Behoefteraming voor gynaecologen/obstetrici tot het jaar 2005

Perspectief
L. Hingstman
J.B. Pool
R. Barentsen
Leestijd
15 minuten
Citeren

Artikel

Zie ook het artikel op bl. 967.

Met de herziening van het zorgstelsel zal de overheid op tal van terreinen terugtreden en zo ook op het terrein van de beroepskrachtenplanning. Dit betekent dat de direct betrokken partijen, te weten de organisaties van beroepsbeoefenaren, instellingen, zorgverzekeraars en opleidingsinstituten primair verantwoordelijk zullen…

Auteursinformatie

Nederlands Instituut voor onderzoek van de Eerstelijnsgezondheidszorg (NIVEL), Postbus 1568, 3500 BN Utrecht.

Dr.L.Hingstman en drs.J.B.Pool, medisch geografen.

Elkerliek Ziekenhuis, Helmond.

Contact Dr.R.Barentsen, gynaecoloog

Reacties

Urk, juli 1994,

Graag wil ik reageren op het artikel van Hingstman et al. (1994;969-73), waarin zij stellen dat indien veranderingen in het verzekeringsstelsel ertoe leiden dat het primaat van de verloskundige komt te vervallen, de huisarts een groter deel van de verloskundige zorg voor zijn rekening zal moeten nemen. Volgens de auteurs is het, gezien de hoge werkbelasting van de huisarts, ‘niet ondenkbaar dat, op aandrang van de patiënt, een deel van die zorg wordt doorgeschoven naar de gynaecoloog’.

Het valt te betwijfelen of het gevolg van het wegvallen van het primaat van de verloskundige zal zijn dat de huisarts een groter deel van de verloskundige zorg voor zijn rekening gaat nemen. Huisartsen die niet verloskundig actief zijn, zullen niet ineens de volledige eerstelijnsverloskunde gaan beoefenen. Voor driekwart van het land blijft alles dus bij het oude en hoeft de verloskundige niet beducht te zijn voor de concurrentie van de huisarts.

Ruim 20% van de huisartsen is echter wel verloskundig actief. Deze groep huisartsen ziet de verlening van verloskundige zorg als een zeer belangrijk onderdeel van het werk als ‘gezinsarts’. Na het wegvallen van het primaat zullen zij niet meer worden gehinderd door de bevoorrechte positie van de verloskundige en de zwangere zal in haar keuze niet meer worden belemmerd door een financiële barrière. Aannemelijk is dat hierdoor verloskundige zorg iets meer opschuift in de richting van de verloskundig actieve huisartsen, maar in welke mate is vooralsnog koffiedik-kijken. Niet aannemelijk is dat de verloskundig actieve huisartsen deze zorg vervolgens doorschuiven naar de gynaecoloog. Immers, zij verrichten de praktische verloskunde con amore en genereren, zoals bekend, lagere verwijscijfers dan op grond van de landelijke percentages zou mogen worden verwacht.

Op 25 juni jl. heeft deze groep huisartsen zich verenigd in de Vereniging van Verloskundig Actieve Huisartsen (VVAH).

C.J. Dekker
L.
Hingstman

Utrecht, augustus 1994,

Wij zijn het met Dekker eens dat niet in het algemeen kan worden gesteld dat na het eventueel wegvallen van het primaat van de verloskundige de huisartsen een groter deel van de verloskundige zorg voor hun rekening zullen nemen, maar dat dit voornamelijk geldt voor de relatief kleine groep (20%) verloskundig actieve huisartsen. Daarbij moet overigens de kanttekening worden geplaatst dat uit onderzoek van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Eerstelijnsgezondheidszorg (NIVEL) blijkt dat van de grote groep huisartsen die geen bevallingen meer leiden bijna de helft van mening is dat het leiden van thuis- en poliklinische bevallingen wel tot het takenpakket van de huisarts behoort.1

Met betrekking tot onze stelling dat door de hoge werkdruk van huisartsen een deel van de verloskundige zorg zal worden doorgeschoven naar de gynaecoloog, moeten wij erkennen dat deze veronderstelling niet kan worden onderbouwd. Volgens Dekker is het niet aannemelijk dat de verloskundig actieve huisartsen de zwangerenzorg overlaten aan de gynaecoloog. Als belangrijkste reden wordt genoemd de lagere verwijscijfers van verloskundig actieve huisartsen. Helaas worden geen exacte verwijscijfers genoemd. Volgens ons is een dergelijke vergelijking pas mogelijk indien, naast de gynaecologen en de verloskundigen, ook de huisartsen zouden willen meedoen aan de Landelijke Verloskunde Registratie (LVR).

L. Hingstman
Literatuur
  1. Hingstman L, Riteco J. Huisarts en verloskunde: taakuitoefening en taakopvatting. Huisarts Wet 1994;36:99-101.

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026