijs dat dokters te laat zijn en de zorg aan huis mijden. Zorgwekkend.

Reacties