De praktijk van systematische reviews. IX. Plaatsbepaling in behandelbeslissingen in richtlijnen

Klinische praktijk
Abstract
W.J.J. Assendelft
M.W. van Tulder
J.J.E. van Everdingen
M. Offringa
L.M. Bouter
Leestijd
15 minuten
Citeren

Samenvatting

- In een systematische review (SR) wordt omtrent een klinische vraagstelling het klinische bewijs uit verschillende studies systematisch en zo volledig mogelijk verzameld, op de mogelijkheid voor vertekening (bias) beoordeeld en op reproduceerbare wijze samengevoegd.

- De resultaten van een SR kunnen worden gebruikt in de individuele patiëntenzorg of bij het opstellen van een behandelrichtlijn.

- Een vast systeem volgens hetwelk het beschikbare bewijs naar validiteit van het gebezigde studietype wordt geordend (bewijsniveau of ‘levels of evidence’) wordt overal in de wereld toegepast door (nationale) organisaties voor richtlijnontwikkeling, ook in Nederland.

- Bij het nemen van een behandelbeslissing moet rekening gehouden worden met de verschillende factoren die de kracht van het bewijs bepalen: het studietype, de consistentie van de resultaten (indien meerdere studies beschikbaar zijn), de kwaliteit van de afzonderlijke studies, de grootte van het effect, de precisie waarmee een effect is vastgesteld, en de klinische relevantie van de gebruikte uitkomstmaten. Binnen een SR kan dit problemen opleveren omdat er soms onvoldoende studies met dezelfde uitkomsten zijn.

- Ook blijkt in de praktijk de inschatting van de mate van bewijskracht van een bepaalde SR ten opzichte van een andere review of primaire studies problemen op te leveren. Er kunnen over hetzelfde onderwerp tegenstrijdige reviews zijn, er kunnen verschillen bestaan tussen reviews en megatrials of er kan maar 1 gerandomiseerde trial beschikbaar zijn. Deze problemen kunnen vaak opgelost worden met een systematische analyse. Dit vereist in de regel zowel methodologische als vakinhoudelijke kennis.

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, Amsterdam.

Emma Kinderziekenhuis, afd. Kindergeneeskunde: prof.dr.M.Offringa, kinderarts-epidemioloog (tevens: Dutch Cochrane Centre).

Vrije Universiteit, Instituut voor Extramuraal Geneeskundig Onderzoek, Amsterdam.

Dr.M.W.van Tulder en prof.dr.L.M.Bouter, epidemiologen.

Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, Utrecht.

Dr.J.J.E.van Everdingen, adjunct-directeur medisch-specialistische kwaliteit.

Contact Dutch Cochrane Centre en Divisie Public Health, Afd. Huisartsgeneeskunde: dr.W.J.J.Assendelft, huisarts-epidemioloog (p.assendelft@nhg-nl.org)

Reacties

Ook interessant

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 3 2026
NTVG nummer 4 2026
NTVG nummer 5 2026