Is het wel een herseninfarct?

Een patiënt met acute neurologische uitval

Illustratie van hersenen.
Franka Lambert
Maarten Uyttenboogaart
Marina A.J. Tijssen
Judith G.M. Rosmalen
Gert Jan R. Luijckx
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D5918
Abstract

Dames en Heren,

Bij een patiënt met acute neurologische uitval wordt vaak gedacht aan een herseninfarct, terwijl een functionele neurologische stoornis (FNS) ook acuut kan optreden, met verschijnselen die sterk lijken op een herseninfarct. Vroeger noemde men dit psychogene of lichamelijk onverklaarde klachten. Vanwege een nieuwe kijk op het ziektebeeld is de term FNS geïntroduceerd. Een acute FNS is, naast epilepsie en migraine, een van de meest voorkomende vormen van acute neurologische uitval die niet wordt veroorzaakt door een herseninfarct. Het kan lastig zijn om snel en betrouwbaar onderscheid te maken tussen een acuut herseninfarct en een FNS. Aan de hand van twee casussen illustreren wij hoe dit onderscheid kan worden gemaakt.

Patiënt A, een 34-jarige man, werd met spoed naar de SEH verwezen vanwege verminderde kracht in de rechter arm en het rechter been. Daarbij kon hij moeilijker op woorden komen en liep hij onzeker. De klachten waren 4 uur eerder begonnen. De voorgeschiedenis vermeldde spierspanningshoofdpijn en recentelijk een folliculitis op de hoofdhuid. Patiënt had geen vasculaire risicofactoren.

Bij onderzoek op de SEH zagen wij een wisselend aanspanningspatroon van rechter arm en been. Bij de proef van Barré kon patiënt de rechter arm met de ogen open in de lucht houden, bij het sluiten van de ogen zakte zijn rechter arm uit, zonder pronatie. Bij onderzoek van het rechter been was het teken van Hoover (figuur) positief. Verder neurologisch onderzoek liet geen afwijkingen zien. De bloeddruk was 129/73 mmHg.

Figuur
Kenmerken van een functionele stoornis bij neurologisch onderzoek
Figuur | Kenmerken van een functionele stoornis bij neurologisch onderzoek
Weergave van specifieke verschijnselen bij neurologisch onderzoek die wijzen op de diagnose ‘functionele neurologische stoornis’. (a) teken van Hoover. De onderzoeker legt de hand onder het been met de parese (blauw). De patiënt wordt gevraagd het paretische been in het bed te drukken, zonder effect. Hierna wordt gevraagd het andere been op te tillen tegen weerstand. Bij een functionele verlamming voelt de onderzoeker druk aan de aangedane zijde wanneer het andere been wordt opgetild. Bij een organische verlamming wordt deze druk niet gevoeld. (b) Heup-abductieteken. De patiënt wordt gevraagd om de aangedane heup naar buiten te bewegen. Dit lukt willekeurig niet, maar wel wanneer de patiënt het andere been tegen weerstand naar buiten beweegt. (c) Proef van Barré. Wanneer de arm uitzakt zonder pronatie wijst dit op een functionele neurologische stoornis. (d) De patiënt trekt de mondhoek actief naar beneden door de spieren in de hals aan te spannen. Beeld: Ruben Maalman.

Een CT-scan van het cerebrum met CT-angiografie en CT-perfusie liet geen aanwijzingen zien voor acute ischemie of occlusie van de grote cerebrale…

Auteursinformatie

UMCG, Groningen: Afd. Neurologie: F. Lambert, MSc, promovenda; dr. M. Uyttenboogaart, prof.dr. M.A.J. Tijssen en dr. G.J.R. Luijckx, neurologen. Afd. Psychiatrie en Interne Geneeskunde: prof.dr. J.G.M. Rosmalen, medisch bioloog en psycholoog.

Contact F. Lambert (f.lambert@umcg.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: er zijn mogelijke belangen gemeld bij dit artikel. ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Auteur Belangenverstrengeling
Franka Lambert ICMJE-formulier
Maarten Uyttenboogaart ICMJE-formulier
Marina A.J. Tijssen ICMJE-formulier
Judith G.M. Rosmalen ICMJE-formulier
Gert Jan R. Luijckx ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties