Bevolkingsonderzoek naar borstkanker: tussen euforie en scepsis

Opinie
Abstract
P.M.M. Bossuyt
Leestijd
12 minuten
Citeren

Artikel

Het klinkt zo simpel: fatale tumoren vroegtijdig opsporen, vóór ze groot genoeg zijn om klachten te geven en vóór ze uitzaaien; eerder en daarom minder belastend behandelen; een langer leven, vrij van kanker – wie wil dat niet?

Al wat men intuïtief indrukwekkend vindt, dient men even instinctief te betwijfelen…

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, afd. Klinische Epidemiologie en Biostatistiek, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam.

Contact Prof.dr.P.M.M.Bossuyt, klinisch epidemioloog (p.m.bossuyt@amc.uva.nl)

Reacties

Den Ham, juni 2002,

Naar aanleiding van de discussie over de zin van het bevolkingsonderzoek op mammacarcinoom (2002:1020-3, 1023-6, 1026-8, 1029-31, 1031-4, 1034-41, 1041-4, 1045-9) had ik de indruk dat van de vrouwen bij wie mammacarcinoom werd gevonden er relatief veel spontaan op het spreekuur kwamen en maar weinig via het bevolkingsonderzoek. Om die reden hebben we eens geturfd hoe dat bij de laatste 10 mammacarcinoompatiënten was. Dit bleek inderdaad te kloppen; slechts 1 van de 10 vrouwen bij wie mammacarcinoom werd gevonden bleek via het bevolkingsonderzoek opgespoord te zijn. Dit zou suggereren dat het onderzoek geen grote bijdrage levert aan de opsporing van het mammacarcinoom. Het tweede dat opviel, was dat het bevolkingsonderzoek de resterende 9 gevallen van mammacarcinoom ook niet had kunnen opsporen, omdat de betreffende vrouwen allen tussen de 40 en 50 jaar oud waren. Dat werpt een heel ander licht op de discussie. Het is wellicht zinvol dat ook andere huisartsen dit bij hun mammacarcinoompatiënten eens turven. Zou dit een breder beeld opleveren van eerder voorkomende mammacarcinomen, dan zou in de discussie aan dit aspect meer aandacht dienen te worden besteed.

L.P. Heukels
W.A.
van Veen

Den Haag, juli 2002,

Klinische indrukken kunnen waardevolle hypothesen genereren, maar ook misleiden. Het laatste moet hier het geval zijn, want de leeftijdsverdeling van de kleine patiëntenreeks laat zien dat 90% van de vrouwen tussen de 40 en 50 jaar oud was toen de diagnose ‘borstkanker’ gesteld werd. In de bevolking is dit percentage veel lager, ongeveer 20.1

Sinds 1999 wordt jaarlijks bij meer dan 3600 vrouwen via het bevolkingsonderzoek borstkanker vastgesteld.2 In totaal wordt in Nederland jaarlijks bij ruim 10.000 vrouwen borstkanker gediagnosticeerd.1 Inderdaad draagt het bevolkingsonderzoek maar beperkt bij aan de vroege opsporing van borstkanker, maar ook weer niet zo gering als collega Heukels vermoedt.

W.A. van Veen
Literatuur
  1. Visser O, Coebergh JWW, Schouten LJ, Dijck JAAM van, editors. lncidence of cancer in the Netherlands 1996. Eighth report of the Netherlands Cancer Registry. Utrecht: Vereniging van Integrale Kankercentra; 2000.

  2. Fracheboud J, Otto SJ, Groenewoud JH, Ineveld BM van, Broeders MJM, Verbeek ALM, et al. Landelijke evaluatie van bevolkingsonderzoek naar borstkanker in Nederland. Het negende evaluatierapport. Instituut Maatschappelijke Gezondheidszorg. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam; 2001.

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026