Artikel
Inleiding
Zie ook het artikel op bl. 1081.
Asbest is de verzamelnaam voor een groep van minerale silicaten met een groot scala aan commerciële toepassingen. Asbest is een van de grootste veroorzakers van beroepsziekten. Mesothelioom wordt beschouwd als het belangrijkste gezondheidseffect van beroepsmatige blootstelling aan asbest.1 In vele westerse…
(Geen onderwerp)
Maastricht, juli 1997,
Burdorf et al.(1997:1093-8) voorspellen op basis van sterftecijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat in Nederland in de komende 35 jaar 20.000 sterfgevallen ten gevolge van pleuramesothelioom zullen optreden. Daarnaast melden zij dat in de afgelopen 25 jaar geen trend waarneembaar was in de sterfte ten gevolge van peritoneummesothelioom. Het is echter twijfelachtig of de aard van de beschikbare gegevens deze laatste conclusie rechtvaardigt. Waarschijnlijk hebben de auteurs hiervoor gebruikgemaakt van code 158 van de ‘International classification of diseases’-9. Deze codering omvat alle maligniteiten die primair zijn ontstaan in peritoneum en retroperitoneum, dus niet alleen peritoneummesotheliomen, maar ook extragonadale kiemceltumoren, retroperitoneale sarcomen, et cetera. Ook valt niet uit te sluiten dat metastasen in het peritoneum ten onrechte als primaire peritoneumtumor gecodeerd zijn (denk bijvoorbeeld aan het pseudomyxoma peritonei). Tegen deze achtergrond is het niet mogelijk om betrouwbare uitspraken te doen over mogelijke trends in de sterfte ten gevolge van het peritoneummesothelioom. Het is mogelijk dat een verbetering van de rapportage aan en de codering door het CBS, met als gevolg een daling van overige, onder 158 gecodeerde doodsoorzaken, een stijging van de sterfte aan het peritoneummesothelioom maskeert.
Deze problemen spelen ook enigszins een rol ten aanzien van het pleuramesothelioom. Uitzaaiing van primaire tumoren naar de pleura komt frequent voor en het valt niet uit te sluiten dat een klein deel ten onrechte als primaire pleuramaligniteit is gecodeerd. Als door verbetering van de registratie de frequentie van deze misclassificatie in de tijd is afgenomen, is de stijging van de sterfte ten gevolge van pleuramesothelioom zelfs nog onderschat en is het mogelijk dat in de komende 35 jaar nog meer dan de door de auteurs voorspelde 20.000 sterfgevallen zullen optreden.
(Geen onderwerp)
Rotterdam, juli 1997,
Bij onze schatting van de toekomstige sterfte aan mesothelioom hebben wij ons vooral gebaseerd op de beschikbare informatie over de sterfte aan peritoneummesothelioom en pleuramesothelioom in de afgelopen 25 jaar. Collega Schouten merkt terecht op dat de betrouwbaarheid van de diagnose ‘peritoneummesothelioom’ beperkt is, zeker als alleen gebruik wordt gemaakt van ICD-9-code 158. Dit zou zeer goed een lichte stijging in de werkelijke incidentie van het peritoneummesothelioom kunnen verbloemen. Het aantal personen dat jaarlijks overlijdt aan dit type mesothelioom is echter zo laag, dat een trend in de tijd zeer moeilijk aantoonbaar zal zijn. Voor pleuramesotheliomen zal enige misclassificatie eveneens onontkoombaar zijn. Wij hebben in ons artikel aangegeven dat wij het effect hiervan op de gepresenteerde schatting gering achten. Onze redenering is dat een verbetering in diagnose vooral zal zijn opgetreden in de periode 1970-1980. De sterkste stijging in de pleuramesothelioomsterfte is opgetreden in de periode 1985-1994 en het zijn vooral de grote aantallen in deze periode die de parameters in het opgestelde model bepalen. De opmerkingen van Schouten zijn terecht, maar het is nagenoeg onmogelijk de invloed van diagnostiek op de gepresenteerde schattingen te analyseren. Overigens moet worden bedacht dat de onzekerheden in de voorspelling vooral worden bepaald door de veronderstellingen over het effect van cohorten en leeftijdsgroepen die aan het beschreven cohortleeftijdmodel ten grondslag liggen.