De psychiatrische ziektegeschiedenis van Vincent van Gogh
Open

Geschiedenis
29-12-2000
E. van Meekeren

Over het ziektebeeld van Vincent van Gogh is veel geschreven. De meeste auteurs baseren de diverse diagnosen op de verschijnselen die hij vertoonde in zijn laatste levensjaren. Van Gogh had echter gedurende een veel groter deel van zijn leven symptomen die het best passen bij een borderline(persoonlijkheids)stoornis: impulsiviteit, stemmingswisselingen, zelfdestructief gedrag, verlatingsangst, onevenwichtig zelfbeeld, autoriteitsconflicten en anderszins gecompliceerde relaties. Als luxerend moment dat Vincents psychische evenwicht verstoorde -een evenwicht dat toch al wankel was door familiaire belasting, malnutritie, intoxicaties en uitputting, en door de borderlinestoornis - kan de verlating door zijn vriend Gauguin worden gezien. Er ontstond (ook) een organisch psychosyndroom met psychotische en epileptische verschijnselen. De stress (door sociale isolatie, door het psychiatrisch patiënt zijn, door slechte perspectieven), de buiten de ziekenhuizen doorgaande intoxicatie en vooral de problemen rondom zijn broer Theo deden een neerwaartse spiraal ontstaan, culminerend in suïcide.