Dit leerartikel is herzien. De herziene versie (D7393) is gecontroleerd op actualiteit en juistheid. Bij de herziene versie is een nieuwe nascholingstoets beschikbaar.
Op de hoogte blijven van nieuwe leerartikelen, compleet met geaccrediteerde toetsvragen en luisterversie?
⚡Schrijf je gratis in op een e-mail alert door het dossier Leerartikelen te volgen.⚡
Toets voor nascholing (verlopen)
Aan dit artikel was een toets gekoppeld waarmee je nascholingspunten kon verdienen.
Samenvatting
Buikpijn kan voorkomen bij diverse abdominale en niet-abdominale aandoeningen. Afzonderlijke gegevens uit de anamnese en het lichamelijk onderzoek geven te weinig richting om een duidelijke diagnose te kunnen stellen. Aanvullend laboratoriumonderzoek en beeldvormend onderzoek kunnen hier meer richting aan geven. In dit leerartikel geven wij antwoord op een aantal specifieke vragen over buikpijn uit de praktijk. Onderwerpen die onder andere aan bod komen zijn verschillende abdominale aandoeningen, diagnostische markers, de diagnostische waarde van beeldvormend onderzoek en nieuwe behandelopties voor prikkelbaredarmsyndroom.
Leerdoelen
- Overzicht krijgen van de meest voorkomende oorzaken van buikpijn.
- Inzicht hebben in de diagnostische waarde van anamnestische gegevens, lichamelijk onderzoek en beeldvormend onderzoek bij patiënten met buikpijn.
- Weten wat belangrijke aandachtspunten zijn bij chronische buikpijn en hoe het onderscheid te maken is tussen inflammatoire en niet-inflammatoire aandoeningen.
- Inzicht krijgen in nieuwe behandelopties voor prikkelbaredarmsyndroom.
artikel
‘Buikpijn’ is de overkoepelende term voor klachten van pijn in de regio abdominalis. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen acute en chronische buikpijn. Acute buikpijn is een niet-traumatische pijn van de buik die minder dan 5 dagen bestaat.1 De oorzaak is meestal goedaardig en zelflimiterend, maar kan ook levensbedreigend zijn. Bij acute buikpijn is het daarom belangrijk om snel en accuraat onderscheid te maken tussen urgente en niet-urgente oorzaken.2 Tabel 1 geeft een overzicht van veelvoorkomende oorzaken van acute buikpijn.
Urgente oorzaken vragen binnen 24 uur behandeling; in ernstige gevallen zelfs binnen enkele uren. Hierbij dient de diagnostische accuratesse van de anamnese, het lichamelijk onderzoek en het aanvullend onderzoek zo hoog mogelijk te zijn.1 Hoewel chronische buikpijn – die meestal geen urgente oorzaak heeft – slechts bij ongeveer 20% van de patiënten een organische oorzaak heeft,3 dienen ook bij deze patiënten eventuele ernstige aandoeningen tijdig opgespoord te worden. In dit leerartikel geven wij antwoord op vragen over buikpijn uit de praktijk.
Wat zijn meest voorkomende oorzaken van buikpijn?
In de tweede Nationale Studie van het NIVEL gaf 10,4% van de respondenten aan dat zij in de voorgaande 2 weken last hadden gehad van buikpijn.4 De gemiddelde prevalentie van buikpijn als reden van contact met de huisarts is 2,8%.5 Bij 5-10% van de patiënten op de Spoedeisende Hulp (SEH) is buikpijn de reden om medische hulp te zoeken.6 Figuur 1 toont de meest voorkomende oorzaken (dat wil zeggen: bij ≥ 2% van de patiënten) van buikpijn in de huisartsenpraktijk en op de SEH in Nederland.7,8
De incidentie van de aandoeningen die buikpijn kunnen geven is sterk afhankelijk van leeftijd en geslacht. In tabel 2 hebben we veelvoorkomende aandoeningen weergegeven voor verschillende categorieën patiënten: kinderen (> 4 jaar), volwassenen, en ouderen (> 65 jaar).
Een belangrijk gegeven is dat bij bijna de helft van alle patiënten met buikpijn in de eerste lijn sprake is van functionele buikpijn. Onder deze patiënten bevinden zich veel kinderen. Bij ongeveer twee derde – maar er worden ook percentages tot 90% genoemd – van de kinderen die met buikpijn naar de dokter gaan, wordt geen organische oorzaak gevonden.9,10
Hoe sensitief en specifiek zijn de klassieke gegevens uit anamnese en lichamelijk onderzoek bij acute buik?
Bij een acute buik is vaak sprake van peritoneale prikkeling, maar er kan ook een obstructie, trauma of vaatafwijking aan ten grondslag liggen.11 Bij het herkennen van ernstige aandoeningen kunnen tekenen van peritoneale prikkeling van groot belang zijn. Tabel 3 geeft een overzicht van bevindingen uit de anamnese en het lichamelijk onderzoek die kunnen wijzen op peritoneale prikkeling.11-22 In de literatuur zijn deze bevindingen voornamelijk te vinden in publicaties over de verschillende onderliggende aandoeningen.13 In tabel 3 hebben wij daarom gegevens over de diagnostische waarde van bevindingen uit studies naar appendicitis, cholecystitis, dunnedarmobstructie, peritonitis en diverticulitis bij elkaar gezet. Hieruit komt naar voren dat geïsoleerde bevindingen bij de anamnese en het lichamelijk onderzoek in het algemeen slechts beperkt bijdragen aan de diagnose van de verschillende aandoeningen.11
In Nederlandse en Zweedse studies naar acute buikpijn bij patiënten op de SEH kwam de werkdiagnose, die na de anamnese, het lichamelijk onderzoek en het laboratoriumonderzoek gesteld werd, bij slechts 46-48% van de patiënten overeen met de uiteindelijke diagnose.7,23 Men kan dus inzoomen op afzonderlijke bevindingen uit anamnese of lichamelijk onderzoek, maar uiteindelijk is de diagnostische accuratesse daarvan te laag om er een behandeling op in te kunnen stellen. Wel kunnen deze kenmerken samen met laboratoriumonderzoek een indicatie geven van de urgentie van de aandoening.7
Ook de richtlijn ‘Diagnostiek acute buikpijn bij volwassenen’ concludeert dat wanneer patiënten met acute buikpijn op de SEH aankomen, anamnese en lichamelijk onderzoek diagnostisch onvoldoende accuraat zijn om met zekerheid een diagnose te kunnen stellen. In combinatie met laboratoriumonderzoek kan wel redelijk betrouwbaar het onderscheid tussen urgente en niet-urgente aandoeningen gemaakt worden.1
Klinische variabelen zoals loslaatpijn hebben een laag discriminerend vermogen bij patiënten met acute appendicitis. Combinaties van klinische bevindingen (migratie van de pijn bij de anamnese en symptomen van peritoneale prikkeling bij het lichamelijk onderzoek) en laboratoriumuitslagen (verhoging van het leukocytengetal en de CRP-waarde) geven soms een betere diagnostische accuratesse.24,25 Zo is de klassieke presentatie van appendicitis met pijn rechts onderin de buik, migratie van de pijn en actief spierverzet bij mannen 100% accuraat, maar deze combinatie van symptomen komt bij slechts 6% van de patiënten voor. Het diagnostisch en onderscheidend vermogen van individuele klinische variabelen en laboratoriumtesten is zwak.26
Ook bij patiënten met diverticulitis hebben afzonderlijke klinische variabelen geen onderscheidend vermogen.27,28 De combinatie van een CRP-waarde > 50 mg/l, pijn links onder in de buik bij lichamelijk onderzoek en de afwezigheid van braken is een sterke voorspeller voor acute linkszijdige diverticulitis. Deze combinatie komt bij slechts 25% van de patiënten met diverticulitis voor, maar als deze combinatie aanwezig is, kan diverticulitis accuraat aangetoond worden. Deze beslisregel heeft een specificiteit van 98% en een sensitiviteit van 36%.28,29
Voor acute cholecystitis blijken afzonderlijke variabelen, zoals het teken van Murphy (zie uitleg), niet sensitief of specifiek genoeg om de aandoening aan te tonen of uit te sluiten.23 Een combinatie van klinische variabelen kan het vermoeden van cholecystitis versterken, maar zonder beeldvormend onderzoek kan deze diagnose niet duidelijk bevestigd worden.21
Wat zijn belangrijke aandachtspunten bij chronische buikklachten?
Bij ongeveer 18-20% van de patiënten met chronische buikpijn in de eerste lijn wordt een organische oorzaak gevonden.3 Hoewel het bij chronische buikpijn niet vaak nodig is om snel in te grijpen, moeten relatief weinig voorkomende aandoeningen, zoals inflammatoire darmziekten (IBD) en maligniteiten, tijdig opgespoord worden.
Symptomen van de verschillende aandoeningen die chronische buikklachten geven, kunnen veel overlap vertonen.30 Klachten als chronische diarree of de aanwezigheid van extra-intestinale verschijnselen komen zowel voor bij IBD als bij het prikkelbaredarmsyndroom (PDS).31
Ook kan het gebeuren dat door het ontbreken van alarmsymptomen urgente diagnosen gemist of met flinke vertraging gesteld worden. Zo wil het ontbreken van zowel rectaal bloedverlies als gewichtsverlies niet zeggen dat de diagnose ‘darmkanker’ zomaar verworpen kan worden.32
De NHG-standaard ‘Prikkelbaredarmsyndroom’ noemt een aantal aspecten waarop gelet of naar gevraagd moet worden bij patiënten met langer bestaande buikklachten. In tabel 4 is af te lezen bij welke kenmerken coeliakie, IBD of een maligniteit tot de waarschijnlijkheidsdiagnosen hoort.31
Hoe maak je bij chronische buikpijn onderscheid tussen inflammatoire en niet-inflammatoire aandoeningen?
In de praktijk is vooral het onderscheid tussen IBD en PDS van belang. Wanneer de patiënt langere tijd buikpijn heeft die verband houdt met defecatie, alsmede klachten als een opgeblazen gevoel, een wisselend defecatiepatroon, slijm bij de ontlasting en drukpijn bij palpatie van het colon, moet de diagnose ‘prikkelbaredarmsyndroom’ sterk worden overwogen. Chronische diarree in combinatie met minimaal 1 van de overige kenmerken van IBD uit tabel 4 geeft een sterk vermoeden van IBD; in dat geval wordt onderzoek in de tweede lijn aanbevolen.31,33
Wanneer er twijfel is tussen PDS of IBD kan aanvullend laboratoriumonderzoek uitkomst bieden.33 Een feceskweek op parasieten en enteropathogenen wordt aanbevolen om infectie als oorzaak uit te sluiten. Bij een verhoogde BSE of CRP-waarde en een verlaagde Hb-waarde in het bloed is de kans op IBD verhoogd.31
Eiwitten die in de ontlasting voorkomen zijn onderzocht als biomarkers van inflammatie bij IBD. Hiervan lijkt calprotectine de sensitiefste te zijn.34 Een afkapwaarde van calprotectine van 50 µg/g gaf een gepoolde sensitiviteit van 93% en een gepoolde specificiteit van 94%; hierbij varieerde de positief voorspellende waarde van 20-100% en de negatief voorspellende waarde van 73-100%. Wanneer de waarde van calprotectine in feces lager is dan de afkapwaarde, kunnen we dus klinisch een inflammatoire aandoening uitsluiten. Calprotectine is echter niet specifiek genoeg om te differentiëren tussen verschillende soorten inflammatie.35 Een hogere afkapwaarde zorgt ervoor dat calprotectine specifieker wordt om tussen verschillende inflammatoire aandoeningen te differentiëren. Een calprotectinewaarde boven de 150 µg/g rechtvaardigt verdere diagnostiek om IBD of kanker uit te sluiten.36,37 Uiteraard is de keuze van de afkapwaarde afhankelijk van de klinische kenmerken van de patiënt.
In de eerste lijn is er nog weinig onderzoek gedaan naar fecale biomarkers en niet alle Nederlandse huisartsenlaboratoria voeren deze testen uit. Daarom wordt het testen op fecale biomarkers in de eerste lijn vooralsnog niet aanbevolen bij een vermoeden van IBD.31 Momenteel loopt een pilotstudie waarin patiënten met chronische buikklachten in de eerste lijn een zelftest mee naar huis krijgen.38
Hoe kom ik een cardiale oorzaak van pijn in de bovenbuik op het spoor bij een oudere patiënt?
De plaats waar de patiënt buikpijn voelt, houdt over het algemeen niet direct verband met de oorzaak van de pijn; dat beperkt de waarde van dit gegeven uit de anamnese en het lichamelijk onderzoek.39 Omdat de buikpijn gerefereerde pijn kan zijn, moeten niet-abdominale oorzaken van de klachten eigenlijk altijd overwogen worden.40
Cardiale oorzaken van buikpijn kunnen onder andere acuut coronair syndroom (ACS), myocarditis, pericarditis, endocarditis of hartfalen zijn.40 Omdat het ACS – en dan vooral het myocardinfarct – het vaakst voorkomt,41 bespreken wij dat nader.
Volgens de NHG-standaard ‘Acuut coronair syndroom’ is zelfs met een zorgvuldige anamnese en lichamelijk onderzoek de diagnose niet altijd met zekerheid te stellen. Het gaat bij de huisarts dus vaak om een waarschijnlijkheidsdiagnose. Een atypische presentatie van het ACS met buikpijn maakt het niet gemakkelijker.
De kans op een ACS wordt groter door roken, hypertensie, diabetes mellitus en wanneer de patiënt bekend is met, of een positieve familieanamnese heeft voor, ischemische hart- en vaataandoeningen. Ouderen hebben vaker een atypische presentatie waarbij benauwdheid, dyspneu, misselijkheid en braken op de voorgrond kunnen staan. Het lichamelijk onderzoek heeft nauwelijks waarde.42
Een niet-afwijkend ecg is weinig sensitief en sluit de diagnose ‘myocardinfarct’ niet uit, want over bepaalde gebieden van het hart geeft het routine-ecg geen informatie.43 Een ecg met afwijkingen die op ischemie wijzen is wél specifiek; de kans is dan groot dat de patiënt een myocardinfarct heeft.42 Bepaling van troponine (T of I) en eventueel creatinekinase (CK-MB) kan hartweefselschade aantonen. De huisarts ziet de helft van de patiënten met een ACS binnen 3 uur, maar omdat de concentraties van troponine en CK-MB dan pas beginnen te stijgen, zijn deze vaak niet relevant. Op een later tijdstip en in de tweede lijn zijn deze biomarkers bijzonder sensitief en is de bepaling dus wel van belang.42 Ook van zogenoemde ‘point-of-care’-testen die een snelle uitslag geven – myoglobine en ‘heart-type fatty acid-binding protein’ (H-FABP) – blijft de sensitiviteit te ver achter om het ACS uit te sluiten.42 De hoog-sensitieve cardiale troponine T-test (hs-cTnT) lijkt in de tweede lijn wel sensitief genoeg te zijn om binnen 3 uur een ACS uit te sluiten.44
Overweeg bij een patiënt met buikpijn een ACS als het om een oudere patiënt gaat bij wie vegetatieve verschijnselen op de voorgrond staan. De bekende risicofactoren kunnen de diagnose waarschijnlijker maken.
Waaraan moet ik denken bij aanvalsgewijze of periodieke buikpijn?
Buikpijn kan zich aanvalsgewijs of periodiek voordoen. Van de aandoeningen die dit veroorzaken komen reflux, ulcus pepticum en aandoeningen die koliekpijn geven het vaakst voor. Periodieke buikpijn kan ook samenhangen met de menstruatie. Hier bespreken we 4 minder vaak voorkomende aandoeningen waar eveneens aan gedacht kan worden.
Chronische mesenteriale ischemie , ook wel angina abdominalis genoemd, is een hypoperfusie van de darmen die kan optreden bij – vaak oudere – patiënten met occlusies of stenosen van de mesenteriale vaten. Kenmerkend voor deze aandoening zijn terugkerende episoden van doffe, zeurende buikpijn na voedselopname en een wisselende locatie van de pijn met al dan niet uitstraling naar de rug. Een ander belangrijk kenmerk is – soms ernstig – progressief gewichtsverlies.45-47
Endometriose is de extra-uteriene aanwezigheid van functionerend baarmoederslijmvlies bij vrouwen in hun reproductieve jaren.48 Dit komt vaak voor in het bekken, maar ook in de buikholte, bij het diafragma en in pleuraholtes.49 De meest voorkomende klachten zijn bekkenpijn – die vaak begonnen is na de eerste menstruatie – en infertiliteit. De pijn kan zowel cyclisch als chronisch zijn en wordt ook vaak in de onderrug aangegeven. Klachten die met endometriose kunnen samengaan zijn dyspareunie, pijnlijke defecatie (dyschezie) en dysurie.50
Familiaire mediterrane koorts is een erfelijke aandoening met terugkerende aanvallen van koorts en serosa-inflammatie die voornamelijk voorkomt bij mensen van Armeense, Turkse, Joodse en Noord-Afrikaanse afkomst.51 De serositis uit zich vaak als buikpijn. De aanvallen hebben een abrupt begin, een snelle piek met een plateaufase van 1-3 dagen, en gaan daarna spontaan in remissie. De eerste aanval vindt bij 90% van de patiënten plaats vóór het 20e levensjaar.52 Patiënten hebben flinke koorts en buikpijn, eerst lokaal en later generaliseerd met peritoneale prikkeling. Deze klachten gaan bij 12-40% van de patiënten gepaard met een erythemateuze afwijking – vooral op het been, de enkel of de voet – die na de aanval verdwijnt.53
Angio-oedeem is een zelflimiterende, terugkerende vochtophoping in losmazig bindweefsel. Oorzaken kunnen een allergische reactie, een erfelijke aandoening (hereditair angio-oedeem) of medicatiegebruik (bijvoorbeeld ACE-remmers) zijn. De buikpijn wordt veroorzaakt door zwelling van de darmwand.54 Wanneer er geen zwelling van andere lichaamsdelen zichtbaar is, is deze aandoening lastig te onderscheiden van een acute buik.55 De aanvallen hebben vaak een trage start, bereiken de maximale intensiteit na enkele uren, worden gevolgd door een plateaufase van 1-5 dagen en gaan daarna binnen enkele uren in remissie. De patiënt heeft hevige koliekpijn, soms met misselijkheid, braken of diarree.56 De meeste abdominale aanvallen verlopen zonder koorts, tekenen van peritoneale prikkeling of verhoging van de CRP-waarde.54
ACNES: wanneer moet ik eraan denken?
‘Anterior cutaneous nerve entrapment syndrome’ (ACNES) is een pijnsyndroom waarbij eindstandige cutane takjes van lage thoraco-abdominale en intercostale zenuwen (niveau T7-T11) klem zitten aan de laterale rand van de M. rectus abdominis tussen spier en fascie, en daardoor pijnsensaties afgeven (figuur 2).57
ACNES is een diagnose die niet in de hogere regionen van de waarschijnlijkheidsdiagnosen in de eerste of tweede lijn hoort te staan. Het gaat om een kleine, specifieke groep van patiënten met chronische buikpijn bij wie vaak een buikoperatie in de voorgeschiedenis staat. Andere oorzaken van chronische buikpijn, zoals het prikkelbaredarmsyndroom, komen veel frequenter voor. Bij patiënten met chronische buikpijn is ACNES een diagnose per exclusionem.
Bij ACNES is er sprake van één pijnlijke plek die niet groter is dan een vingertop. Deze pijn wordt erger als de patiënt de buikspieren gebruikt of van houding verandert. Vaak is er dan hypo- of hyperesthesie van de huid rondom die pijnlijke plek. Deze circumscripte pijn zal bij ACNES tijdelijk verdwijnen na een lokale testinjectie met lidocaïne of mepivacaïne.
Ook kan de Carnett-test worden gebruikt. Hierbij identificeert de arts met één vinger de exacte plaats waar de pijn het hevigst is, terwijl de patiënt op de onderzoeksbank ligt en de buikspieren ontspant. De arts vraagt vervolgens aan de patiënt om de buikspieren aan te spannen door hoofd en bovenlichaam op te richten met de armen gekruist over de borst. Toename van de pijn op de plek van de palperende vinger bij het aanspannen van de buikspieren is een positief teken van buikwandgerelateerde pijn; een afname van de pijn wordt beschouwd als een negatieve testuitslag.57 De test is vaker positief bij patiënten met niet-specifieke abdominale pijn dan bij patiënten bij wie de pijn een intra-abdominale oorzaak heeft.58-60 De test heeft echter weinig onderscheidend of diagnostisch vermogen in het hele spectrum van patiënten met chronische buikpijn.
Wat zijn indicaties voor een echo van de bovenbuik, en wat zijn de beperkingen?
Transabdominale echografie wordt gebruikt om afwijkingen in de bovenbuik, in het bijzonder van de galblaas, galwegen, lever en de pancreas, te detecteren.61 Echografie wordt ingezet bij patiënten met flank- of rugpijn, palpabele afwijkingen, afwijkende laboratoriumwaarden, en om te screenen op tumoren.62
Bij acute cholecystitis heeft echografie een sensitiviteit van 81%. De CT doet het overigens niet beter. Dit betekent dus dat er een aanzienlijke foutmarge is; bijna 1 op de 5 echo’s geeft een fout-negatieve uitslag.63 Ook bij de differentiatie tussen galblaastumoren en ‘sludge’ in de galblaas zonder stenen laat echografie te wensen over.64
Bij maligniteiten van de lever en pancreas is de sensitiviteit te laag om de aandoeningen uit te sluiten. Zo is bij het hepatocellulair carcinoom de sensitiviteit van echografie slechts 60%,65 en de sensitiviteit bij een pancreascarcinoom 75%.66
Het is dus van belang om bij het interpreteren van een negatieve uitslag van de echo bewust te zijn van de beperkingen. Dit is cruciaal wanneer er op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek een sterk vermoeden is dat de patiënt een maligniteit heeft. Laat bij dergelijke vermoedens, ook als de echo negatief is, een CT-scan maken.
Wat is de rol van een buikoverzichtsfoto, echo of CT-abdomen bij een patiënt met een acute buik?
In de richtlijn ‘Diagnostiek acute buikpijn bij volwassenen’ wordt geconcludeerd dat er in de reguliere diagnostiek van een patiënt met acute buikpijn geen plaats meer is voor conventioneel beeldvormend onderzoek (buikoverzichts- en thoraxfoto).1 De buikoverzichtsfoto heeft geen toegevoegde waarde in vergelijking met de anamnese, het lichamelijk onderzoek en het laboratoriumonderzoek.
Wanneer op basis van anamnese, lichamelijk onderzoek en laboratoriumonderzoek blijkt dat de patiënt mogelijk een urgente aandoening heeft, is echografie de eerste stap van het beeldvormend onderzoek. Echografie heeft een hoge positief voorspellende waarde, zonder de nadelen van een CT-scan (contrastnefropathie en stralenbelasting). Als de uitslag van de echografie negatief of inconclusief is, volgt een CT-scan; echografie heeft namelijk een beperkte sensitiviteit en bij ongeveer een derde van de patiënten met acute buikpijn is de uitslag fout-negatief voor een urgente diagnose.
CT heeft de hoogste sensitiviteit en specificiteit van alle niet-invasieve beeldvormende technieken, maar mist toch 11% van de urgente diagnosen. De conditionele CT-strategie, waarbij eerst echografie en bij een negatieve of inconclusieve uitslag CT wordt verricht, is de beste en mist maar 6% van de urgente diagnosen.7
Kan sterke pijnstilling met opiaten een acute buik maskeren?
Krachtige pijnstilling bij patiënten met acute buikpijn wordt vaak uitgesteld om de klinische symptomen niet te maskeren of het klinische beloop te veranderen. Hierdoor liggen patiënten vaak zonder adequate pijnstilling op de SEH.1
Uit studies blijkt dat de accuratesse van de klinische diagnose bij patiënten met acute buikpijn die morfine toegediend kregen, vergelijkbaar is met de accuratesse bij patiënten die een placebo ontvingen. Ook is er geen verband aangetoond tussen het gebruik van morfine en een afname in de intensiteit of het verdwijnen van klinische tekenen, zoals het teken van McBurney, terwijl er wel een statistisch significante afname van de pijn was.1 Ook de resultaten van latere studies, zowel die bij volwassenen als die bij kinderen, zijn in overeenstemming met bovenstaande conclusies.67-69
Wat zijn de nieuwe behandelopties voor prikkelbaredarmsyndroom?
De eerste stap in de behandeling van patiënten met PDS bestaat uit voorlichting, geruststelling, dieetaanpassingen en leefstijladviezen. Een tweede stap is vaak medicamenteus van aard en tot slot kan – binnen een goed functionerende behandelrelatie – gedragstherapie en psychologische therapie worden overwogen.31,70
Er zijn aanwijzingen dat hypnotherapie en cognitieve gedragstherapie effectief zijn als het gaat om lichamelijke symptomen en kwaliteit van leven bij patiënten met PDS.71-74 In klinische trials geven deze behandelingen goede resultaten, maar het is niet zeker of dit werkelijk geldt voor alle patiënten met PDS. De resultaten van een nog te publiceren Nederlandse studie laten zien dat hypnotherapie kan worden ingezet wanneer de genoemde eerste twee stappen van de behandeling niet effectief blijken te zijn en dat hypnotherapie niet alleen helpt voor patiënten die al langer klachten hebben, maar ook voor patiënten die pas 3 maanden klachten hebben.75 De huisarts kan patiënten die niet reageren op het generieke beleid én gemotiveerd zijn, verwijzen naar een voor deze therapie gekwalificeerde gz-psycholoog, klinisch psycholoog of psychotherapeut.31
De laatste jaren zijn er een aantal nieuwe behandelingen voor PDS ontwikkeld.76 Linaclotide is het enige nieuwe medicament dat is goedgekeurd voor de behandeling van PDS. Linaclotide kan worden ingezet bij patiënten met PDS bij wie obstipatie op de voorgrond staat en die, ondanks behandeling gedurende minimaal een jaar volgens de NHG-standaard, nog steeds ernstige klachten hebben. Dit medicijn vermindert darmklachten, buikpijn en een opgeblazen gevoel.77,78 Het NHG vindt het niet zinvol om linaclotide breed in te zetten in de huisartsenpraktijk.79,80 Daarom heeft het vooralsnog alleen een plaats in de tweede en derde lijn, maar het gebruik hiervan is nog niet gangbaar.
Beschouwing
In dit leerartikel hebben wij antwoord gegeven op vragen die in de praktijk worden gesteld over het uitgebreide domein van buikpijn. Dit artikel biedt een beknopt overzicht van veelvoorkomende oorzaken van buikpijn, en ook van minder voor de hand liggende aandoeningen bij aanvalsgewijze of periodieke buikpijn. Daarnaast geeft het handvatten voor het diagnostisch proces bij patiënten met buikpijn in de eerste en tweede lijn. Aanvullend laboratoriumonderzoek en beeldvormend onderzoek blijken een belangrijke toevoeging aan de anamnese en het lichamelijk onderzoek te zijn.
Literatuur
-
Specialisten KVM. Richtlijn Diagnostiek acute buikpijn bij volwassenen.Richtlijn Diagnostiek acute buikpijn bij volwassenen. Nederlandse vereniging voor heelkunde, 2013.
-
Mazzei MA, Guerrini S, Cioffi Squitieri N, et al. The role of US examination in the management of acute abdomen. Crit Ultrasound J. 2013;5(Suppl 1):S6.doi:10.1186/2036-7902-5-S1-S6.Medline
-
Okkes IM, Oskam SK, Lamberts H.Van klacht naar diagnose. Episodegegevens uit de huisartspraktijk. Bussum: Coutinho; 1998.
-
Van der Linden MW, Westert GP, De Bakker DH, Schellevis FG. Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk. Klachten en aandoeningen in de bevolking en in de huisartspraktijk. Utrecht: NIVEL; 2004.
-
Viniol A, Keunecke C, Biroga T, et al. Studies of the symptom abdominal pain—a systematic review and meta-analysis. Fam Pract. 2014;31:517-29.doi:10.1093/fampra/cmu036. Medline
-
Volksgezondheidenzorg.info. Gebruik acute zorg.www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/acute-zorg/cijfers-context/gebruik-acute-zorg#node-gebruik-seh-naar-diagnose, geraadpleegd op 6 februari 2019.
-
Laméris W, van Randen A, van Es HW, et al; OPTIMA study group. Imaging strategies for detection of urgent conditions in patients with acute abdominal pain: diagnostic accuracy study. BMJ. 2009;338:b2431.doi:10.1136/bmj.b2431. Medline
-
Bron: Okkes IM, Oskam SK, Lamberts H.ICPC in the Amsterdam Transition Project. CD-Rom. Amsterdam: Academic Medical Center/University of Amsterdam, Department of Family Medicine; 2005.
-
Gieteling MJ, van Dijk PA, de Jonge AH, et al. NHG-Standaard Buikpijn bij kinderen. Huisarts Wet. 2012;55:404-9.
-
Richtlijn Functionele Buikpijn. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde; 2015.
-
Moll van Charante E, de Jongh TOH.Onderzoek bij patiënten met een acute buik. Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:A2658. Medline.
-
de Vries H, van Alphen M, de Beer S, de Jong D. Acute buikpijn. Huisarts Wet. 2003;46:317-22.doi:10.1007/BF03083305.
-
Mayumi T, Yoshida M, Tazuma S, et al. Practice guidelines for primary care of acute abdomen 2015. J Hepatobiliary Pancreat Sci. 2016;23:3-36.doi:10.1002/jhbp.303.Medline
-
Dahabrehm I, Adam G, Halladay C, et al.Diagnosis of right lower quadrant pain and suspected acute appendicitis. Rockville: Agency for Healthcare Research and Quality; 2015.
-
Eskelinen M, Ikonen J, Liponen P. Clinical diagnosis of acute appendicitis. A prospective study of patients with acute abdominal pain. Theor Surg. 1992;7:81-5.
-
Benabbas R, Hanna M, Shah J, Sinert R. Diagnostic accuracy of history, physical examination, laboratory tests, and point-of-care ultrasound for pediatric acute appendicitis in the emergency department: a systematic review and meta-analysis. Acad Emerg Med. 2017;24:523-51.doi:10.1111/acem.13181.Medline
-
Bennett DH, Tambeur LJMT, Campbell WB. Use of coughing test to diagnose peritonitis. BMJ. 1994;308:1336.doi:10.1136/bmj.308.6940.1336. Medline
-
Bemelman WA, Kievit J.Fysische diagnostiek – loslaatpijn. Ned Tijdschr Geneeskd. 1999;143:300-3Medline.
-
Eskelinen M, Ikonen J, Lipponen P. Contributions of history-taking, physical examination, and computer assistance to diagnosis of acute small-bowel obstruction. A prospective study of 1333 patients with acute abdominal pain. Scand J Gastroenterol. 1994;29:715-21.doi:10.3109/00365529409092499.Medline
-
Cudnik MT, Darbha S, Jones J, Macedo J, Stockton SW, Hiestand BC. The diagnosis of acute mesenteric ischemia: A systematic review and meta-analysis. Acad Emerg Med. 2013;20:1087-100.doi:10.1111/acem.12254.Medline
-
Trowbridge RL, Rutkowski NK, Page P. Does this patient have acute cholecystitis? JAMA. 2003;289:80-6.Medline
-
Laurell H, Hansson L-E, Gunnarsson U. Diagnostic pitfalls and accuracy of diagnosis in acute abdominal pain. Scand J Gastroenterol. 2006;41:1126-31.doi:10.1080/00365520600587485.Medline
-
Jain A, Mehta N, Secko M, Schechter J. History, physical examination, laboratory testing, and emergency department ultrasonography for the diagnosis of acute cholecystitis. Acad Emerg Med. 2017;24:281-97.doi:10.1111/acem.13132
-
Bakker OJ, Go PM, Puylaert JB, Kazemier G, Heij HA.Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van acute appendicitis. Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A303.
-
Kabir SA, Kabir SI, Sun R, Jafferbhoy S, Karim A. How to diagnose an acutely inflamed appendix; a systematic review of the latest evidence. Int J Surg. 2017;40:155-62.doi:10.1016/j.ijsu.2017.03.013.Medline
-
Laméris W, van Randen A, Go PMNYH, et al. Single and combined diagnostic value of clinical features and laboratory tests in acute appendicitis. Acad Emerg Med. 2009;16:835-42.doi:10.1111/j.1553-2712.2009.00486.x. Medline
-
Berger M, De Wit N, Vogelenzang R, Wetzels R, Kortenhof NVR, Opstelten W. NHG-Standaard Diverticulitis. Huisarts Wet. 2011;54:492-9.
-
Specialisten OVM.Richtlijn diagnostiek en behandeling acute diverticulitis van het colon. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Heelkunde; 2012.
-
Boermeester M, Stoker J.De klinische diagnose van acute diverticulitis. Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A2848.
-
van der Horst H, Muris J, Pop P. Chronische buikpijn. Huisarts Wet. 2003;46:242-8.doi:10.1007/BF03083270.
-
Van der Horst HE, de Wit NJ, Quartero AO, et al. NHG-Standaard Prikkelbaredarmsyndroom (PDS) (eerste herziening). Utrecht: NHG; 2012.
-
Astin M, Griffin T, Neal RD, Rose P, Hamilton W. The diagnostic value of symptoms for colorectal cancer in primary care. Br J Gen Pract. 2011;61:e231-43.doi:10.3399/bjgp11X572427
-
van Bodegraven AA, van Everdingen JJE, Dijkstra G, de Jong DJ, Oldenburg B, Hommes DW.Richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van inflammatoire darmziekten bij volwassenen’. I. Diagnostiek en behandeling. Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A1899.Medline
-
D’Angelo F, Felley C, Frossard JL. Calprotectin in daily practice: where do we stand in 2017? Digestion. 2017;95:293-301.doi:10.1159/000476062.Medline
-
Waugh N, Cummins E, Royle P, et al. Faecal calprotectin testing for differentiating amongst inflammatory and non-inflammatory bowel diseases: systematic review and economic evaluation. Health Technol Assess. 2013;17:xv-xix, 1-211.doi:10.3310/hta17550.Medline
-
Walsham NE, Sherwood RA. Fecal calprotectin in inflammatory bowel disease. Clin Exp Gastroenterol. 2016;9:21-9.Medline.
-
Sherwood RA. Faecal markers of gastrointestinal inflammation. J Clin Pathol. 2012;65:981-5.doi:10.1136/jclinpath-2012-200901. Medline
-
Maag Lever Darm Stichting. Eenvoudige test stelt snel diagnose voor chronische buikpatiënten.www.mlds.nl/eenvoudige-test-stelt-snel-diagnose-voor-chronische-buikpatienten/, geraadpleegd op 28 april 2018.
-
Yamamoto W, Kono H, Maekawa M, Fukui T. The relationship between abdominal pain regions and specific diseases: an epidemiologic approach to clinical practice. J Epidemiol. 1997;7:27-32.doi:10.2188/jea.7.27.Medline
-
Tsipouras S. Nonabdominal causes of abdominal pain. Aust Fam Physician. 2008;37:620-3.Medline
-
Angina pectoris: Chest pain caused by myocardial ischemia - UpToDate.www.uptodate.com/contents/angina-pectoris-chest-pain-caused-by-myocardial-ischemia?sectionName=History&topicRef=6860&anchor=H358110160&source=see_link#H358110160, geraadpleegd op 29 april 2018.
-
Rutten F, Bakx C, Slot MB, et al. Paul Mensink MB.NHG-Standaard Acuut coronair syndroom (eerste herziening). Utrecht: NHG; 2012.
-
Ghaemmaghami CA, Brady WJ Jr. Pitfalls in the emergency department diagnosis of acute myocardial infarction. Emerg Med Clin North Am. 2001;19:351-69.doi:10.1016/S0733-8627(05)70188-7.Medline
-
Mueller C. Biomarkers and acute coronary syndromes: an update. Eur Heart J. 2014;35:552-6.doi:10.1093/eurheartj/eht530.Medline
-
Poole JW, Sammartano RJ, Boley SJ. Hemodynamic basis of the pain of chronic mesenteric ischemia. Am J Surg. 1987;153:171-6.doi:10.1016/0002-9610(87)90809-9.Medline
-
Moawad J, Gewertz BL. Chronic mesenteric ischemia. Clinical presentation and diagnosis. Surg Clin North Am. 1997;77:357-69.doi:10.1016/S0039-6109(05)70554-5.Medline
-
White CJ. Chronic mesenteric ischemia: diagnosis and management. Prog Cardiovasc Dis. 2011;54:36-40.doi:10.1016/j.pcad.2011.04.005.Medline
-
Viganò P, Parazzini F, Somigliana E, Vercellini P. Endometriosis: epidemiology and aetiological factors. Best Pract Res Clin Obstet Gynaecol. 2004;18:177-200.doi:10.1016/j.bpobgyn.2004.01.007.Medline
-
Vercellini P, Viganò P, Somigliana E, Fedele L. Endometriosis: pathogenesis and treatment. Nat Rev Endocrinol. 2014;10:261-75.doi:10.1038/nrendo.2013.255.Medline
-
Hickey M, Ballard K, Farquhar C. Endometriosis. BMJ. 2014;348:g1752.
-
Sohar E, Gafni J, Pras M, Heller H. Familial Mediterranean fever. A survey of 470 cases and review of the literature. Am J Med. 1967;43:227-53.doi:10.1016/0002-9343(67)90167-2.Medline
-
Drenth JP, van der Meer JW. Familial mediterranean fever. N Engl J Med. 2001;345:1748-57.
-
Ben-Chetrit E, Touitou I. Familial mediterranean Fever in the world. Arthritis Rheum. 2009;61:1447-53.doi:10.1002/art.24458.Medline
-
Ohsawa I, Nagamachi S, Suzuki H, et al. Leukocytosis and high hematocrit levels during abdominal attacks of hereditary angioedema. BMC Gastroenterol. 2013;13:123.doi:10.1186/1471-230X-13-123.Medline
-
Nzeako UC, Longhurst HJ. Many faces of angioedema: focus on the diagnosis and management of abdominal manifestations of hereditary angioedema. Eur J Gastroenterol Hepatol. 2012;24:353-61.doi:10.1097/MEG.0b013e3283517998.Medline
-
Grigoriadou S, Longhurst HJ. Clinical Immunology Review Series: An approach to the patient with angio-oedema. Clin Exp Immunol. 2009;155:367-77.doi:10.1111/j.1365-2249.2008.03845.x.Medline
-
Scheltinga MR, Roumen RM. Anterior cutaneous nerve entrapment syndrome (ACNES). Hernia. 2017;22:507-16.Medline
-
Gray DWR, Dixon JM, Seabrook G, Collin J. Is abdominal wall tenderness a useful sign in the diagnosis of non-specific abdominal pain? Ann R Coll Surg Engl. 1988;70:233-4Medline.
-
Thomson H, Francis DMA. Abdominal-wall tenderness: a useful sign in the acute abdomen. Lancet. 1977;2:1053-4.doi:10.1016/S0140-6736(77)91885-2.Medline
-
Boelens OB, Scheltinga MR, Houterman S, Roumen RM. Management of anterior cutaneous nerve entrapment syndrome in a cohort of 139 patients. Ann Surg. 2011;254:1054-8.doi:10.1097/SLA.0b013e31822d78b8. Medline
-
Speets AM, Hoes AW, van der Graaf Y, et al. Upper abdominal ultrasound in general practice: indications, diagnostic yield and consequences for patient management. Fam Pract. 2006;23:507-11.doi:10.1093/fampra/cml027.Medline
-
AIUM practice guideline for the performance of an ultrasound examination of the abdomen and/or retroperitoneum. J Ultrasound Med. 2012;31:1301-12.Medline
-
Richtlijn Galsteenlijden.https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/galsteenlijden/galsteenlijden_-_startpagina.html, geraadpleegd op 29 april 2018.
-
Serra C, Felicani C, Mazzotta E, et al. CEUS in the differential diagnosis between biliary sludge, benign lesions and malignant lesions. J Ultrasound. 2018;21:119-26.doi:10.1007/s40477-018-0286-5.Medline
-
Colli A, Fraquelli M, Casazza G, et al. Accuracy of ultrasonography, spiral CT, magnetic resonance, and alpha-fetoprotein in diagnosing hepatocellular carcinoma: a systematic review. Am J Gastroenterol. 2006;101:513-23.doi:10.1111/j.1572-0241.2006.00467.x. Medline
-
Bipat S, Phoa SS, van Delden OM, et al. Ultrasonography, computed tomography and magnetic resonance imaging for diagnosis and determining resectability of pancreatic adenocarcinoma: a meta-analysis. J Comput Assist Tomogr. 2005;29:438-45.doi:10.1097/01.rct.0000164513.23407.b3.Medline
-
Jacob R, Shavit I. Emergency department pain management of acute abdominal pain and acute appendicitis in children. Isr Med Assoc J. 2016;18:689-91Medline.
-
Falch C, Vicente D, Häberle H, et al. Treatment of acute abdominal pain in the emergency room: a systematic review of the literature. Eur J Pain. 2014;18:902-13.doi:10.1002/j.1532-2149.2014.00456.x. Medline
-
Poonai N, Paskar D, Konrad S-L, et al. Opioid analgesia for acute abdominal pain in children: A systematic review and meta-analysis. Acad Emerg Med. 2014;21:1183-92.doi:10.1111/acem.12509.Medline
-
Enck P, Aziz Q, Barbara G, et al. Irritable bowel syndrome. Nat Rev Dis Primers. 2016;2:16014.Medline
-
Vlieger AM, Rutten JMTM, Govers AMAP, Frankenhuis C, Benninga MA. Long-term follow-up of gut-directed hypnotherapy vs. standard care in children with functional abdominal pain or irritable bowel syndrome. Am J Gastroenterol. 2012;107:627-31.doi:10.1038/ajg.2011.487.Medline
-
Webb AN, Kukuruzovic RH, Catto-Smith AG, Sawyer SM. Hypnotherapy for treatment of irritable bowel syndrome. Cochrane Database Syst Rev. 2007;(4):CD005110.doi:10.1002/14651858.CD005110.pub2.Medline
-
Li L, Xiong L, Zhang S, Yu Q, Chen M. Cognitive-behavioral therapy for irritable bowel syndrome: a meta-analysis. J Psychosom Res. 2014;77:1-12.doi:10.1016/j.jpsychores.2014.03.006.Medline
-
Zijdenbos IL, De Wit NJ, Van der Heijden GJ, et al. Psychological treatments for the management of irritable bowel syndrome. Cochrane Database Syst Rev. 2009;(1):CD006442.Medline
-
Flik CE, van Rood YR, Laan W, et al. A randomised controlled trial on hypnotherapy for irritable bowel syndrome: design and methodological challenges (the IMAGINE study). BMC Gastroenterol. 2011;11:137.doi:10.1186/1471-230X-11-137.Medline
-
Sinagra E, Morreale GC, Mohammadian G, et al. New therapeutic perspectives in irritable bowel syndrome: Targeting low-grade inflammation, immuno-neuroendocrine axis, motility, secretion and beyond. World J Gastroenterol. 2017;23:6593-627.doi:10.3748/wjg.v23.i36.6593.Medline
-
Chey WD, Lembo AJ, Lavins BJ, et al. Linaclotide for irritable bowel syndrome with constipation: a 26-week, randomized, double-blind, placebo-controlled trial to evaluate efficacy and safety. Am J Gastroenterol. 2012;107:1702-12.doi:10.1038/ajg.2012.254.Medline
-
Rao S, Lembo AJ, Shiff SJ, et al. A 12-week, randomized, controlled trial with a 4-week randomized withdrawal period to evaluate the efficacy and safety of linaclotide in irritable bowel syndrome with constipation. Am J Gastroenterol. 2012;107:1714-24.doi:10.1038/ajg.2012.255. Medline
-
Farmacotherapeutisch Kompas. Linaclotide.www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/l/linaclotide, geraadpleegd op 2 mei 2018.
-
Zorginstituut Nederland. Linaclotide onder strikte voorwaarden verzekerde zorg.www.zorginstituutnederland.nl/actueel/nieuws/2015/05/29/linaclotide-onder-strikte-voorwaarden-verzekerde-zorg, geraadpleegd op 3 mei 2018.
Reacties