Erasmus MC-Centrum, afd. Maatschappelijke Gezondheidszorg, Postbus 2040, 3000 CA Rotterdam.
Mw.dr.A.van der Heide, arts-epidemioloog; mw.H.M.Buiting en mw.dr.J.A.C.Rietjens, gezondheidswetenschappers; hr.prof.dr.P.J.van der Maas, sociaal geneeskundige.
VU Medisch Centrum, afd. Sociale Geneeskunde en Instituut voor Extramuraal Geneeskundig Onderzoek, Amsterdam.
Mw.dr.B.D.Onwuteaka-Philipsen, mw.dr.M.L.Rurup en mw.J.E.Hanssen-de Wolf, gezondheidswetenschappers; mw.dr.H.R.W.Pasman, verpleegkundige en gezondheidswetenschapper; hr.prof.dr.G.van der Wal, sociaal geneeskundige.
Universitair Medisch Centrum Utrecht, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, Utrecht.
Hr.prof.dr.J.J.M.van Delden, verpleeghuisarts.
Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, afd. Sociale Geneeskunde, Amsterdam.
Mw.mr.A.G.J.M.Jansen, jurist; hr.prof.dr.J.K.M.Gevers, gezondheidsjurist.
Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg.
Hr.C.J.M.Prins en mw.I.M.Deerenberg, gezondheidswetenschappers.
(Geen onderwerp)
Een zorgvuldige uitvoering van euthanasie vergt zeer veel uren van zorgvuldige voorbereiding na een verzoek van de patiënt: gesprekken met patiënt en familie, tijdstip- en plaatsbepaling (thuis of in ziekenhuis) en daarna de uitvoering (zie 2007:1635-42).
Aangezien ik vrijwel uitsluitend ervaring heb met klinisch uitgevoerde euthanasie beperk ik mij daartoe. Na de gesprekken met patiënt en familie volgt raadplegen van een 2e arts, eventueel een Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland(SCEN)-arts, opnameregeling als de patiënt nog niet in het ziekenhuis ligt, overleg met de verpleging, tijdstipbepaling, inlichten van de schouwarts, bestellen van medicamenten, inbrengen van infuus, begeleiding van de aanwezigen bij euthanasie, uitvoering op een tijdstip dat er geen polikliniektaken of andere werkzaamheden zijn (vaak in lunchtijd) en ook op een tijdstip dat de schouwarts snel kan komen en verpleegkundigen beschikbaar zijn. Daarna volgen invullen van papieren, gesprekken met familie na de euthanasie, overleg met de schouwarts, wachten op bericht van de melding door de schouwarts aan de officier van justitie, kortom veel tijdrovend werk op altijd ongelegen momenten, dat bovendien (dat vind ik niet belangrijk, maar ik noem het wel) onbezoldigd is.
De vele uren (onbezoldigd) werk op altijd ongelegen tijdstippen kunnen weliswaar door euthanasieartsen ten dele worden opgevuld, maar betekenen dat een lege artis uitgevoerde euthanasie voor de klinisch werkende specialist vrijwel altijd ongelegen komt en dat is de reden dat een terminale sedatie met terminale begeleiding, die dan geen euthanasie heet, bij de meeste specialisten de voorkeur verdient.
De daling van het aantal euthanasiegevallen is hierdoor heel begrijpelijk en eenzelfde ontwikkeling is wellicht voor de huisartspraktijk te verwachten. De conclusie dat deze daling mogelijk samenhing met een toename van bijvoorbeeld het aantal palliatieve sedaties versterkt deze opvatting.
(Geen onderwerp)
Amsterdam, juli 2007,
De auteurs zien af van een onderschrift.