Onderzoek wordt in de eerste plaats opgezet en geanalyseerd om de onderzoeksvraag te beantwoorden

Sectie 1: Inleiding en onderzoeksvraag

NTvG Syllabus Methodologie
Rolf Groenwold
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:B1877

Sectie 1. is een onderdeel van de online syllabus 'Medische informatie de baas'.

Leestijd theorie: 15 min.

Maak de quiz bij sectie 1.

 

Samenvatting

De onderzoeksvraag vormt de kern van het elk onderzoeksartikel. Zij staat in de inleiding van het artikel.

Kernpunten
  • Idealiter heeft de determinant op elk van de onderdelen van de composiet-uitkomstmaat een soortgelijk effect. Maar als dat niet zo is, kan het combineren van verschillende onderdelen tot één uitkomstmaat een vertekend beeld geven.
  • Hoewel een onderzoek eigenlijk alleen iets zegt over de groep mensen die meedeed aan het onderzoek, willen we de uitkomsten meestal generaliseren naar een grotere groep, bijvoorbeeld toekomstige patiënten. Generaliseerbaarheid is de mate waarin de resultaten van het onderzoek van toepassing zijn op mensen die niet aan het onderzoek deelnamen.

1.1 De opbouw van de inleiding

In artikelen over medisch onderzoek staat één vraag centraal: de onderzoeksvraag. Natuurlijk wordt er veel meer informatie gepresenteerd dan alleen het antwoord op die ene onderzoeksvraag. Het onderzoek wordt echter in de eerste plaats opgezet en geanalyseerd om de onderzoeksvraag te beantwoorden. Het eerste doel bij het lezen van een onderzoeksartikel is dan ook de onderzoeksvraag te herkennen. Deze staat in de inleiding van het artikel.

De inleiding van een onderzoeksartikel kent doorgaans een standaardopbouw en ‘trechtert’ richting de onderzoeksvraag. Eerst wordt het kader neergezet: de ziekte of het medische probleem waar het artikel over gaat. Vervolgens worden recente ontwikkelingen geschetst en wordt ook aangegeven welke kennis nog ontbreekt (de ‘kennislacune’). Dit alles mondt uit in de onderzoeksvraag: welk specifiek stukje van de kennislacune tracht dit onderzoek te vullen? De inleiding sluit af met de onderzoeksvraag.|
 

1.2 De onderzoeksvraag

Een onderzoeksvraag heeft 3 essentiële componenten: de determinant, de uitkomstmaat en het domein. Een voorbeeld van een onderzoeksvraag waarin deze 3 componenten te herkennen zijn, is: ‘In welke mate verbetert een intensief beweegprogramma de kwaliteit van leven bij vrouwen met borstkanker vergeleken met geen beweegprogramma?’ Het doel van medisch onderzoek is het kwantificeren van een relatie tussen een determinant, of meerdere determinanten, en een uitkomst.

vimeo

 

De determinant

De determinant is de blootstelling, de test, de behandeling of de eigenschap die de onderzoekers bestuderen. In het voorbeeld is dat het al dan niet volgen van een intensief beweegprogramma. Ook belangrijk is datgene waartegen de blootstelling, de test, de behandeling of de eigenschap wordt afgezet. Bij een medische behandeling kan dit bijvoorbeeld een placebo of een alternatieve behandeling zijn. Bij een test zal een positieve testuitslag worden vergeleken met een negatieve testuitslag.

 

De uitkomstmaat

De uitkomstmaat is meestal een gezondheidsuitkomstmaat, zoals het optreden van een beroerte. Maar de uitkomstmaat kan ook een afgeleide daarvan zijn, bijvoorbeeld de mate van adl-zelfstandigheid of – zoals in het bovenstaande voorbeeld – de kwaliteit van leven. Wanneer een uitkomstmaat relatief zeldzaam is of als het lang kan duren voordat deze optreedt, kunnen onderzoekers gebruikmaken van een zogenaamde surrogaat-uitkomstmaat.6 Meestal is dit een gemakkelijk te meten kenmerk dat al in een vroeg stadium een verandering in de ziekteactiviteit toont. Het is uiteraard wel van belang dat de surrogaat-uitkomstmaat een belangrijke voorspeller is van de klinische uitkomstmaat. In een trial naar een bloeddrukverlagend medicijn kan de bloeddruk bijvoorbeeld al binnen enkele weken een indicatie geven van de potentiële effecten op klinisch relevante uitkomstmaten, zoals het optreden van een myocardinfarct.

Een composiet-uitkomstmaat is een samengestelde uitkomstmaat die optreedt wanneer een van de individuele uitkomstmaten zich voordoet. In een onderzoek naar de effecten van orale antistolling bij patiënten met een myocardinfarct kan bijvoorbeeld de uitkomstmaat zijn samengesteld uit het optreden van overlijden, nieuwe myocardinfarcten en beroerte.7

Idealiter heeft de determinant op elk van de onderdelen van de composiet-uitkomstmaat een soortgelijk effect. Maar als dat niet zo is, kan het combineren van verschillende onderdelen tot één uitkomstmaat een vertekend beeld geven.

In een onderzoek naar bloeddrukverlagende geneesmiddelen bij patiënten met hypertensie en diabetische nefropathie was de uitkomstmaat gedefinieerd als overlijden, eindstadiumnierfalen of een verdubbeling van de serumcreatininewaarde.8 Deze uitkomstmaten zijn alle 3 relevant, maar ze zijn niet van dezelfde orde. Hier verminderde het bloeddrukverlagende middel het optreden van de composiet-uitkomstmaat, maar was dit geneesmiddel niet effectief ten aanzien van de uitkomstmaat ‘overlijden’.8

Kijk dus goed naar de effecten op elk van de uitkomstmaten.

 

Het domein

Het laatste onderdeel van een onderzoeksvraag is het domein. Voor elke vraag is het van belang aan te geven op wie het antwoord van toepassing is. Deze theoretische groep mensen noemen we ‘het domein’. Voor de mensen buiten het domein is de vraag misschien niet relevant of is de relatie tussen de determinant en de uitkomstmaat mogelijk anders.

In een van de bovengenoemde voorbeelden over een intensief beweegprogramma bij vrouwen met borstkanker wordt het domein gevormd door vrouwen met borstkanker. Hoewel dit hier niet is gespecificeerd, omvat het domein misschien wel alleen vrouwen met borstkanker in een bepaald stadium, omdat de effecten van een beweegprogramma bij vrouwen met borstkanker in een ander stadium mogelijk anders zijn.

Hoe breed of hoe smal het domein is, hangt af van de vraag in hoeverre we denken dat de relatie tussen de determinant en de uitkomstmaat hetzelfde is bij andere groepen patiënten. Zo zullen de effecten van bisfosfonaten op het voorkómen van fracturen bij vrouwen van 75 jaar en bij vrouwen van 76 jaar vergelijkbaar zijn, maar beide verschillen van de effecten bij premenopauzale vrouwen. Naast fysiologische aspecten, kan de omgeving (eerste- vs. tweedelijnszorg, Nederland vs. Noord-Amerika et cetera) ook invloed hebben op de relatie tussen de determinant en de uitkomstmaat en kan de omgeving dus het domein bepalen.

Hoewel een onderzoek eigenlijk alleen iets zegt over de groep mensen die meedeed aan het onderzoek, willen we de uitkomsten meestal generaliseren naar een grotere groep, bijvoorbeeld toekomstige patiënten. Generaliseerbaarheid is de mate waarin de resultaten van het onderzoek van toepassing zijn op mensen die niet aan het onderzoek deelnamen. Generaliseerbaarheid gaat dus over de vertaalslag van een onderzoek naar het domein. Hierover staat meer in de paragraaf ‘De onderzoeksgroep’.

Hoewel de onderzoeksvraag niet altijd als zodanig te herkennen is, zouden de kernelementen (determinant, uitkomstmaat en domein) wel te vinden moeten zijn. Als deze elementen echter niet duidelijk zijn omschreven in de inleiding, kan je direct stoppen met lezen en het artikel ter zijde leggen.

De auteurs van het onderzoek naar de prognose van patiënten na een val van grote hoogte schrijven bijvoorbeeld aan het einde van de inleiding van hun artikel: ‘Het doel van deze studie is het onderzoeken van de frequentie van complicaties na een val van hoogte en of een psychische stoornis een grotere kans geeft op complicaties.’4

In deze zin vallen wel degelijk een determinant (psychische stoornis), een uitkomstmaat (complicaties) en een domein (patiënten na een val van hoogte) te onderscheiden. Een expliciete onderzoeksvraag is: wat is de invloed van een psychische stoornis (determinant) op de frequentie van complicaties (uitkomstmaat) bij patiënten na een val van hoogte (domein)?

 

Maak de quiz bij sectie 1. 

Auteursinformatie

Dr. Rolf H.H. Groenwold is arts, epidemioloog en statisticus. Hij is verbonden aan het Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde van het UMC Utrecht. Zijn onderzoek richt zich op methoden voor observationeel onderzoek naar de effecten van medische interventies en wordt onder andere gesubsidieerd door ZonMw, met een Veni-subsidie in 2012 en een Vidi-subsidie in 2016. Hij geeft onderwijs over verschillende epidemiologische en statistische onderwerpen, zowel in Nederland als daarbuiten.

Sectie 2: De methode van een onderzoek
Informatiekader

Gerelateerde artikelen

Reacties