Burn-out: een ongrijpbaar fenomeen

Hoe komen we verder?
Zorg
22-02-2021
Christiaan H. Vinkers

De diagnose wordt vaak gesteld, maar waarover hebben we het nou precies als we een burn-out constateren? Zolang dat niet duidelijk is, blijft doeltreffend behandelen lastig, betoogt psychiater Christiaan Vinkers.

Reacties (1)

Inloggen om een reactie te plaatsen
Peter Lucassen
02-03-2021 16:08

Overspanning, surmenage, burn-out.

In zijn interessante artikel ‘Burnout, een ongrijpbaar fenomeen’, schetst Christiaan Vinkers de status van burn-out als verwarrend, ongrijpbaar en ingewikkeld verschijnsel. Burn-out is geen werkgerelateerde aandoening meer maar kan iedereen treffen, de term is verwarrend, burn-out kent een grote overlap met depressie, is niet betrouwbaar vast te stellen en kent geen evidence-based behandeling.

Hoewel dit theoretisch gezien en in de ogen van de specialistische psychiatrie allemaal ongetwijfeld waar is, hebben wij als huisartsen in de dagelijkse praktijk een heel andere ervaring. In onze loopbaan hebben wij te maken gehad met de termen overspanning, surmenage en tegenwoordig burn-out. Misschien maakt deze wisselende terminologie een vreemde en slordige indruk, maar steeds ging het over hetzelfde: een toestand waarbij de patiënt langdurig veel stress ervaart als gevolg van een te grote draaglast. Over de klachten waarmee dit beeld gepaard gaat, zijn huisartsen het eens: moeheid, gespannenheid, prikkelbaarheid, futloosheid, het gevoel dat alles te veel is, niet tegen drukte kunnen en zich uitgeput voelen.1 Het is vrijwel steeds gemakkelijk om in het gesprek met de patiënt bij de bron te komen: er ligt te veel op het bord van de patiënt en dat teveel is goed bespreekbaar. We vinden als huisarts snel ‘common ground’ met de patiënt, we zijn het snel met elkaar eens over wat er aan de hand is. Er zijn criteria voor de definitie en een LESA en MDR voor diagnostiek en behandeling.2 De behandeling vindt plaats in een aantal gesprekken met huisarts of POH-GGZ en is gericht op rust en uitleg in de beginfase, daarna het bespreken van de aanleiding(en) en vervolgens – indien van toepassing – werkhervatting. Dit beleid heeft bij de overgrote meerderheid van de patiënten een gunstig resultaat met herstel van klachten, weer normaal functioneren en werkhervatting. Verwijzing naar een psycholoog is meestal niet nodig; verwijzen naar een psychiater in verband met een ernstig onderliggend psychiatrisch probleem is zelfs een grote uitzondering.

Voor ons is burn-out een grijpbaar fenomeen. Wij hebben de ervaring dat wij met een persoonsgerichte benadering dit probleem goed kunnen behandelen. Persoonsgericht wil hier zeggen: start met het verhaal in de woorden van de patiënt, heb aandacht voor diens opvattingen over ontstaan en betekenis van de klachten, zie de patiënt als mededeskundige, begrijp de klachten in de context van de patiënt, activeer de patiënt, houd onderliggende lichamelijke of psychische ziektes in het achterhoofd. Deze benadering verschilt van de ziektegerichte benadering waarbij de arts de expert is en psychische stoornissen eenzelfde benadering krijgen als lichamelijke ziekten.3

Ten slotte: we sluiten ons aan bij het pleidooi van Vinkers voor goed multidisciplinair burn-outonderzoek. Wij doen graag mee!

 

1. Terluin B, Gill K, Winnubst J. Hoe zien huisartsen surmenage? Huisarts Wet 1992;35:311-315.

2. Terluin B. Interventies bij overspanning en burn-out. Huisarts Wet 2015;58:212-216.

3. Lucassen P, Postma S, olde Hartman T, van Ravesteijn H, Linssen M, Wolf J, Gerritsen D. Psychische problemen benaderen als huisarts. Ned Tijdschr Geneeskd 2017;161:D1474.

 

Peter Lucassen, Suzanne Ligthart, Tim olde Hartman, huisartsen, afdeling Eerstelijnsgeneeskunde Radboudumc