Geïllustreerd anatomisch zakwoordenboek van de internationale nomenclatuur

Media
H. Feneis
C.J.E. Kaandorp
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2000;144:910
Download PDF

artikel

H.Feneis, Geïllustreerd anatomisch zakwoordenboek van de internationale nomenclatuur. (Uit het Duits vertaald.) 3e, herziene druk. 454 bl., fig. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten 1999. ISBN 90-313-2873-1. Prijs: ingen. ƒ 75,-.

Terminologia anatomica

Terminologia anatomica. International anatomical terminology (incl. cd-rom). Samengesteld door de Federative Committee on Anatomical Terminology. 292 bl. Georg Thieme Verlag, Stuttgart 1998. ISBN 3-13-115251-6. Prijs: geb. ƒ 101,15.

Het anatomisch zakwoordenboek van Feneis (kortweg aangeduid als Feneis) wordt studenten geneeskunde in ons land sinds decennia aanbevolen bij het bestuderen van de anatomie. Aanvankelijk werd hier de oorspronkelijke Duitse versie gebruikt; sinds 1983 is er een Nederlandse vertaling. Omdat in de inmiddels 8e Duitse editie vele, soms ingrijpende, wijzigingen zijn aangebracht is die editie in het Nederlands vertaald en als 3e, herziene druk uitgegeven, zo staat in het voorwoord. In deze druk is ook de nieuwe spelling gebruikt. Hoewel de tekeningen niet eens lijken op die in anatomische atlassen en de tekst de topografische anatomie in telegramstijl beschrijft, is Feneis nog steeds het boek dat menigeen als eerste pakt, tijdens de studie en later in de praktijk.

Ook de nieuwe uitgave biedt per orgaansysteem duidelijke lijntekeningen, de officiële Latijnse termen, geldige alternatieven en bondige omschrijvingen, in een handzaam formaat. Bovendien is een steunkleur gebruikt die de hiërarchie van de anatomische structuren aangeeft en die het zoeken van woorden in de tekst moet vergemakkelijken. Wel is jammer dat ook bij het register in deze druk bovenaan de bladzijden niet is aangegeven met welke beginletter men van doen heeft - dit werd in de vorige boekbespreking in dit tijdschrift al genoemd en het invoeren van zo'n aanduiding blijft een aanrader (1984:922). Ook kloppen enkele (van de duizenden) verwijzingen niet: de nummers bij ‘tunica adventitia’, ‘tunica intima’, ‘tunica media’ en ‘vas(a) vasorum’ verwijzen naar een verkeerde bladzijde.

Een belangrijker punt is het gebruik van ‘de internationale nomenclatuur’. Volgens de flaptekst heeft men de huidige Nomina anatomica (NA) gebruikt; waarschijnlijk is dat de 6e druk uit 1989. Dit referentiewerk voor anatomische begrippen is echter recentelijk overvleugeld door een ander: de Terminologia anatomica (TA). Het is te hopen dat de volgende druk van Feneis is aangepast aan deze herziene en uitgebreide terminologie. Tot die tijd en met deze kanttekening is het een prima geïllustreerd anatomisch zakwoordenboek voor eenieder die daar behoefte aan heeft.

Als opvolger van de NA, referentiewerk voor anatomische termen, is er nu de TA. Het boek is iets groter en dikker dan zijn voorganger, maar nog steeds goed hanteerbaar en bovendien ook uitgevoerd als cd-rom, met handige zoekmogelijkheden. De indeling naar orgaansysteem in de TA is dezelfde als in de NA en ook hier vormen de Latijnse woorden de basis. Verwacht overigens geen verduidelijkende tekeningen zoals in Feneis; de TA is te vergelijken met een telefoonboek of met het ‘Groene boekje’ (de Woordenlijst Nederlandse taal): het is een lijst met de officiële benamingen van anatomische structuren. Doel is het zoveel mogelijk voorkomen van spraakverwarring op dit gebied.

Een in het oog springend verschil met de NA is dat de Latijnse termen in de TA voorzien zijn van een nummer en van een Engels equivalent. De nummers zijn voor de gebruiker vooral handig bij het opzoeken van een woord uit een van de registers in de lijsten met benamingen in het boek zelf. Met behulp van de Engelse equivalenten kan men termen uit de internationale Engelstalige literatuur opzoeken om de gewenste officiële Latijnse term te vinden.

Verder zijn er woorden toegevoegd: vooral de namen van min of meer recentelijk ontdekte structuren, zoals een aantal hersenkernen. Bovendien is in voetnoten bij de termen extra informatie te vinden over onder andere de nieuwe inzichten in de functionele neuroanatomie. Daarnaast is een enkele keer de spelling veranderd door correctie van het Latijn; zo heten de lymfeknopen van de okselholten in de NA ‘nodi lymphatici axillares’ en in de TA ‘nodi lymphoidei axillares’. Soms gaat de verandering verder: de term ‘nodi lymphatici brachiales’ (lymfeknopen langs de A. axillaris voor lymfe uit de arm) is in de TA vervangen door de term ‘nodi humerales’ (met een bredere betekenis). Dat de samenstellende anatomen rekening hebben gehouden met clinici als gebruikers van de termen blijkt onder andere uit het opnemen van synoniemen: de ‘nodi brachiales’, ‘nodi subscapulares’ en de ‘nodi pectorales’ staan in de TA ook vermeld als ‘nodi laterales’, ‘nodi posteriores’ en ‘nodi anteriores’. De ‘sulcus supratarsalis’ (omslagplooi van het bovenooglid) is overigens in beide boeken niet te vinden.

Een ander verschil met de NA wordt gevormd door de registers die aan de TA zijn toegevoegd (bij de NA moest de gebruiker ongeveer de plaats weten waar in het lichaam de structuur moest worden gezocht om dan in het betreffende hoofdstuk te gaan bladeren). De TA is voorzien van een register met Latijnse termen en een met Engelse. Zelfs is een register van eponiemen opgenomen ten behoeve van de vervanging van deze vernoemingen door in anatomisch opzicht betekenisvollere aanduidingen.

Het lijkt er alleszins op dat met dit boek en de bijbehorende cd-rom een moderne, eenduidige benaming van anatomische structuren beter mogelijk is.

Gerelateerde artikelen

Reacties