Artikel voor opleiding en nascholing

Rijgeschiktheid

Illustratie van een rijdend persoon
Abstract
Ragnhild J. Davidse
Mahlet Beyene
Renske Leistra
Marieke Perry
Dossier
Farmacotherapie
Public Health
Leestijd
18 minuten
Citeren

Rectificatie

Op dit artikel is de volgende verbetering gekomen (21-9-2026):

In een eerdere versie van dit artikel stond per abuis dat geneesmiddelen in de categorie 0, I en II de rijvaardigheid niet beïnvloeden. Dit is niet juist. Er had moeten staan: ‘Geneesmiddelen in de categorie 0, I en II beïnvloeden de rijgeschiktheid niet.’ In het onderstaande artikel is dit verbeterd.

Medische aandoeningen en geneesmiddelgebruik kunnen de rijvaardigheid ernstig verminderen. Wie beoordeelt de rijgeschiktheid van patiënten? En welke rol spelen artsen en apothekers hierin? Een overzichtsartikel aan de hand van 10 veelgestelde praktijkvragen.

Toets voor nascholing

Aan dit artikel is een toets gekoppeld waarmee je nascholingspunten kan verdienen. De toets is beschikbaar tot 15 september 2028.

Maak de toets
Overzicht van te behalen accreditatiepunten
Specialisme Punt(en)
Alle BIG-erkende specialismen 1
  • Deze toets geldt voor alle BIG-erkende specialismen en levert je 1 nascholingspunt op. De toets is geaccrediteerd door ABAN, NAPA, KNMP, NVZA en V&VN.
  • De toets telt mee binnen en buiten het eigen vakgebied voor medisch specialisten, huisartsen, sociaal geneeskundigen, specialisten ouderengeneeskunde, apothekers, physician assistants en verpleegkundig specialisten.
  • De toewijzing van punten verloopt via PE-online (het herregistratiesysteem) na het invullen van je BIG-nummer.

Artikel

Stel: tijdens een controle op de polikliniek Geriatrie zie je een 78-jarige man, bij wie enkele maanden geleden de ziekte van Alzheimer is vastgesteld. In eerdere gesprekken heb je uitgelegd dat de cognitieve achteruitgang gevolgen kan hebben voor zijn rijgeschiktheid en heb je hem geadviseerd niet meer auto te rijden…

Auteursinformatie

SWOV – Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, afd. Gedrag in het verkeer, Den Haag: dr. R.J. Davidse, senior onderzoeker. VieCuri medisch centrum, afd. Geriatrie, Venlo: M. Beyene, MSc, klinisch geriater. Alzheimer Nederland, Amersfoort: R. Leistra, belangenbehartiger Alzheimer Nederland, casemanager dementie. Radboudumc, afd. Eerstelijnsgeneeskunde, Nijmegen: dr. M. Perry, huisarts en onderzoeker.

Contact R.J. Davidse (davidse@swov.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Auteur Belangenverstrengeling
Ragnhild J. Davidse ICMJE-formulier
Mahlet Beyene ICMJE-formulier
Renske Leistra ICMJE-formulier
Marieke Perry ICMJE-formulier
Reacties
Amber
Hofstede

Met interesse heb ik uw artikel over rijgeschiktheid gelezen. Fijn om te zien dat er aandacht wordt besteed aan dit onderwerp. Mijn naam is Amber Hofstede en ik werk als apotheker bij het Geneesmiddel Informatie Centrum (GIC) van de KNMP. Vanuit die rol ben ik onder andere betrokken bij de contra-indicatie Verkeersdeelname en dus ook het opstellen van rijvaardigheidsadviezen voor geneesmiddelen.

 

Tijdens het lezen viel mij een formulering op in de paragraaf 'Bij welke medicatie moet je alert zijn op de rijgeschiktheid en waarom?'. Daar staat:

"Geneesmiddelen in de categorie 0, I en II beïnvloeden de rijvaardigheid niet."

Deze formulering is echter niet correct. Alleen geneesmiddelen in categorie 0 hebben geen relevante invloed op de rijvaardigheid. Geneesmiddelen in categorie I en II kunnen de rijvaardigheid wel beïnvloeden, respectievelijk in geringe of matige mate. Dit sluit ook aan bij de verdere toelichting van de categorie-indeling in het artikel.

 

Ik wilde dit graag onder uw aandacht brengen. Mocht het artikel nog kunnen worden aangepast, dan zou dat zeer gewaardeerd worden om eventuele misverstanden bij lezers te voorkomen.

Thijs
Audier

In de praktijk had ik een patiënt, die reed op een taxibusje voor kinderen. Ik wist dat hij dronk, sterker nog zijn CDT was 10%. Allereerst de patiënt aangesproken dat dit gevaarlijk was. Overleg gehad met de KNMG, die niet verder kwam dan in gesprek gaan met de patiënt. Uiteindelijk CBR gebeld: ook hier geen beter advies dan in gesprek gaan met de patiënt en zo nodig de politie te alarmeren bij het zien van gevaarlijk rijgedrag (tijdens het spreekuur?). In deze ongemakkelijke situatie toch de rol van de dominante huisarts aangenomen en gedreigd hem aan te geven als hij zijn drinken niet zeer sterk zou reduceren. Afgesproken wekelijks zijn CDT te controleren tot "normale" waarden. Hij liet zich gezeggen en er zijn gelukkig geen ongelukken gebeurd. Mijn les is dat je bij dit soort problemen niets aan het CBR hebt; zij lijken te ver van de werkelijkheid af te staan. Dus maar beter bluffen.

Met belangstelling lazen wij het artikel "10 vragen over rijgeschiktheid" van Davidse et al. (D99123). Het is een waardevolle praktische bijdrage om te beoordelen wanneer rijvaardigheid in het gedrang komt en hoe te handelen bij problemen. Wij missen in het artikel de problematiek die speelt bij mensen met ADHD die hun stimulerende medicatie volgens voorschrift gebruiken.  

Er is een groeiende groep mensen die stimulantia gebruikt in het kader van ADHD. Stichting Farmaceutische kengetallen meldt recent dat het aantal volwassenen met dexamfetamine toenam van 32.000 naar 36.000 (+13%) en bij methylfenidaat van 111.000 naar 123.000. De literatuur laat zien dat stimulantia de rijprestatie bij ADHD-patiënten kunnen verbeteren (Cox et al. 2000, 2004a; lisdexamfetamine-studie, 67% minder botsingen bij goed ingesteld medicatie). Tegelijk is het bewijs grotendeels gebaseerd op simulaties en kleine steekproeven. Wij zijn van mening dat het voor volwassenen met ADHD en hun behandelaren duidelijk moet zijn dat medicatie kan helpen, maar geen garantie is voor rijgeschiktheid, met name wanneer de medicatie is uitgewerkt aan het einde van de dag. Zonder dit onderscheid bestaat het risico dat zowel over- als onderbeoordeling optreedt.

Bij verkeerscontroles waarbij wordt gekeken naar recreationele drugs wordt gecontroleerd op amfetaminen in het speeksel. Wanner deze test inderdaad amfetamine gebruik aantoont wordt er bloed afgenomen en opgestuurd naar het NFI dat vervolgens bepaalt of de bloedconcentratie past bij de voorgeschreven ADHD medicatie, om zo recreationeel gebruik (straattaal speedgebruik) naast de therapeutische medicatie uit te sluiten. De persoon met ADHD wordt daarbij dus verantwoordelijk voor zijn of haar bloed concentratie . De overheid eist vanzelfsprekend dat er niet ook sprake is van alcohol of sporen van cannabis, dan volgt zeker een sanctie.

De mensen die op vergelijkbare manier worden ingesteld op methylfenidaat blijven gevrijwaard van deze juridische procedure, er wordt niet naar methylfenidaat gekeken als een gevaarlijk medicijn, waarmee er dus een eerste keus behandeling wordt opgedrongen die niet voor iedereen optimaal is. 

R Rodrigues Pereira
G Dumont
Literatuur

Cox DJ, Merkel RL, Kovatchev B et al . Effect of stimulant medication on driving performance of young adults with attention-deficit hyperactivity disorder: a preliminary double-blind placebo controlled trial. J Nerv Ment Dis. 2000 Apr;188(4):230-4.

 

Cox DJ, Merkel RL, Penberthy JK, Kovatchev B, Hankin CS. Impact of methylphenidate delivery profiles on driving performance of adolescents with attention-deficit/hyperactivity disorder: a pilot study. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry. 2004 Mar;43(3):269-75.

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'
Inclusief gebruik van de NTVG-app

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 8 2026
NTVG nummer 9 2026
NTVG nummer 10 2026