Behandeling van convulsies bij pasgeborenen

Onderzoek
K. Fischer
R. Baarsma
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1996;140:1557-60
Abstract

Samenvatting

Doel

Vaststellen van de frequentie van neonatale convulsies en van de effectiviteit van de toegepaste anticonvulsieve therapie.

Opzet

Retrospectief, descriptief.

Plaats

Neonatale intensive-careafdeling, Beatrix Kinderkliniek, Academisch Ziekenhuis Groningen.

Methode

Alle pasgeborenen opgenomen in een periode van 5,5 jaar die in de eerste 28 levensdagen na de geboorte convulsies vertoonden, werden behandeld volgens een stapsgewijs schema. Indien de convulsie klinisch niet onder controle kwam, werd een stap verder gegaan. Stap 1: fenobarbital 15 mgkg i.v., waarbij de oplaaddosis bij onvoldoende resultaat werd verhoogd tot maximaal 35 mgkg. Stap 2: fenytoïne 15 tot maximaal 35 mgkg i.v. Stap 3: clonazepam 1-2 x 0,15 mgkg i.v. Stap 4: thiopental 1-2 mgkgh i.v.

Resultaten

De frequentie van convulsies in de neonatale periode bedroeg 1212068 opnamen (5,9). Er vielen 37 patiënten af voor beoordeling van de effectiviteit van het behandelschema: 16 omdat gegevens ontbraken, 11 omdat was afgeweken van het behandelschema en 10 waren overleden voordat het schema was afgemaakt. Voor de 84 resterende pasgeborenen bedroegen de cumulatieve resultaten: 68 (5784) gecoupeerde convulsies na toediening van fenobarbital, 87 (7384) na toevoeging van fenytoïne, 94 (7984) na clonazepam, en 96 (8184) na thiopental. Voor zowel fenobarbital als fenytoïne leek de anticonvulsieve werking samen te hangen met de oplaaddosis.

Conclusie

Het merendeel van de klinische convulsies kon met het gehanteerde schema bestreden worden, waarbij het effect van fenobarbital en fenytoïne dosisafhankelijk leek.

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis, Beatrix Kinderkliniek, Groningen.

Afd. Neonatologie: dr.R.Baarsma, kinderarts.

Kindergeneeskunde, Postbus 50.000, 7500 KA Enschede.

Contact Afd. Kindergeneeskunde: mw.K.Fischer, kinderarts

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

F.
Groenendaal

Utrecht, augustus 1996,

Met veel belangstelling lazen wij het artikel van collegae Fischer en Baarsma, waarin zij de indruk wekken dat neonatale convulsies eenvoudig te behandelen zijn (1996;1557-60). Bij 68% van de neonaten bleek een oplaaddosering van fenobarbital effectief, bij 94% de toediening van meerdere anti-epileptica. Onze eigen ervaringen stemmen niet met deze gegevens overeen.

Doordat wij de afgelopen 4 jaar gebruikgemaakt hebben van een cerebrale-functiemonitor, een éénkanaals, amplitude-geïntegreerde en -gecomprimeerde elektro-encefalograaf, konden wij op het EEG constateren dat fenobarbital al dan niet in combinatie met fenytoïne en clonazepam nauwelijks effectief is.1 Klinische convulsies bleken in een aantal gevallen weliswaar te onderdrukken, maar na enige tijd werden opnieuw langdurige convulsies geregistreerd, die veelal subklinisch verliepen. Volpe suggereert op basis van dierexperimenteel onderzoek nadelige effecten voor het brein van een langdurige, subklinische status epilepticus.2 Hoewel wij geenszins bepleiten dat in alle gevallen van epileptische activiteit op het EEG behandeling ingesteld moet worden, zouden wij geneigd zijn een langdurige subklinische status epilepticus wel te behandelen. Dit geldt eveneens voor patiënten die met toediening van spierverslappers beademd worden, een categorie patiënten die in het huidige onderzoek buiten beschouwing gebleven is.

In de tweede plaats is de effectiviteit van anti-epileptica afhankelijk van de oorzaak van de convulsies. Convulsies bij metabole ontregeling, bijvoorbeeld hypocalciëmie, zijn relatief eenvoudig te behandelen door de combinatie van fenobarbital en calcium i.v. toe te dienen. Convulsies ten gevolge van perinatale asfyxie zijn veel moeilijker te bestrijden.13 In hun tabel 3 vermelden Fischer en Baarsma echter 121 kinderen met verschillende diagnosen. Onduidelijk is welke van de patiënten ook daadwerkelijk in de analyse opgenomen zijn en bij welke ziektebeelden fenobarbital effectief geweest is.

Tenslotte willen wij een kanttekening plaatsen ten aanzien van de behandeling van convulsies bij preterme pasgeborenen. Veel preterme pasgeborenen met klinische convulsies hebben geen EEG-afwijkingen en omgekeerd hebben preterme pasgeborenen met EEG-afwijkingen veelal geen klinische convulsies. Behandeling van preterme neonati is uiterst moeilijk.4 Graag zouden wij van de auteurs vernemen welke patiënten in tabel 3 preterm waren en wat de effectiviteit van de anti-epileptica bij deze patiënten was.

Wij kunnen hun conclusie dat convulsies bij pasgeborenen relatief eenvoudig te behandelen zijn dan ook niet onderschrijven. Frequente, indien mogelijk continue, EEG-registraties van patiënten met convulsies of beademing onder spierverslapping tonen herhaaldelijk een langdurige status epilepticus zonder klinische verschijnselen. Behandeling van een dergelijke status epilepticus lijkt gewenst.

F. Groenendaal
M.C. Toet
P. Eken
L.S. de Vries
Literatuur
  1. Peeters CMPCD, Toet MC, Eken P, Groenendaal F, Vries LS de. Neonatale convulsies bij á terme pasgeborenen met hypoxisch ischemische encefalopathie: het anticonvulsieve effect van 4 anti-epileptica [abstract]. Tijdschr Kindergeneeskd 1995;63 S1:106.

  2. Volpe JJ. Neurology of the newborn. 3rd ed. Philadelphia: Saunders, 1995.

  3. Groenendaal F, Fetter WPF, Baerts W. Onderzoek naar de gevolgen van perinatale hypoxie en convulsies bij voldragen pasgeborenen. [LITREF JAARGANG="1990" PAGINA="1223-7"]Ned Tijdschr Geneeskd 1990;134:1223-7.[/LITREF]

  4. Connell J, Oozeer R, Vries LS de, Dubowitz LMS, Dubowitz V. Continuous EEG monitoring of neonatal seizures: diagnostic and prognostic considerations. Arch Dis Child 1989;64:452-8.