De difterie-epidemie in de Russische Federatie en adviezen ten aanzien van difterievaccinatie in Nederland

Klinische praktijk
L.G. Visser
H.C. Rümke
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138:899-2

Zie ook het artikel op bl. 892.

Inleiding

De incidentie van difterie neemt sinds begin 1980 in de hele voormalige Sovjet-Unie toe en heeft in de Russische Federatie epidemische proporties bereikt.1 In 1992 werden in de Russische Federatie 3897 gevallen van difterie gemeld, waarvan 125 met dodelijke afloop. De hoogste incidentie kwam voor in de regio's St. Petersburg, Kaliningrad, Orlov en Moskou (8,7 tot 17 gevallen per 105 inwoners). Alle leeftijdsgroepen werden getroffen en onder militairen, personeel van ziekenhuizen, spoorwegen en luchthavens braken kleine epidemieën uit.2

De verspreiding van difterie sinds de laatste jaren heeft een aantal oorzaken: er wordt sinds de politieke omwenteling veel minder gevaccineerd, omdat een goed vaccin schaars is (vroeger werd dat onder andere in Moskou geproduceerd) en ook bestaan er allerlei ongegronde bezwaren tegen vaccinatie van kinderen, zowel bij ouders als bij (para)medici. Bovendien is er de politiek-economisch instabiele situatie, met de…

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis, afd. Infectieziekten, Leiden.

L.G.Visser, internist.

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, Postbus 1, 3720 BA Bilthoven.

Dr.H.C.Rümke, kinderarts-epidemioloog.

Contact dr.H.C.Rümke

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Zoeterwoude, mei 1994,

In het zeer lezenswaardige en actuele artikel van Visser en Rümke (1994;899-901) wordt aanbevolen iedere 10-15 jaar te hervaccineren met een dosis difterie, tetanus en poliomyelitis (DTP)-vaccin. Vanuit de vaccinatie-afdeling van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) kregen wij, bedrijfsartsen van een bedrijf met overzeese belangen, het advies slechts na 15 jaar te hervaccineren. Omdat in genoemd artikel de keuze gelaten wordt tussen 10 en 15 jaar, rijst de vraag: ‘Is iedere 10 jaar beter of volstaat om de 15 jaar?’

H. Rijckborst

Bilthoven, juni 1994,

Kennelijk is het in ons artikel onduidelijk of de termijn van hervaccinatie 10 of 15 jaar moet zijn. Deze termijn is afhankelijk van de prevalentic van difterie in het betreffende land. Voor landen met een lage prevalentie geldt 15 jaar, voor landen met een hoge prevalentie (zoals sommige Oosteuropese landen) 10 jaar. Overigens wordt deze termijn van 10 jaar in andere landen gehanteerd zonder onderscheid naar prevalentie. Wij achten het echter verantwoord, mede gesteund door Bijkerk,1 om bij reizen naar landen met een lage prevalentie de vroeger geldende termijn van 15 jaar te hanteren, gelet op het zeldzaam vóórkomen van importdifterie in Nederland ondanks de vele reizen naar deze landen. Ons advies is inmiddels door de Landelijke Werkgroep Richtlijnen ten bate van Vaccinatie en Profylaxe voor Reizigers overgenomen, en zal in de bestaande protocollen hiervoor bij de GGD's worden aangepast.2

Graag maken wij nog van de gelegenheid gebruik om een paar opmerkingen te maken:

– In de slotzinnen van zijn begeleidend commentaar ‘Difterie: terug van weggeweest?’ stelt prof.Huisman dat wij ‘een hernieuwde, periodieke, algemene vaccinatie om de 10 jaar (gedurende het hele leven) in een “nieuw” vaccinatieprogramma voor volwassenen’ zouden adviseren. Ons advies is gematigder, en geeft aan dat met name mensen die voor 1950 zijn geboren misschien hun vaccinatiekansen beter zouden kunnen benutten. Overigens is de Gezondheidsraad om advies gevraagd over de wenselijkheid van een vaccinatieadvies dat verder strekt, waarbij de gegevens uit ons artikel mede betrokken zullen worden.

– In ons artikel staat op bl. 901, regel 5, een aantal van 34 personen; dit moet zijn 39, zodat het tussen haakjes genoemde percentage en betrouwbaarheidsinterval kloppen.

– In het commentaar van prof.Huisman wordt in referentie nummer 5 verwezen naar een (nog) niet verschenen RIVM-rapport. Het betreft hier de schriftelijke mededeling die in ons artikel op bl. 901 wordt vermeld.

L.G. Visser
H.C. Rümke
Literatuur
  1. Bijkerk H. Ingezonden brief. Inf Bull 1994; 5: 69.

  2. Wijngaarden JK van. De bestrijding van difterie in Nederland (verslag van een lezing gehouden op de vierde Transmissiedag Infectieziekten 1994). Inf Bull 1994; 5: 66-9.