CanMEDS 2015: nog betere dokters?

Opinie
Jan C.C. Borleffs
Marian J.E. Mourits
Fedde Scheele
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:D406
Abstract
Download PDF

Al sinds het begin van deze eeuw hebben de ‘Canadian medical education directives for specialists’ (CanMEDS) een belangrijke invloed op de manier waarop we dokters en specialisten opleiden. In het CanMEDS-model is competentiegericht opleiden de basis voor de studie geneeskunde en de specialistenopleiding. Van dit model is eind vorig jaar een nieuwe editie verschenen, CanMEDS 2015.1 De meest in het oog springende verandering is de aandacht voor leiderschap. Daarnaast zijn aan de beschrijving van de competenties zogenaamde ‘mijlpalen’ toegevoegd, tussenstappen in de ontwikkeling van competenties die nodig zijn om uiteindelijk een expert te worden.

Ontwikkeling van het CanMEDS-model

CanMEDS is begonnen als een initiatief van onze Canadese collega’s in de jaren 90 van de vorige eeuw om de zorg te verbeteren. Zij ontwikkelden daarvoor een model dat was gebaseerd op de resultaten van een grootschalig onderzoek onder de bevolking aan de hand van de vraag: welke eigenschappen maken een arts tot een ‘goede dokter’? Zo kwamen zij uit op de volgende 7 kwaliteiten (competenties): medisch handelen, communicatie, samenwerking, organisatie, professionaliteit, maatschappelijk handelen en wetenschap.2 Op elk van deze gebieden moet de medicus een expert zijn.

Het CanMEDS-model is vervolgens wereldwijd overgenomen. In Nederland werd het Raamplan Artsopleiding voor de basisopleiding aangepast en voor de vervolgopleidingen werd door het toenmalige Centraal College Medisch Specialisten (CCMS, tegenwoordig het College Geneeskundige Specialismen (CGS)) een nieuw Kaderbesluit vastgesteld. Een wezenlijk aspect van deze vernieuwing is dat de toekomstige basisarts en specialist niet alleen op medisch terrein een expert is, maar ook geschoold is op het gebied van de 6 andere algemene - ook wel genoemd ‘intrinsieke’ - competenties van het CanMEDS-model. Hoewel de niveaus van de te bereiken competenties in de basisopleiding en vervolgopleidingen verschillend zijn, zijn de competenties op zich dezelfde. Competentieontwikkeling is daarmee een continu proces geworden.

De ultieme consequentie van het competentiegericht opleiden is dat niet de opleidingsduur – het aantal jaren – bepaalt of de opleiding voltooid is, maar de bekwaamheid. De regelgeving van het CGS speelt daar op in. Sinds juli 2014 bestaat namelijk de mogelijkheid om de opleidingsduur van de aios te individualiseren met eventuele verkorting op basis van eerder verworven competenties of een snellere leercurve dan gebruikelijk.

Veranderende wereld

In 2010 presenteerde een groep professionals uit verschillende landen in The Lancet hun visie op het medisch onderwijs van de 21ste eeuw, vanuit de gedachte: hoe leiden we artsen op die kunnen voldoen aan de veranderende zorgvraag?3 Zij stellen dat we aan de vooravond van een grote verandering in het medisch onderwijs staan, namelijk het inrichten van het onderwijs volgens de zogenoemde ‘systems-based’ benadering. Volgens hen zijn er hiervoor 2 veranderingen nodig: (a) medisch onderwijs en opleiding moeten worden afgestemd op de actuele en wereldwijde vragen in de gezondheidszorg; en (b) de jonge dokter moet kwaliteiten bezitten op het gebied van leiderschap, inclusief persoonlijk leiderschap. Met deze kwaliteiten kan de jonge dokter in de latere beroepsuitoefening een rol spelen in het veranderproces dat nodig is om de zorg te kunnen aanpassen aan de voortdurend veranderende zorgvraag, anders gezegd: de dokter als ‘change agent’, zoals de auteurs van het artikel in The Lancet dat noemen.

Het opleidingsmodel verandert mee

De initiatiefnemers van het CanMEDS-project zijn zich er terdege van bewust dat het opleidingsmodel moet mee veranderen met veranderingen in de zorg. Na de introductie in 1996 vond in 2005 een bescheiden update plaats, maar het recente CanMEDS 2015 bevat fundamentelere wijzigingen. In CanMEDS 2015 is de rol van de ‘manager’ vervangen door die van de ‘leader’.

Natuurlijk moet de dokter nog steeds een goede organisator (manager) zijn om goede en efficiënte zorg te kunnen leveren, maar de rol van leider als kerncompetentie geeft aan dat het hierbij om concrete vaardigheden gaat die uiteindelijk samengevat worden in het begrip ‘change agent’ (‘verandermanager’). Dit betreft leiderschapsvaardigheden waarmee de toekomstige professional verantwoordelijkheid kan nemen voor belangrijke thema’s als patiëntveiligheid, kwaliteit en doelmatigheid van de zorg. Maar het gaat daarbij ook over persoonlijk leiderschap, bijvoorbeeld om te zorgen voor een goede balans tussen werk en privéleven.

De toevoeging van leiderschap als kerncompetentie sluit aan bij de ontwikkelingen die zich in Nederland voordoen in de geneeskundige vervolgopleidingen en de basisopleiding. In het eindrapport van het landelijke CanBetter-project van de KNMG wordt leiderschap als een van de 4 thema’s voor de vervolgopleiding gepresenteerd, inclusief praktische handvaten voor de uitvoering daarvan.4,5 In het nieuwe Groningse geneeskundecurriculum is leiderschap als herkenbare leerlijn in de opleiding opgenomen.6

Tot slot

Al snel na de introductie van CanMEDS heeft dit model ertoe geleid dat we op een andere manier zijn gaan opleiden. Het benoemen van 7 aparte competenties in het eerste CanMEDS-model heeft ervoor gezorgd dat er bewuste aandacht voor deze rollen is gekomen. Dat is de grote verdienste van het model. Maar soms werd vergeten dat het in de praktijk niet om separate competenties gaat, maar om een geïntegreerde toepassing van alle competenties in de context van de zorg. Medisch leiderschap is daarmee – evenals professionaliteit – een ‘tweede orde’-competentie die tot uiting komt in de beheersing van andere competenties.7 Die holistische benadering doet recht aan waar CanMEDS voor bedoeld is: een kader dat helpt om toekomstige professionals alle vereiste competenties te laten verwerven die ze nodig hebben om bij te dragen aan goede, verantwoorde en veilige gezondheidszorg.

Maar CanMEDS heeft nog een minstens zo belangrijk neveneffect. Indirect draagt het bij aan een ingrijpende cultuurverandering in opleidingsziekenhuizen. Door competentiegericht op te leiden leren we als ‘gevestigde orde’ van dokters en opleiders ook naar onszelf en onze eigen competenties te kijken. Deze toegevoegde waarde van CanMEDS is groot en helpt ons niet alleen om dokters beter op te leiden, maar ook om zelf betere dokters te worden.

Literatuur
  1. Frank JR, Snell L, Sherbino J, eds. CanMEDS 2015 Physician Competency Framework. Ottawa: Royal College of Physicians and Surgeons; 2015.

  2. Maudsley RF, Wilson DR, Neufeld VR, et al. Educating future physicians for Ontario: phase II. Acad Med 2000;75:1113-26. Medline

  3. Frenk J, Chen L, Bhutta ZA, et al. Health professionals for a new century: transforming education to strengthen health systems in an interdependent world. Lancet. 2010;376:1923-58. doi:10.1016/S0140-6736(10)61854-5 Medline

  4. Modernisering Medische Vervolgopleidingen. www.medischevervolgopleidingen.nl, geraadpleegd op 27 juni 2016.

  5. Voogt JJ, van Rensen ELJ, Noordegraaf M, Schneider MME. Medisch leiderschap ontrafeld. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:A9123.

  6. Borleffs J, Okker F, Hollenbeek Brouwer J, Henning R. Groningse basisopleiding toekomstbestendig. Med Contact (Bussum). 2015;70:1758-60.

  7. Verkerk MA, de Bree MJ, Mourits MJ. Reflective professionalism: interpreting CanMEDS’ ‘professionalism’. J Med Ethics. 2007;33:663-6. doi:10.1136/jme.2006.017954Medline

Auteursinformatie

Universitair Medisch Centrum Groningen, Groningen.

Postgraduate School of Medicine: prof.dr. J.C.C. Borleffs, vice-decaan onderwijs en opleiding.

Afd. Obstetrie en Gynaecologie: prof.dr. M.J.E. Mourits, opleider en voorzitter Centrale Opleidingscommissie.

VU Medisch Centrum, Instituut voor onderwijs en opleiden, Amsterdam.

Contact prof.dr. J.C.C. Borleffs (j.c.c.borleffs@umcg.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Verantwoording

Prof.dr. Fedde Scheele was lid van de CanMEDS 2015 International Advisory Committee.

Auteur Belangenverstrengeling
Jan C.C. Borleffs ICMJE-formulier
Marian J.E. Mourits ICMJE-formulier
Fedde Scheele ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties