Een solitaire sternumhaard op het skeletscintigram na behandeling wegens mammacarcinoom

Klinische praktijk
Abstract
B.H.R. Vriens
J.M. Klaase
J.H. Schornagel
H. Bartelink
E.J.Th. Rutgers
Leestijd
12 minuten
Citeren

Artikel

Botmetastasen van mammacarcinoom komen regelmatig voor.1 Skeletscintigrafie is de gevoeligste methode om botmetastasen op te sporen, maar is weinig specifiek.2 Meestal komen de botmetastasen op meerdere plaatsen voor, maar soms is er een solitaire bothaard.2-5 Zo’n solitaire botmetastase kan zich in het sternum bevinden en moet onderscheiden…

Auteursinformatie

Medisch Spectrum Twente, Afd. Chirurgie, Postbus 50.000, 7500 KA Enschede.

Mw.B.H.R.Vriens, assistent-geneeskundige; hr.dr.J.M.Klaase, chirurg-oncoloog.

Nederlands Kanker Instituut-Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, Amsterdam.

Afd. Medische Oncologie: hr.dr.J.H.Schornagel, internist-oncoloog.

Afd. Radiotherapie: hr.prof.dr.H.Bartelink, radiotherapeut-oncoloog.

Afd. Chirurgie: hr.dr.E.J.Th.Rutgers, chirurg-oncoloog.

Contact hr.dr.J.M.Klaase (j.klaase@ziekenhuis-mst.nl)

Reacties

Rotterdam, september 2007,

De klinische les van collega Vriens et al. (2007:1909-14) geeft een goed overzicht van de problemen die een solitaire sternumhaard bij patiënten met een mammacarcinoom kan geven bij de differentiaaldiagnostiek. Wij kunnen ons echter niet verenigen met de constatering dat patiënten met een echte botmetastase in het sternum in aanmerking komen voor resectie, en patiënten met een para- of retrosternaal recidief niet; deze is namelijk gebaseerd op een enkel artikel met daarin de casussen van 9 patiënten.1 Nu is de literatuur over de genoemde problematiek inderdaad erg beperkt; bovendien worden meestal de casussen van patiënten met een thoraxwandresectie bij een recidief mammacarcinoom beschreven, waarbij het bijna nooit duidelijk is om wat voor recidieven het gaat: echte lokale recidieven na een mastectomie, oksel- of parasternale lymfklierrecidieven of sternummetastasen? Het onderscheiden van deze recidieven lijkt zinnig, dit in relatie met de uiteindelijke prognose. Wij hebben retrospectief voor alle thoraxwandresecties voor recidief mammacarcinoom in de periode 1988-2006 onderzocht om welk soort recidief het ging. In de totale groep van 98 behandelde patiënten vonden wij 7 patiënten met een sternummetastase (groep 1) en 29 patiënten met een parasternaal recidief (groep 2).

In groep 1 was het interval tussen primaire operatie en een in opzet curatieve sternumresectie (6 patiënten) 51-132 maanden (gemiddeld 93). Na 13-53 maanden waren 4 patiënten nog in leven zonder ziekte, en was er één patiënte met ziekteactiviteit na 15 maanden. Eén patiënte is intercurrent overleden na 27 maanden. Eén patiënte onderging een palliatieve ingreep 260 maanden nadat bij haar mammacarcinoom was vastgesteld, en overleed 5 maanden na de sternumresectie. Op basis van deze uitkomsten kunnen wij de conclusie van het artikel dus bevestigen: een solitaire sternummetastase kan in principe curatief worden geopereerd.

In groep 2 is de algehele 2- en 4-jaarsoverleving voor alle patiënten respectievelijk 60 en 33%. Deze uitkomst is dus aanzienlijk beter dan die in groep 1, zodat we niet mee kunnen gaan in de conclusie van collega Vriens et al. dat patiënten met een recidief in de parasternale klierketen niet voor operatie in aanmerking zouden kunnen komen. De uitkomsten van het alternatief om deze patiënten te bestralen, zijn eveneens onzeker, omdat voor deze patiënten ook nauwelijks literatuurgegevens bekend zijn.

Ons beleid zal naar aanleiding van dit retrospectieve onderzoek niet worden veranderd. Ook patiënten met een parasternaal recidief zullen, in tegenstelling tot wat in de klinische les wordt voorgesteld, niet primair worden bestraald, maar een voorste thoraxwandresectie ondergaan. Een dergelijke operatie kan overigens worden uitgevoerd met weinig morbiditeit.

A.N. van Geel
C. van der Pol
T. Lans
M.M.E. Menke-Pluijmers
Literatuur
  1. Noguchi S, Miyauchi K, Nishizawa Y, Imaoka S, Koyama H, Iwanaga T. Results of surgical treatment for sternal metastasis of breast cancer. Cancer. 1988;62:1397-401.

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'
Inclusief gebruik van de NTVG-app

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 8 2026
NTVG nummer 9 2026
NTVG nummer 10 2026