3 definities van sepsis in 25 jaar: wat heeft dit ons gebracht?

Behandeling van sepsis in perspectief

Perspectief
Marielle J.M.M. van der Steen
Peter Dieperink
Peter Pickkers
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:D1841
Abstract
Download PDF

Samenvatting

In 1992 werd de eerste officiële definitie van sepsis gepubliceerd. Vorig jaar, in 2016, verscheen de derde versie van de definitie. In dit artikel belichten we de verschillende definities, de veranderende inzichten in pathofysiologie en enkele behandelingen die in de afgelopen 25 jaar de revue zijn gepasseerd.

Onwetend van micro-organismen en infecties, introduceerde Hippocrates 2500 jaar geleden de term ‘sepsis’ voor het proces van weefselverval. Rond de 19e eeuw werd deze term gerichter gebruikt voor een koortsend ziektebeeld met shock, maar pas in 1992 werd de eerste officiële definitie van sepsis vastgesteld. In dit artikel geven wij een overzicht van de verschillende definities, veranderende inzichten in de onderliggende mechanismen en verschillende behandelingen sinds 1992.

Pathofysiologie

De zogenoemde ‘germ theory’ was lange tijd de verklaring voor het ontstaan van sepsis. Sepsis werd volgens deze theorie uitgelokt doordat een microbe de gastheer was binnengedrongen en daarbij toxines vrijkwamen die verantwoordelijk waren voor de hoge koorts en shock.1 Begin 20e eeuw werd dit bevestigd door de bevinding dat Gram-negatieve bacteriën endotoxines bleken te bevatten, voornamelijk het in 1943 door Shear en Turner ontdekte lipopolysacharide.2

Pas later ontstond de hypothese dat ook patiëntfactoren een rol speelden. Het sepsisbeeld bleef immers bij veel patiënten aanwezig wanneer de bacteriën na behandeling met antibiotica verdwenen waren.3 Daarnaast kon het klinische beeld van systemische inflammatie ook optreden zonder infectie. Dit leidde ertoe dat de focus van behandeling kwam te liggen op de excessieve inflammatoire respons van de gastheer.4 Onderdrukking van deze respons kon wellicht therapeutisch zijn, zo was de gedachte. Er is veel klinisch onderzoek gedaan naar het remmen van verschillende aspecten van de afweerrespons, maar zonder gunstig effect.5

De huidige hypothese is dat tijdens sepsis tegelijkertijd pro- en anti-inflammatoire processen optreden. De pro-inflammatoire processen zorgen voor herkenning en destructie van het pathogeen, maar kunnen ook bijkomende schade opleveren, zoals verstoring van de stolling en acute nierschade. Daarnaast kan verminderde weefseloxygenatie leiden tot orgaanschade.6 De anti-inflammatoire respons moet zorgen dat het systeem terug in homeostase komt. Het immuunsuppressieve effect houdt echter lang aan, waardoor een verhoogde gevoeligheid voor secundaire infecties optreedt.7

In de afgelopen decennia is er steeds meer informatie gekomen over hoe micro-organismen herkend worden, welke interacties er zijn tussen pathogeen en immuuncellen, wat de invloed op de stolling is, maar ook over hoe het lichaam de pro- en anti-inflammatoire respons reguleert.8

Definitie

Vanwege de verwarring rond de term ‘sepsis’ en de vele andere vergelijkbare termen – zoals ernstige sepsis en septische shock – werd in 1992 een eenduidige definitie ontwikkeld voor de systemische inflammatoire respons op een infectie. Het doel was snellere herkenning en behandeling van sepsis. Daarnaast was de verwachting dat uniforme definities zouden leiden tot standaardisatie van onderzoeksprotocollen en homogenere patiëntengroepen, wat het onderzoek zou vergemakkelijken.9

Sepsis werd gedefinieerd als een klinische respons op een infectie. Voor een soortgelijke respons op een niet-infectieuze prikkel werd de term ‘systemisch inflammatoir responssyndroom’ (SIRS) voorgesteld. Tevens werden de eerste criteria voor sepsis en SIRS voorgesteld (tabel 1). Sepsis met orgaandisfunctie, hypotensie of hypoperfusie werd gedefinieerd als ernstige sepsis. Als de hypotensie ondanks vloeistofresuscitatie persisteerde, werd gesproken van een septische shock.

Hoewel deze definities en criteria een grote stap voorwaarts waren, kwam er direct kritiek. Zo waren de SIRS-criteria zó ruim dat veel patiënten zonder sepsis eraan voldeden.10 In 2001 volgde een tweede sepsisconferentie met als conclusie dat de definities van sepsis, ernstige sepsis en septische shock nog voldeden. Men was het eens met het commentaar dat de SIRS-criteria onvoldoende specifiek waren en publiceerde een lijst van aanvullende diagnostische criteria.11 Een echte wijziging van de definitie van sepsis en de criteria voor deze diagnose vond plaats tijdens de derde internationale sepsisconferentie in 2016 (tabel 2).12 Deze nieuwe definitie wordt elders in dit tijdschrift uitvoerig toegelicht.13

Behandelingen

De verbeterde inzichten in sepsis hebben op veel gebieden vooruitgang gebracht. Naast deze vooruitgang is de grootste verandering in behandeling van patiënten met sepsis de implementatie van zogenoemde ‘bundels’, een combinatie van diagnostische en therapeutische maatregelen. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste veranderingen in de afgelopen 25 jaar.

‘Early goal-directed therapy’

In 2001 werd het concept ‘Early goal-directed therapy’ (EGDT) geïntroduceerd. Dit hield in dat patiënten met sepsis volgens een vast protocol behandeld moesten worden, met als doel diverse hemodynamische parameters zo snel mogelijk te verbeteren. Deze gestandaardiseerde aanpak leidde tot snellere vloeistofresuscitatie en verbetering van de hemodynamiek.14 Belangrijker nog, de aanpak leidde tot betere overleving in de geprotocolleerde groep. Intrigerend genoeg konden 3 grote trials (ProMISe, ARISE, ProCESS) de gunstige effecten van EGDT niet bevestingen.15 Een van de mogelijke verklaringen is dat in de afgelopen jaren het bewustzijn rond sepsis al verbeterd is, wat op zichzelf al leidt tot een snellere herkenning en behandeling van sepsis.16

Mede door het succes van EGDT werd de ‘Surviving sepsis campaign’ (SSC) opgestart. Deze campagne werd in 2002 door een Amerikaanse en een Europese vereniging voor IC-geneeskunde geïnitieerd met de Verklaring van Barcelona, een pleidooi voor een beter bewustzijn en betere organisatie van de zorg rond sepsis. Na deze oproep werd in 2004 de eerste ‘sepsisbundel’ gepubliceerd, een richtlijn voor gestandaardiseerde sepsisbehandeling waarin veel aspecten van deze behandeling onderbouwd werden met de destijds beschikbare gegevens.17 Deze standaardisatie van de definitie en behandeling van sepsis gaf meer mogelijkheden voor gericht onderzoek.

De SSC-richtlijnen zijn dit jaar opnieuw geactualiseerd.18 Net als EGDT hebben ook de SSC-richtlijnen veel kritiek gekregen: nog nooit is bewezen dat de sepsisbundel daadwerkelijk leidt tot verlaging van de mortaliteit. De mortaliteit van sepsis daalt al jaren gestaag, ook in landen die niet deelnemen aan de SSC, en voor veel behandelingen in de bundel is alleen bewijs van matige kwaliteit.19

Hemodynamiek en vochtsuppletie

De eerste interventie bij een sepsispatiënt met hypotensie is het geven van vocht. Aanvankelijk waren colloïdale vloeistoffen populair, omdat deze zorgen voor een betere intravasale volume-expansie. Een vergelijkende studie uit 2012 liet echter zien dat patiënten die waren behandeld met colloïden, vaker dialyse nodig hebben en dat de mortaliteit onder deze patiënten hoger is.20 Dit zorgde voor een verschuiving van colloïdale naar kristallijne infuusvloeistoffen, met uitzondering van albumine. Welk soort kristallijne vloeistof het beste gebruikt kan worden, is tot op heden niet duidelijk.21

Belangrijker nog dan welke vloeistof gegeven moet worden, is de vraag hoevéél vloeistof gegeven moet worden, en óf er wel vloeistof gegeven moet worden. De laatste jaren wordt onderzocht bij welke patiënten een bolus vocht ook de gewenste verhoging van het hartminuutvolume (‘cardiac output’) oplevert. Statische parameters zoals de centraalveneuze druk zijn hier niet bruikbaar voor.22 Dynamische parameters en niet-invasieve bepalingen van het hartminuutvolume, zoals echografie, worden steeds vaker toegepast in plaats van invasieve meetmethodes zoals de A.-pulmonaliskatheter.23

Ook op het punt van vasopressie is er geen overtuigend bewijs dat een bepaald middel de voorkeur verdient.24 Over het algemeen heeft noradrenaline de voorkeur gekregen boven het vroeger vaker gebruikte dopamine. Dopamine geeft meer hartritmestoornissen en beschermt de nieren niet, zoals eerder gedacht werd. Op indicatie kan een inotropicum worden toegevoegd bij patiënten met een verlaagd hartminuutvolume. Het is overigens nog onduidelijk welke bloeddruk nagestreefd moet worden met de toediening van vasopressoren of inotropica.25

Longbeschermende beademing

Een van de gebieden waar grote vooruitgang is geboekt is de longbeschermende beademing. Het bewijs dat longschade geïnduceerd kan worden door mechanische beademing werd definitief geleverd in 2001.26 Beademing met een teugvolume van 6 ml/kg bleek de mortaliteit te verlagen in vergelijking met het gebruikelijke teugvolume van 12 ml/kg. Sindsdien is dit concept vele malen bevestigd en is er een trend naar ‘ultrabeschermende’ beademing’ met een teugvolume van 4 ml/kg, al dan niet ondersteund door extracorporele systemen voor oxygenatie en decarboxylatie.27

Naast de longschade die door de beademing veroorzaakt wordt kan er ook schade optreden door een asynchronie tussen de patiënt en de beademingsmachine. Vooral door het beademen met lage teugvolumina en de respiratoire acidose die dat veroorzaakt, hebben patiënten met sepsis een hoge ‘ademdrive’. Het is misschien zinvol de ademdrive van de patiënt in de vroege fase te onderdrukken met neuromusculaire blokkade, maar dit wordt niet standaard gedaan.28

Andere manieren om longschade te verminderen zijn het beperken van de beademingsdruk (‘driving pressure’) en het aanbieden van kleinere teugvolumes.29 Daarnaast heeft het openhouden van alveoli met positieve eind-expiratoire druk zijn waarde bewezen.30 Het beademen van patiënten in buikligging bevordert het openen van longvelden en verbetert de ventilatie-perfusieverhouding, wat eveneens een betere overleving geeft.31

Antimicrobieel beleid

Snel beginnen met antibiotica en het onder controle brengen of verwijderen van de infectiehaard zijn essentieel bij de behandeling van sepsis. In het begin worden breedspectrumantibiotica gegeven, die op geleide van kweken worden omgezet naar middelen met een smaller spectrum. De mortaliteit neemt proportioneel toe naarmate het langer duurt voordat de patiënt antibiotica krijgt.32 Hoewel niet iedere studie dit effect laat zien, werd deze bevinding onlangs nog bevestigd.33

Naast antibiotica tegen de pathogenen die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van de sepsis, krijgen patiënten op veel Nederlandse IC’s selectieve darmdecontaminatie (SDD). SDD is een antibiotisch regime van intraveneuze antibiotica en orale, niet-absorbeerbare antibiotica. Het heeft als doel mogelijke endogene verwekkers van nosocomiale infecties uit te roeien. Inmiddels zijn er veel studies gepubliceerd die een betere overleving laten zien na SDD.34

Andere medicamenteuze behandelingen en voeding

Volgens een trial die in 2001 werd gepubliceerd, neemt de mortaliteit van sepsis af door verlaging van de glucoseconcentratie met insuline en strikte regulatie van de glucoseconcentratie tussen de 4,5 en 6,5 mmol/l.35 Jaren later meldde een grote Australische trial echter betere uitkomsten bij een hogere glucoseconcentratie (tot 10 mmol/l) door het minder vaak optreden van hypoglykemieën.36 In Nederland houden we over het algemeen de streefwaarde van ≤ 10 mmol/l aan.

Tegenwoordig krijgt een patiënt met sepsis al vroeg enterale voeding. Dat heeft de voorkeur boven lang wachten met het aanbieden van voeding of vroege parenterale voeding.37

In een poging de hyperinflammatoire respons te remmen, werd sinds de jaren 70 steroïdsuppletie bij patiënten met sepsis toegepast. In de jaren 80 bleek in grotere studies echter dat dit de overleving niet gunstig beïnvloedde, maar wel een verhoogde kans op secundaire infecties gaf. Steroïdsuppletie werd rond de eeuwwisseling weer opnieuw toegepast, nu als behandeling voor mogelijke relatieve bijnierschorsinsufficiëntie. Een studie uit 2002 liet zien dat patiënten met onvoldoende respons op de ACTH-stimulatietest een grotere kans hadden om te overleven als zij werden behandeld met glucocorticoïden dan patiënten met een adequate respons.38 De CORTICUS-trial en de recentere HYPRESS-studie laten echter geen voordeel zien van behandeling met glucocorticoïden; bij kinderen verhoogt deze behandeling de mortaliteit zelfs aanzienlijk. Een recent artikel in het NTvG vat de huidige inzichten pragmatisch samen: glucocorticoïden zijn bij patiënten met septische shock niet geïndiceerd, tenzij zij ernstig hemodynamisch instabiel zijn ondanks adequate vulling en vasopressieve medicatie en mits de behandeling snel geïnitieerd kan worden.39

Negatieve resultaten en toch verbeterde overleving

Opvallend is dat van veel nieuwe medicamenteuze therapieën in de afgelopen 25 jaar geen gunstige effect bewezen kon worden. Een goed voorbeeld is geactiveerd proteïne C (APC). De gedachte was dat de inflammatoire respons met geactiveerde stolling bij sepsis geremd kan worden door het toedienen van APC. Dit middel werd geregistreerd voor de behandeling van sepsis na positieve resultaten die waren gepubliceerd in 2001 en 2003. Een studie uit 2005 liet echter geen effect zien bij sepsispatiënten die a priori een lager risico op overlijden hadden.40 De post-marketingstudie bevestigde dit en APC werd van de markt gehaald.41

Andere therapieën, zoals antitrombine III, eritoran en tifacogin, bleken in grotere studies evenmin klinisch effect te hebben.42-44 Hoewel er in de afgelopen 25 jaar maar weinig nieuwe therapieën beschikbaar zijn gekomen, daalde de mortaliteit van sepsis wel elk jaar. Zo is de mortaliteit in Australië en Nieuw-Zeeland gedaald van 35% in 2000 naar minder dan 20% in 2012.45 Als verklaring voor de daling van de mortaliteit is betere herkenning en vroegere behandeling van sepsis genoemd, naast verbeteringen in de niet-medicamenteuze behandeling.

Conclusie

Met het verder ontrafelen van de complexe relatie tussen het micro-organisme, de reactie van het lichaam en de gevolgen hiervan voor diverse organen, wordt steeds duidelijker dat sepsis een complex syndroom is.

Sinds de eerste definitie van sepsis in 1992 zijn er talloze studies naar nieuwe behandelmethodes voor sepsis geweest, veelal zonder gunstig resultaat. Toch lijkt de mortaliteit van sepsis langzaam maar gestaag te dalen, mogelijk door het beter herkennen van het ziektebeeld en sneller beginnen met adequate therapie. En laat dat nu net het uitgangspunt zijn van de opstellers van de eerste sepsisdefinitie.

Literatuur
  1. Bantock GG. The modern doctrine of bacteriology, or the germ theory of disease. BMJ. 1899;1(1997):846-8. Medlinedoi:10.1136/bmj.1.1997.846

  2. Shear MJ, Turner FC. Chemical treatment of tumours; isolation of hemorrhagic-producing fraction from () culture filtrate. J Natl Cancer Inst. 1943;4:81-7.

  3. Cerra FB. The systemic septic response: multiple systems organ failure. Crit Care Clin. 1985;1:591-607 Medline.

  4. Bone RC, Grodzin CJ, Balk RA. Sepsis: a new hypothesis for pathogenesis of the disease process. Chest. 1997;112:235-43. Medlinedoi:10.1378/chest.112.1.235

  5. Funk DJ, Parrillo JE, Kumar A. Sepsis and septic shock: a history. Crit Care Clin. 2009;25:83-101. Medlinedoi:10.1016/j.ccc.2008.12.003

  6. Angus DC, van der Poll T. Severe sepsis and septic shock. N Engl J Med. 2013;369:840-51. Medlinedoi:10.1056/NEJMra1208623

  7. Hamers L, Kox M, Pickkers P. Sepsis-induced immunoparalysis: mechanisms, markers, and treatment options. Minerva Anestesiol. 2015;81:426-39 Medline.

  8. Deutschman CS, Tracey KJ. Sepsis: current dogma and new perspectives. Immunity. 2014;40:463-75. Medlinedoi:10.1016/j.immuni.2014.04.001

  9. Bone RC, Balk RA, Cerra FB, et al; The ACCP/SCCM Consensus Conference Committee. American College of Chest Physicians/Society of Critical Care Medicine. Definitions for sepsis and organ failure and guidelines for the use of innovative therapies in sepsis. Chest. 1992;101:1644-55. Medlinedoi:10.1378/chest.101.6.1644

  10. Vincent JL. Dear SIRS, I’m sorry to say that I don’t like you... Crit Care Med. 1997;25:372-4. Medlinedoi:10.1097/00003246-199702000-00029

  11. Levy MM, Fink MP, Marshall JC, et al; SCCM/ESICM/ACCP/ATS/SIS. 2001 SCCM/ESICM/ACCP/ATS/SIS International Sepsis Definitions Conference. Crit Care Med. 2003;31:1250-6. Medlinedoi:10.1097/01.CCM.0000050454.01978.3B

  12. Singer M, Deutschman CS, Seymour CW, et al. The third international consensus definitions for sepsis and septic shock (sepsis-3). JAMA. 2016;315:801-10. Medlinedoi:10.1001/jama.2016.0287

  13. Wiersinga WJ, van Zanten ARH, Kaasjager KA, van der Poll T. Sepsis: nieuwe inzichten, nieuwe definitie. Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:D1551.

  14. Rivers E, Nguyen B, Havstad S, et al; Early Goal-Directed Therapy Collaborative Group. Early goal-directed therapy in the treatment of severe sepsis and septic shock. N Engl J Med. 2001;345:1368-77. Medlinedoi:10.1056/NEJMoa010307

  15. Angus DC, Barnato AE, Bell D, et al. A systematic review and meta-analysis of early goal-directed therapy for septic shock: the ARISE, ProCESS and ProMISe Investigators. Intensive Care Med. 2015;41:1549-60. Medlinedoi:10.1007/s00134-015-3822-1

  16. Russell JA, Møller MH, Annane D. Early goal-directed therapy: from discovery through enthusiasm to equipoise? Intensive Care Med. 2015;41:1676-8. Medlinedoi:10.1007/s00134-015-3857-3

  17. Dellinger RP, Carlet JM, Masur H, et al; Surviving Sepsis Campaign Management Guidelines Committee. Surviving Sepsis Campaign guidelines for management of severe sepsis and septic shock. Crit Care Med. 2004;32:858-73. Medlinedoi:10.1097/01.CCM.0000117317.18092.E4

  18. Rhodes A, Evans LE, Alhazzani W, et al. Surviving Sepsis Campaign: International Guidelines for Management of Sepsis and Septic Shock: 2016. Intensive Care Med. 2017;43:304-77. Medlinedoi:10.1007/s00134-017-4683-6

  19. Marik PE, Raghunathan K, Bloomstone J. Counterpoint: Are the best patient outcomes achieved when ICU bundles are rigorously adhered to? No. Chest. 2013;144:374-8. Medlinedoi:10.1378/chest.13-0848

  20. Perner A, Haase N, Guttormsen AB, et al; 6S Trial Group; Scandinavian Critical Care Trials Group. Hydroxyethyl starch 130/0.42 versus Ringers acetate in severe sepsis. N Engl J Med. 2012;367:124-34. Medlinedoi:10.1056/NEJMoa1204242

  21. Young P, Bailey M, Beasley R, et al; SPLIT Investigators; ANZICS CTG. Effect of a buffered crystalloid solution vs saline on acute kidney injury among patients in the intensive care unit. JAMA. 2015;314:1701-10. Medlinedoi:10.1001/jama.2015.12334

  22. Marik PE, Cavallazzi R. Does the central venous pressure predict fluid responsiveness? An updated meta-analysis and a plea for some common sense. Crit Care Med. 2013;41:1774-81. Medlinedoi:10.1097/CCM.0b013e31828a25fd

  23. Monnet X, Marik PE, Teboul JL. Prediction of fluid responsiveness: an update. Ann Intensive Care. 2016;6:111. Medline

  24. De Backer D, Biston P, Devriendt J, et al; SOAP II Investigators. Comparison of dopamine and norepinephrine in the treatment of shock. N Engl J Med. 2010;362:779-89. Medlinedoi:10.1056/NEJMoa0907118

  25. Asfar P, Meziani F, Hamel JF, et al; SEPSISPAM Investigators. High versus low blood-pressure target in patients with septic shock. N Engl J Med. 2014;370:1583-93. Medlinedoi:10.1056/NEJMoa1312173

  26. Brower RG, Matthay MA, Morris A, Schoenfeld D, Thompson BT, Wheeler A; Acute Respiratory Distress Syndrome Network. Ventilation with lower tidal volumes as compared with traditional tidal volumes for acute lung injury and the acute respiratory distress syndrome. N Engl J Med. 2000;342:1301-8.Medlinedoi:10.1056/NEJM200005043421801

  27. Fanelli V, Ranieri MV, Mancebo J, et al. Feasibility and safety of low-flow extracorporeal carbon dioxide removal to facilitate ultra-protective ventilation in patients with moderate acute respiratory distress sindrome. Crit Care. 2016;20:36. Medlinedoi:10.1186/s13054-016-1211-y

  28. Papazian L, Forel JM, Gacouin A, et al; ACURASYS Study Investigators. Neuromuscular blockers in early acute respiratory distress syndrome. N Engl J Med. 2010;363:1107-16. Medlinedoi:10.1056/NEJMoa1005372

  29. Amato MB, Meade MO, Slutsky AS, et al. Driving pressure and survival in the acute respiratory distress syndrome. N Engl J Med. 2015;372:747-55. Medlinedoi:10.1056/NEJMsa1410639

  30. Briel M, Meade M, Mercat A, et al. Higher vs lower positive end-expiratory pressure in patients with acute lung injury and acute respiratory distress syndrome: systematic review and meta-analysis. JAMA. 2010;303:865-73. Medlinedoi:10.1001/jama.2010.218

  31. Guérin C, Reignier J, Richard JC, et al; PROSEVA Study Group. Prone positioning in severe acute respiratory distress syndrome. N Engl J Med. 2013;368:2159-68. Medlinedoi:10.1056/NEJMoa1214103

  32. Kumar A, Roberts D, Wood KE, et al. Duration of hypotension before initiation of effective antimicrobial therapy is the critical determinant of survival in human septic shock. Crit Care Med. 2006;34:1589-96. Medlinedoi:10.1097/01.CCM.0000217961.75225.E9

  33. Seymour CW, Gesten F, Prescott HC, et al. Time to Treatment and Mortality during Mandated Emergency Care for Sepsis. N Engl J Med. 2017;376:2235-44. Medlinedoi:10.1056/NEJMoa1703058

  34. De Smet AM, Kluytmans JA, Cooper BS, et al. Decontamination of the digestive tract and oropharynx in ICU patients. N Engl J Med. 2009;360:20-31. Medlinedoi:10.1056/NEJMoa0800394

  35. Van den Berghe G, Wouters P, Weekers F, et al. Intensive insulin therapy in critically ill patients. N Engl J Med. 2001;345:1359-67. Medlinedoi:10.1056/NEJMoa011300

  36. Finfer S, Chittock DR, Su SY, et al; NICE-SUGAR Study Investigators. Intensive versus conventional glucose control in critically ill patients. N Engl J Med. 2009;360:1283-97. Medlinedoi:10.1056/NEJMoa0810625

  37. McClave SA, Taylor BE, Martindale RG, et al; Society of Critical Care Medicine; American Society for Parenteral and Enteral Nutrition. Guidelines for the provision and assessment of nutrition support therapy in the adult critically ill patient. JPEN J Parenter Enteral Nutr. 2016;40:159-211. Medlinedoi:10.1177/0148607115621863

  38. Annane D, Sébille V, Charpentier C, et al. Effect of treatment with low doses of hydrocortisone and fludrocortisone on mortality in patients with septic shock. JAMA. 2002;288:862-71. Medlinedoi:10.1001/jama.288.7.862

  39. Kamps MJA, Kiers D, Pickkers P. Geen glucocorticoïden bij sepsis, tenzij… Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:D1461.

  40. Abraham E, Laterre PF, Garg R, et al; Administration of Drotrecogin Alfa (Activated) in Early Stage Severe Sepsis (ADDRESS) Study Group. Drotrecogin alfa (activated) for adults with severe sepsis and a low risk of death. N Engl J Med. 2005;353:1332-41. Medlinedoi:10.1056/NEJMoa050935

  41. Ranieri VM, Thompson BT, Barie PS, et al; PROWESS-SHOCK Study Group. Drotrecogin alfa (activated) in adults with septic shock. N Engl J Med. 2012;366:2055-64. Medlinedoi:10.1056/NEJMoa1202290

  42. Warren BL, Eid A, Singer P, et al. Caring for the critically ill patient. High-dose antithrombin III in severe sepsis: a randomized controlled trial. JAMA. 2001;286:1869-78. Medlinedoi:10.1001/jama.286.15.1869

  43. Opal SM, Laterre PF, Francois B, et al; ACCESS Study Group. Effect of eritoran, an antagonist of MD2-TLR4, on mortality in patients with severe sepsis: the ACCESS randomized trial. JAMA. 2013;309:1154-62. Medlinedoi:10.1001/jama.2013.2194

  44. Abraham E, Reinhart K, Opal S, et al; OPTIMIST Trial Study Group. Efficacy and safety of tifacogin (recombinant tissue factor pathway inhibitor) in severe sepsis: a randomized controlled trial. JAMA. 2003;290:238-47. Medlinedoi:10.1001/jama.290.2.238

  45. Kaukonen KM, Bailey M, Suzuki S, Pilcher D, Bellomo R. Mortality related to severe sepsis and septic shock among critically ill patients in Australia and New Zealand, 20002012. JAMA. 2014;311:1308-16. Medlinedoi:10.1001/jama.2014.2637

Auteursinformatie

Martini Ziekenhuis, afd. Intensive Care, Groningen.

Drs. M.J.M.M. van der Steen, internist-intensivist.

Universitair Medisch Centrum Groningen, afd. Intensive Care, Groningen.

Drs. P. Dieperink, anesthesioloog-intensivist.

Radboudumc, afd. Intensive Care, Nijmegen.

Prof.dr. P. Pickkers, internist-intensivist.

Contact drs. M.J.M.M. van der Steen (m.vandersteen@live.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Marielle J.M.M. van der Steen ICMJE-formulier
Peter Dieperink ICMJE-formulier
Peter Pickkers ICMJE-formulier
Nieuwe definitie van sepsis

Gerelateerde artikelen

Reacties

Jan
Goris

Geachte Auteurs,

Als referentie voor het duiden van de dominerende rol van de inflammatoire respons bij het ontstaan van het ziektebeeld sepsis haalt u Bone en Co aan (1997 ref. 4). Wellicht is het u ontgaan dat dit concept ontstond op uw eigen IC, toen de bacteriologie omstreeks 1980 niet in staat was om bij "septische" patiënten positieve bloedkweken aan te tonen. Het concept, en de klinische en experimentele onderbouwing, werden in uw Radboud ontwikkeld door mijn team. Uw voorganger Jules Gimbrere was medeauteur van het eerste artikel. Bone en Co gaven 12 jaar later aan het concept  de term SIRS, en kregen daarmede zowat alle referenties.

Ik geef u hierbij enkele referenties:

Goris RJA, te Boekhorst ThPA, Nuytinck JKS, Gimbrere JSF. Multiple organ failure: generalized autodestructive inflammation? Arch Surg 1985; 120: 1109-1115.

Nuytinck JKS, Goris RJA. Pathophysiology of the adult respiratory distress syndrome (ARDS) and multiple organ failure (MOF). A hypothesis. Neth J Surg 1985; 37: 131-136.

Goris RJA, Boekholtz WKF, van Bebber IPT, Nuytinck JKS, Schillings P HM. Multiple organ failure and sepsis without bacteria. Arch Surg 1986; 212: 897-901.

Nuytinck JKS, Goris RJA, Redl H, Schlag G, van Munster J. Posttraumatic complications and inflammatory mediators. Arch Surg 1986; 121: 886-890.

Nuytinck JKC, Goris RJA, Weerts JGE, Schillings P HM, Schuurmans Stekhoven JH. Acute generalized microvascular injury by activated complement and hypoxia: the basis of the adult respiratory distress syndrome and multiple organ failure? Br J Exp Pathol 1986; 67: 537-548.

Nuytinck JKS, Offermans XJMW, Kubat K, Goris RJA. Whole body inflammation in trauma patients; an autopsy study. Arch Surg 1988; 123: 1519-1524. (Two Editorial Comments)

met collegiale groet,

Prof em Dr RJA Goris