Afkapwaarden van de 'body-mass index' (BMI) voor ondergewicht van Nederlandse kinderen
Open

Onderzoek
06-10-2004
S. van Buuren

Doel.

Het bepalen van afkapwaarden van de ‘body-mass index’ (BMI) voor ondergewicht en ernstig ondergewicht bij kinderen tot 18 jaar op grond van de Nederlandse groeistandaarden uit 1980, en het vaststellen van de prevalentie van ondergewicht en ernstig ondergewicht in de groeistudiecijfers van 1997.

Opzet.

Secundaire data-analyse.

Methode.

De afkapwaarden voor ondergewicht werden bepaald door eerst het percentage 18-jarigen met een BMI < 18,5 kg/m2 te berekenen, en daarna bij de lagere leeftijden de BMI-waarde te bepalen waaronder dit percentage viel. Van ernstig ondergewicht werd bij 18-jarigen gesproken bij een BMI < 17,0 kg/m2.

Resultaten.

Voor kinderen tussen de 2 en 6 jaar was de prevalentie van ernstig ondergewicht tussen 1980 en 1997 gestegen; voor jongens van 1,5 naar 3,6, voor meisjes van 2,9 naar 3,3. Bij oudere kinderen (7-18 jaar) was de prevalentie gedaald: voor jongens van 1,5 naar 1,4, voor meisjes van 2,9 naar 1,7.

Conclusie.

De Nederlandse jeugd was in de periode 1980-1997 niet alleen gemiddeld zwaarder geworden, maar ook waren de verschillen tussen de kinderen toegenomen. Dit laatste zou een indicatie kunnen zijn van een toename in gezondheidsverschillen.