Consensus preventie van wiegendood
Open

Onderzoek
16-09-1997
H.W.M. van Velzen-Mol, R.J.F. Burgmeijer, M. Hofkamp en A.L. den Ouden

Wiegendood is het, meestal tijdens een slaapperiode, plotseling en onvoorzien overlijden van een kind in de eerste 2 levensjaren. Voor het getroffen gezin is dit een bijzonder ingrijpende en tragische gebeurtenis. Het is dan ook van groot belang het aantal gevallen van wiegendood terug te dringen. Na een aanvankelijke stijging van de incidentie in de jaren 1972 tot 1987 was er de afgelopen 10 jaren een opvallende daling. Deze fluctuaties worden in verband gebracht met de wijze waarop de baby te slapen wordt gelegd. Vanaf 1970 werd buikligging aangeraden. Sindsdien steeg de incidentie van wiegendood.

Omstreeks 1987 ontstonden steeds sterkere aanwijzingen dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen buikligging en wiegendood. Nadat de buikligging officieel was afgeraden zette een sterke daling van de wiegendoodincidentie in.

Inmiddels is ook de betekenis van een groot aantal andere factoren onderkend. Zeker als deze risicofactoren tegelijkertijd optreden, neemt het risico op wiegendood toe. Voor een deel zijn het omgevings- en verzorgingsfactoren die te beïnvloeden zijn. Naast de buik- en zijligging blijken vooral warmtestuwing, onveilig bedmateriaal en roken in aanwezigheid van het kind het risico op wiegendood aanmerkelijk te vergroten. De belangrijkste aanbevelingen van de werkgroep die het consensusrapport over preventie van wiegendood opgesteld heeft, zijn gericht op het vermijden van deze risicofactoren. Om het huidige aantal van ongeveer 50 gevallen van wiegendood per jaar verder terug te dringen is voortgaand onderzoek noodzakelijk.