Erasmus MC, Rotterdam.
Afd. Maatschappelijke Gezondheidszorg: prof.dr. A. van der Heide, arts-epidemioloog; drs. E. Geijteman, arts; prof.dr. P.J. van der Maas, arts.
Afd. Interne Oncologie: dr. L. van Zuylen, internist-oncoloog.
Universitair Medisch Centrum Utrecht, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnsgeneeskunde, Utrecht.
Prof.dr. J.J.M. van Delden, verpleeghuisarts.
Vrije Universiteit medisch centrum, afd. EMGO+, Amsterdam.
Prof.dr. B.D. Onwuteaka-Philipsen, gezondheidswetenschapper.
Verantwoording
Belangenconflict: een formulier met belangenverklaring is beschikbaar bij dit artikel op www.ntvg.nl (zoeken op A6857; klik op ‘Belangenverstrengeling’). Financiële ondersteuning: voor dit onderzoek ontvingen de auteurs subsidie van ZonMw.
Aanvaard op 11 december 2013
Morfine in de stervensfase
Er wordt vaak gedacht en gemeld dat morfine het levenseinde bespoedigd. Ik vraag me af of daar enig wetenschappelijk bewijs voor of dat dit een idee fixe is.
Welk mechanisme zou aan een versneld levenseinde ten grondslag liggen? De enige optie die in het artikel genoemd wordt is ademdepressie. In ruim 30 jaar toepassen van normale doseringen (starten met 20 tot 30 mg per dag, soms ophogen tot 60 mg per dag) heb ik geen echte adendepressies gezien. Wel Cheyne Stokes ademen maar die zie ik ook voor de start met morfine of zonder morfine.
Mijn ervaring (niet wetenschappelijk onderzocht) is juist dat patiënten door lage doseringen morfine ontspannen en mogelijk door afname van de strijd minder snel (maar meer comfortabel) overlijden. Het is interessant om te onderzoeken of het idee van bespoedigen van het levenseinde klopt.
PDF Frijns, specialist ouderengeneeskunde, Sevagram, Heerlen