Cardiometabole risicofactoren opgespoord met preventieconsult

Onderzoek
12-10-2010
Rolf M. van de Kerkhof, Merijn B. Godefrooij, Paul J. Wouda, Robert A. Vening, Geert-Jan Dinant en Mark G. Spigt

Doel

Ontwikkeling en uitvoering van een preventieconsult voor cardiometabole aandoeningen in een middelgroot gezondheidscentrum. Beschrijving van de deelname en het aantal te behandelen aandoeningen dat ermee werd opgespoord.

Opzet

Vragenlijst en observationeel onderzoek

Methode

Alle ingeschreven patiënten tussen de 40 en 75 jaar die niet bekend waren met een cardiometabole aandoening (hart- en vaatziekten, diabetes en nierfunctiestoornissen) (n = 1704) werden schriftelijk uitgenodigd voor deelname aan het preventieconsult. Tijdens maximaal 3 opeenvolgende onderzoeksstappen werd voor iedere deelnemer bepaald of er sprake was van een verhoogd risico op het ontwikkelen van cardiometabole aandoeningen. Op basis van de gevonden uitkomsten werd indien nodig een behandeltraject gestart. Het aantal patiënten dat de verschillende stappen doorliep en het aantal opgespoorde afwijkingen werden geregistreerd.

Resultaten

In totaal retourneerden 1270 patiënten (75%) een eerste screeningsvragenlijst. Op basis van de informatie uit deze lijst werden 952 patiënten uitgenodigd in de huisartsenpraktijk voor aanvullend onderzoek. Bij 145 patiënten (11% van 1270) werd tenminste één afwijking gevonden waarvoor volgens de geldende richtlijnen een behandelindicatie bestaat, zoals een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, geïsoleerde systolische hypertensie, diabetes mellitus, verdenking op familiaire hypercholesterolemie of nierfunctiestoornissen.

Conclusie

Zowel de respons als het aantal opgespoorde gevallen demonstreren dat het goed mogelijk is om cardiometabole aandoeningen op te sporen in een eerstelijns gezondheidscentrum. Vervolgstudies zijn nodig om een oordeel over de langetermijneffecten en de doelmatigheid van het preventieconsult te kunnen geven.