Anansi

Marlies van Wolfswinkel
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:B1265

Marlies van Wolfswinkelis in opleiding tot internist-infectioloog in het Erasmus MC. Zij werkte eerder onder meer in Malawi en Sierra Leone. In de periode september-december 2015 was zij in Suriname om zich in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo verder te ontwikkelen in de infectieziekten (mvanwolfswinkel@gmail.com).

Voor bijna alle specialistenopleidingen moeten Surinaamse arts-assistenten een aantal jaar naar Nederland. Hoewel ze allemaal zeggen er veel te hebben geleerd was geen van de collega’s die ik hierover sprak rouwig om weer terug te gaan naar huis. Ze misten Suriname. ‘Nederland is af’, verwoordde een van hen het, ‘maar in Suriname is nog zo veel te verbeteren. Dat is toch veel spannender?’. Ze vinden Nederland maar kil en een beetje saai.

Vanuit een Surinaams perspectief is dit wel te begrijpen. Kleur en dynamiek kan de Surinaamse cultuur in elk geval niet worden ontzegd. Het hoogtepunt hiervan vond ik de viering van 40 jaar Srefidensi Dey, Onafhankelijkheidsdag. Heel Paramaribo verzamelde zich in de Palmentuin en langs de Waterkant, veel creoolse vrouwen waren traditioneel uitgedost met aan de hand een dochtertje als een miniatuurversie in dezelfde jurk. Het werd één groot straatfeest met muziek, kippenvlerken en warme worst op elke hoek.

Vanaf de bovenste verdieping van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP) is goed te zien hoe groen Paramaribo is. Met de kolibries en grietjebies en zo nu en dan een luiaard in de boom voelt het regenwoud altijd dichtbij. Ook het AZP zelf ziet er uit als een typisch tropenziekenhuis: open galerijen, leerling-verpleegkundigen met witte kapjes op hun hoofd en een bonte verzameling mensen. Het is in deze tropische omgeving een wonderlijke ervaring om in het Nederlands met patiënten en collega’s te kunnen praten; de eerste dagen had ik steeds de neiging om in het Engels te beginnen.

Ook het Surinaams-Nederlandse taalgebruik is kleurrijk, met soms bijna archaïsch woordgebruik – mensen zijn hier niet brutaal, maar vrijpostig – met invloeden van alle verschillende culturele achtergronden. Af en toe is het wat verwarrend. Zo duurde het even voordat ik begreep dat mijn patiënte die naar haar ‘salie’ vroeg niet een klein groen plantje, maar haar hemoglobine bedoelde. Laatst liep ik met een collega van de afdeling Neurologie langs een jongen met een nog onbegrepen beeld, met onder meer sensibiliteitsstoornissen aan zijn voeten. ‘Voel je ook tintelingen?’, vroeg hij, maar de jongen bleef hem peinzend aankijken. ‘Tintelingen? Heb je Anansi aan je tenen?’. Een brede glimlach. Ja inderdaad, Anansi de spin.

Vandaag doe ik voor de allerlaatste keer de deur van mijn huis aan de Mangolaan achter mij dicht. De taxichauffeur neemt de toeristische route over kleine plattelandsweggetjes naar het vliegveld Zanderij. Mijn gedachten dwalen ondertussen af naar Nederland. Ondanks het vooruitzicht van grijs decemberweer ben ook ik niet rouwig om terug te gaan naar huis; straks zie ik eindelijk weer mijn lieve vriend, die dan op Schiphol staat te wachten. De taxi haalt een fietser in. Het is een jonge creoolse man met een niet-onaanzienlijke spiermassa. Op zijn rug, met 2 riempjes om zijn armen, een kooi met een piepklein zwart zangvogeltje. Suriname: het was een genoegen.

Vertrouwd en nieuw

Gerelateerde artikelen

Reacties