Een man zonder pro- en supinatie

Wat is de diagnose?
Imme Zengerink
Joost W. Colaris
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:A2723
Abstract
Download PDF

artikel

Casus

Een 18-jarige man werd via de huisarts verwezen naar de polikliniek Orthopedie met verminderde beweeglijkheid van de rechter arm, die vanaf de kinderleeftijd aanwezig was. De patiënt had geen pijnklachten, maar wel hinderlijk functieverlies bij sportuitoefening. Zijn broer had hetzelfde probleem aan beide armen. Bij lichamelijk onderzoek waren pro- en supinatie van de rechter onderarm volledig afwezig, met een neutrale stand van 5˚ pronatie (figuur a en b). Aan de linker arm was er bij actieve beweging 50˚ pronatie en 85˚ supinatie mogelijk. Conventioneel röntgenonderzoek toonde een benige verbinding proximaal tussen de radius en de ulna (figuur c), een radio-ulnaire synostose. Dit is een zeldzame congenitale aandoening die ontstaat wanneer de radius en de ulna – die uit hetzelfde kraakbenig voorstadium stammen – niet volledig splitsen in de embryonale fase. Vaak komt dit bilateraal voor. Wanneer de aandoening familiair voorkomt heeft ze een autosomaal dominant overervingspatroon en is ze geassocieerd met chromosomale anomalieën. Compensatoire schouder- en polsfunctie verminderen het functionele ongemak en een neutrale of geringe pronatiestand is functioneel gunstig. Bij een ongunstige positie bestaat de indicatie om een deroterende osteotomie van zowel radius als ulna te verrichten. Echter, pro- en supinatie blijven ook postoperatief afwezig. Gezien de functionele neutrale stand zonder pijnklachten werd bij de beschreven patiënt gekozen voor een expectatief beleid.

Figuur 1

Diagnose

Congenitale radio-ulnaire synostose.

Auteursinformatie

Erasmus Medisch Centrum, afd. Orthopedie, Rotterdam.

Drs. I. Zengerink, arts-assistent orthopedie; drs. J.W. Colaris, orthopedisch chirurg.

Contact drs. I. Zengerink (izengerink@gmail.com)

Verantwoording

Aanvaard op 15 oktober 2010

Gerelateerde artikelen

Reacties