Echografie bij de diagnostiek van diep veneuze trombose

Onderzoek
P.T.M. Appelman
M. Sluzewski
L.E.H. Lampmann
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1988;132:2154-7
Abstract

Samenvatting

Met het doel de waarde te bepalen van de echografie bij de diagnostiek van diep veneuze trombose van de benen, werd in een prospectief onderzoek bij 121 patiënten met symptomen van diep veneuze trombose zowel echografisch als flebografisch onderzoek verricht. Beide onderzoekingen werden onafhankelijk van elkaar verricht en beoordeeld. De onderzoekstechniek en de resultaten worden besproken. Het beoordelen van de samendrukbaarheid van de V. femoralis communis en de V. poplitea is voldoende om een betrouwbare uitspraak te kunnen doen over het bestaan van een proximale diep veneuze trombose (sensitiviteit 96, specificiteit 97).

Auteursinformatie

St. Elisabeth Ziekenhuis, afd. Radiodiagnostiek, Tilburg.

P.T.M.Appelman, radiodiagnost (thans: Ziekenhuis Oudenrijn, afd.

Radiodiagnostiek, Van Heuven Goedhartlaan 1, 3527 CE Utrecht); M.

Sluzewski, assistent-geneeskundige; dr.L.E.H.Lampmann, radioloog.

Contact P.T.M.Appelman

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

G.O.
Veldhuyzen van Zanten

Heerlen, december 1988,

De conclusies van collegae Appelman et al. (1988;2154-7) kunnen wij op grond van een zelf uitgevoerd onderzoek onderschrijven. Echografisch onderzoek van het veneuze systeem heeft het voordeel boven andere, niet-invasieve onderzoeken wegens het zichtbaar kunnen maken van aangrenzende structuren zoals vergrote lymfeklieren in de lies die compressie uitoefenen op de V. femoralis, hetgeen wij bij meerdere patiënten zagen.

In de beschouwing missen wij enige aandacht voor de anatomie van het veneuze stelsel van de onderste extremiteit, met name ten aanzien van de V. poplitea, die bij voorbeeld bij meer dan een vijfde van de onderzochte patiënten een zogenaamde biradiculaire oorsprong heeft.1 In ons onderzoek hebben wij een trombose van de V. poplitea met echografie over het hoofd gezien, omdat het hier een trombus betrof opklimmend vanuit de kuitvenen in de laterale tak van een dergelijke variant, terwijl de mediale tak geen intraluminale echo's en een goede compressie vertoonde. De trombus werd zichtbaar op een aansluitend gemaakt flebogram (figuur).

Wij pleiten bij klinisch vermoeden van een trombose in het traject van de V. poplitea indien er geen afwijkingen met echografie worden aangetoond, voor een aanvullend flebografisch onderzoek.

G.O. Veldhuyzen van Zanten
Ph.J. de Korte
F.A.Th. Lustermans
Literatuur
  1. Gillot C. Origine biradiculaire de la veine poplitee. Phlebologie 1987: 40: 1001-18.

P.T.M.
Appelman

Utrecht, januari 1989,

Terecht wijzen collegae Veldhuyzen van Zanten et al. op de anatomische variant van een dubbelaangelegde V. poplitea. Ook in ons onderzoek bleek deze variant bij ongeveer 20% van de patiënten voor te komen.

Bij een dubbelaangelegd systeem, hetgeen naar onze ervaring echografisch eenvoudig herkenbaar is, dient vanzelfsprekend de samendrukbaarheid van beide venen beoordeeld te worden.

Mits men zich bewust is van deze anatomische variant, behoeft echografie bij trombose in één van de Vv. popliteae geenszins tot een fout-negatieve bevinding te leiden. Onlangs werden ook wij geconfronteerd met een geval zoals beschreven door Veldhuyzen van Zanten et al., waarbij de juiste diagnose echografisch kon worden gesteld. Overigens is trombose in één van de dubbelaangelegde Vv. popliteae een zeldzaamheid; meestal zijn in geval van diep veneuze trombose beide venen getromboseerd.

Zowel het zelden vóórkomen van trombose in één der dubbelaangelegde Vv. popliteae als de mogelijkheid tot echografisch onderzoek hiervan, maakt volgens ons het verrichten van aanvullend flebografisch onderzoek indien geen afwijkingen van de V. poplitea gevonden zijn bij echografisch onderzoek, overbodig.

Tenslotte zijn wij van mening dat daar waar de diagnose diep veneuze trombose in het algemeen al met weinig zekerheid is te stellen op klinische gronden, ‘een trombose in het traject van de V. poplitea’ niet als aparte klinische entiteit kan worden beschouwd.

P.T.M. Appelman
M. Sluzewski
L.E.H. Lampmann