Vertrouwd en nieuw

Marlies van Wolfswinkel
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:B1262

Marlies van Wolfswinkel is in opleiding tot internist-infectioloog in het Erasmus MC. Zij werkte eerder onder meer in Malawi en Sierra Leone. In de periode september-december 2015 was zij in Suriname om zich in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo verder te verdiepen in de infectieziekten (mvanwolfswinkel@gmail.com).

Vrijdagochtend 7 uur. Als ik naar het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP) fiets is het buiten nog aangenaam koel. Buren maken een praatje over het hek, kinderen lopen in groen-wit geblokte bloesjes naar school. De wachtkamers bij de poliklinieken zitten al vol. In de overdrachtsruimte bespreekt de dienstdoende internist de opnames van de afgelopen 24 h; intoxicaties met paraquat en azijnzuur, een therapieontrouwe hiv-patiënt met een pneumocystispneumonie, patiënten met lobaire pneumonieën, ontregelde diabetes en een verdenking op leptospirose.

Als fellow infectieziekten draai ik hier een aantal maanden mee en mijn takenpakket blijkt divers. In de ochtend loop ik visite op de afdeling Bijzonder resistente micro-organismen (BRMO). Dit is de isolatieafdeling voor patiënten met een bewezen infectie of kolonisatie met een bijzonder resistent micro-organisme en voor patiënten die meer dan 48 h op de IC hebben gelegen. Deze afdeling is ingericht om het groeiende resistentieprobleem waar het AZP mee kampt, in te dammen. Daarnaast superviseer ik samen met de beide infectiologen de zaalartsen van de Interne Geneeskunde over de opgenomen hiv-patiënten, doe ik consulten infectieziekten voor het hele ziekenhuis, probeer ik dagelijks mee te lopen met de IC-visite, bezoek ik in het sanatorium de patiënten met een hiv-tbc-co-infectie en zie ik sommige patiënten terug op de polikliniek.

Het belooft een leerzame tijd te worden. De lokale epidemiologie zorgt voor een ander aanbod aan infectiezieken dan in andere werelddelen en het aantal hiv-patiënten dat met ernstige opportunistische infecties is opgenomen, schommelt rond de 15. Wat betreft diagnostiek kan er veel en er is een goed microbiologisch laboratorium.

Het is het einde van mijn eerste week hier. Ik herken het bijzondere gevoel van die eerste paar dagen op een nieuwe plek: alles is nog nieuw en onbekend, er is een overvloed aan nieuwe informatie te verwerken en tegelijk weet ik dat ik me ook hier binnen een paar weken weer thuis zal voelen. Zo op het eerste oog lijkt het AZP een geheel eigen karakter te hebben; Surinaams met een Nederlands accent. Een wonderlijke mix tussen twee werelden.

Om 16.30 uur is het rustig in de open galerijen op de begane grond en de wachtkamers zijn leeg. Alleen op de bankjes bij de IC-afdeling zit een familie te wachten en onderaan de muur waarop een grote Surinaamse vlag is opgehangen, heeft een zwerfhond zich opgekruld in de schaduw. Als ik door de lome hitte terug naar huis fiets draait de auto naast mij het raam naar beneden. Het is een van de arts-assistenten van de Interne Mannenafdeling: ‘Je gaat toch wel mee naar de VrijMiBo?’. Op de vaste borrelstek van het AZP zit al een aantal bekende gezichten. Een collega vraagt om extra glazen en schenkt ons in uit een Djogo: een 1 literfles Parbobier. ‘En? Hoe bevalt Suriname?’, vraagt een van de assistenten Chirurgie. Hij laat een schaal rondgaan. Bitterballen.

Complexe basiszorg

Gerelateerde artikelen

Reacties