Chirurg versus internist: 2-0

Goda Choi
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:B731

artikel

Concurrentie bevordert kwaliteit. De zwakte van Feyenoord weerspiegelt zich in de matige prestaties van Ajax. Ajax en Feyenoord hebben elkaar nodig om echte topclubs te blijven. De UMC’s houden elkaar scherp in de gaten om uit te munten in patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs. Binnen het ziekenhuis bestaat sinds jaar en dag een gezonde concurrentie tussen de internisten en chirurgen. We kunnen niet zonder elkaar, maar proberen nooit onder te doen voor elkaar.

Afgelopen jaar namen de AMC-chirurgen een ruime voorsprong in deze continue wedloop. De chirurgen scoorden begin dit jaar, met een publicatie in de New England Journal of Medicine, met perioperatieve checklists. Een aantal weken later volgde de 2-0 met de invoering van ‘Simendo’ in de specialistenopleiding; met deze simulator worden chirurgen getraind in laparoscopische procedures.

Deze 2 innovatieve en creatieve toepassingen zijn opvallend. De chirurg heeft blijkbaar de intrinsieke motivatie om te verbeteren – is het niet de eigen vaardigheid, dan wel het systeem (patiëntveiligheid). Ook zijn er extrinsieke factoren voor verbetering, getuige invoering van een nieuwe techniek in de opleiding. Niet alleen de individuele chirurg wordt beter, maar de hele groep. De internisten lijken te worden voorbijgestreefd in zowel onderzoek als onderwijs.

Enige internistische introspectie is op zijn plaats. Internisten zijn ook gebrand op zelfverbetering, vooral met betrekking tot medische kennis of wetenschap. Jonge internisten grossieren meestal in persoonsgebonden onderzoeksbeurzen. Zelden zijn jonge internisten echter gericht op het verbeteren van klinische vaardigheden. Sterker nog, terwijl chirurgen elkaar opzoeken om van elkaar te leren, hebben internisten geen idee wie van de collega’s ‘vaardig’ zijn. Het aloude meester-gezel-model om klinische vaardigheden te leren faalt. Met een beetje geluk ontmoet je als aios vroeg in je klinische carrière een ‘meester’ (m/v) die je de basis bijbrengt. Je mag een dag op de afdeling cardiologie souffles luisteren en je wordt losgelaten om zelf je eigen standaarden te ontwikkelen en naar eigen inzicht te verspreiden onder coassistenten. Toetsing van de verworven vaardigheden vindt in de regel niet plaats. Als je de klachten van de patiënt niet begrijpt, vertelt de supervisor je telefonisch extra labonderzoek en een CT-scan aan te vragen. Wij laten ons in de praktijk steeds vaker (mis)leiden door aanvullende technieken. Zelfs de neuroloog, lange tijd het boegbeeld van het lichamelijk onderzoek, hecht steeds meer waarde aan de CT of MRI dan aan de eigen reflexhamer. Zo verdwijnen anamnese en lichamelijk onderzoek langzaam in de categorie ‘vergeten kunsten’. Toch, in de praktijk kunnen de meeste diagnosen worden gesteld op basis van goede anamnese en lichamelijk onderzoek. Internist Lisa Sanders vertelt in haar boek Every patient tells a story hoe belangrijk systematische toetsing van die basisvaardigheden is om de aios ‘vaardig’ te krijgen en houden. Niet alleen worden jonge artsen gestimuleerd actief hun vaardigheden te verbeteren, maar toetsing biedt de opleiders de kans om feedback te geven op de vaardigheden van de aios. Of dit leidt tot objectiveerbare verbetering in de zorg moet blijken. Wel is duidelijk dat de internisten hard hun best moeten doen zich te verbeteren in hun vaardigheden, al was het maar voordat chirurgen de onoverbrugbare 3-0 scoren.

Ook interessant

Reacties

Monique
Slee-Valentijn

Verloren tijdens een thuiswedstrijd? Nee toch!

 

In het NTvG van 16 september stelt collega Choi dat de opleiding van internisten het kwalitatief dreigt af te leggen tegen die van de chirurgen.

 

Eerlijk gezegd is het is mij niet helemaal duidelijk welk punt collega Choi probeert te scoren. Hij wijst op de introductie van een nieuw opleidingsinstrument voor chirurgen en op een publicatie. Gaat het hem nou om de inhoud (het verlies van vaardigheden in de beschouwende vakken) of gaat het hem vooral om de vorm (te weinig publicaties)?

 

Het onderstrepen van het belang van anamnese en lichamelijk onderzoek juich ik uiteraard van harte toe, maar zijn beschrijving van de opleiding tot internist herken ik niet. Het stuk roept nogal wat vragen op. Is de auteur bijvoorbeeld bekend met het nieuwe competentiegerichte opleiden? (www.internisten.nl/jniv/opleiding/opleidingsplan) Zou hij wel eens gehoord hebben van de disciplineoverstijgende opleidingsprijs en vakgebonden opleidingsprijzen (http://dejongeorde.artsennet.nl/opleidingsprijs.htmhttp://www.internisten.nl/jniv/jniv-opleidingsprijs/winnaar_2011) en van de vele nieuwe, opleidingsinitiatieven zoals videoregistratie van poliklinische consulten? (http://www.youtube.com/watch?v=1SBE6sc_Pc8) Weet collega Choi dat mijn (en zijn!) beroepsvereniging zich via talloze commissies nationaal en internationaal hard maakt voor behoud en verbetering van kwaliteit?

 

Klinisch redeneren is voor de internist minstens zo belangrijk als het aanleren van medisch technische vaardigheden. Heeft hij zich verdiept in de recente, Nederlandse (!) toppublicaties door internisten over diagnostisch redeneren bij AIOS interne geneeskunde? (bijvoorbeeld: Mamede S, Van Gog T, Van den Berge K, et al. Effect of availability bias and reflective reasoning on diagnostic accuracy among internal medicine residents. JAMA. 2010;304:1198-1203.)

 

Of zou hij echt alleen maar een voorzetje geven om bovenstaande proberen in te koppen door onze praktische inspanningen vaker in toptijdschriften te publiceren? Dat zou ik dan wel weer kunnen waarderen.

 

Te veel openstaande vragen voor een internist….Ik schreeuw nog maar even niet terug. 

 

Monique Slee-Valentijn

Voorzitter Junior Nederlandse Internisten Vereniging