Artikel
Inleiding
Het congenitaal rubellasyndroom doet zich voor na een maternale rubella-infectie in de zwangerschap. In Nederland is het een zeldzame aandoening geworden sinds de invoering van de vaccinatie tegen rubella in 1974. Sinds september 2004 is er echter een rubella-epidemie onder niet-gevaccineerden met een toename van het aantal rubella-infecties, ook…




(Geen onderwerp)
Bilthoven, april 2006,
In aanvulling op de beschrijving van de eerste pasgeborene met congenitaal rubellasyndroom door De Mol et al. (2006:741-6) hebben wij nog enkele opmerkingen over de epidemiologie en de diagnostiek van rubella.
De rubella-epidemie van 2004/’05 is inmiddels ten einde. Recent is echter een zuigeling gemeld bij wie naar aanleiding van ernstige slechthorendheid op de leeftijd van 3 maanden de diagnose ‘congenitaal rubellasyndroom’ werd gesteld. De rubella-infectie van de moeder tijdens de zwangerschap was niet als zodanig herkend. Omdat rubella-infecties vaak asymptomatisch verlopen en symptomatische infecties niet altijd juist gediagnosticeerd worden, kan dit vaker vóórkomen. Voor kinderartsen en consultatiebureaus is het dus ook na de epidemie nog van belang om alert te blijven op symptomen van congenitaal rubellasyndroom, met name bij kinderen van niet-gevaccineerde, bevindelijk gereformeerde moeders. Bij een vermoeden van congenitaal rubellasyndroom is het van belang laboratoriumonderzoek hiernaar in te stellen, en bij een positieve bevinding dit te melden aan de plaatselijke GGD.
De laboratoriumdiagnostiek van congenitaal rubellasyndroom omvat naast de bepaling van rubellaspecifiek IgM, de ‘reverse’-transcriptase(RT)-PCR en kweek om actieve virusreplicatie en -uitscheiding aan te kunnen tonen. Deze bepalingen kunnen in sommige gevallen langer dan een jaar positief blijven. Behalve in de in het artikel genoemde centra kan RT-PCR naar rubella ook op andere plaatsen in Nederland worden uitgevoerd, zoals bij het Medisch Centrum Rijnmond-Zuid in Rotterdam, het Universitair Medisch Centrum Utrecht en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in Bilthoven.
(Geen onderwerp)
Nijmegen, mei 2006,
Wij danken collega’s Ruijs et al. voor hun reactie. Geheel terecht merken zij op dat ook na afloop van de recente epidemie gedacht moet worden aan een congenitale rubella-infectie als oorzaak voor soms anders onverklaarde klachten. Dit geldt zeker voor neurologische symptomen en in het bijzonder voor doofheid.
Wij kunnen ons geheel vinden in de toevoeging van andere centra waar RT-PCR voor rubella beschikbaar is, naast de twee door ons vermelde centra. Wel blijven wij wijzen op de beperkte ervaring met deze techniek.