In de papieren

Marlies van Wolfswinkel
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:B1264

Marlies van Wolfswinkel is in opleiding tot internist-infectioloog in het Erasmus MC. Zij werkte eerder onder meer in Malawi en Sierra Leone. In de periode september-december 2015 was zij in Suriname om zich in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo verder te ontwikkelen in de infectieziekten (mvanwolfswinkel@gmail.com).

Papierwerk hoort bij het vak, zeker in de Surinaamse spreekkamer. Vandaag zie ik een aantal van de recent ontslagen patiënten terug op de polikliniek. Op mijn bureau ligt een grote stapel doordrukvelletjes in alle kleuren en formaten: 4 soorten receptpapier, 4 soorten aanvraagformulieren voor het laboratorium en voor de afdeling Radiologie, en declaratiebriefjes voor verschillende verzekeringsmaatschappijen. Het zoeken naar de juiste formulieren en stempels kost me meer tijd dan het consult zelf, en regelmatig komt de poli-assistent hoofdschuddend weer terug mijn kamer in: ‘Nee dokter, niet goed hoor’.

Zonder de juiste papieren, met de juiste stempels, geen vergoeding. Sinds 2014 heeft Suriname een sociaal zekerheidsstelsel dat naast een minimumloon en een pensioenregeling ook een verplichte zorgverzekering omvat. Iedereen is verplicht de basisverzekering af te sluiten en een aantal verzekeraars biedt daarnaast uitgebreidere pakketten aan. Voor kinderen en 60-plussers is de verzekering gratis. Het stelsel blijkt wel wat knelpunten te kennen. Zo hanteert de basisverzekering voor dialysepatiënten een vergoedingsplafond van 62.500 Surinaamse dollar (ongeveer 15.000 euro) per jaar. Dit is goed voor ongeveer 8 maanden hemodialyse. Recentelijk dreigden de dialysecentra de behandelingen te staken als patiënten de resterende maanden niet zelf zouden bekostigen. Na veel gesteggel werd het bedrag uiteindelijk toch bijgelegd uit het staatsziekenfonds. Hiv-medicatie wordt volledig door de overheid vergoed; uiteraard hebben ze ook daarvoor apart receptpapier.

Na mijn poli loop ik op de afdelingen langs de patiënten bij wie ik in consult ben. Op de Chirurgieafdeling spreekt de hoofdzuster me aan. Bij 2 patiënten had ik ceftazidim voorgeschreven vanwege een pseudomonasinfectie, maar de ziekenhuisvoorraad is op. De familie van een van de patiënten, een jonge Hindoestaan met diabetes en een uitgebreide osteomyelitis van zijn voet, heeft inmiddels zelf in de stad een voorraad ingeslagen. Uiteraard voor eigen rekening. De andere patiënt zet ik noodgedwongen over op gentamicine, de enige beschikbare optie voor zijn infectie, en ik hoop maar dat ik hem niet ook richting het dialysecentrum help.

Dan naar de Neurologieafdeling, waar een hiv-patiënt met een cerebrale toxoplasmose ligt. Hij wordt al een paar weken behandeld, maar gaat nu plotseling achteruit: hoge koorts, nek stijf en insulten. De neuroloog wil een nieuwe CT-scan voordat ze een lumbaalpunctie kan doen. Zijn verzekering vergoedt maar één scan per jaar, en die heeft hij al gehad toen hij met krachtsverlies op de SEH kwam. De familie is onbereikbaar. Geen CT-scan dus. We behandelen hem dan maar empirisch voor alles waarmee we bij zijn slechte immuniteit rekening moeten houden.

Helaas, ook frustraties horen bij het vak, zeker in Suriname. Hoewel er met het sociale stelsel een belangrijke stap is gezet om de ongelijkheid te bestrijden, is er nog een weg te gaan.

Anansi

Gerelateerde artikelen

Reacties