Moet ik als arts het CBR inschakelen als een patiënt niet rijgeschikt is?

Perspectief
A.C. (Aart) Hendriks
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:B1128
Download PDF

In de serie 'Juridische vraag' geeft een jurist antwoord op een vraag waarvoor artsen in de praktijk vaak worden gesteld.

Rectificatie

Per 15 februari 2020 heeft de auteur dit artikel geüpdatet.

artikel

Vraag

Moet een arts het CBR inschakelen als een patiënt niet rijgeschikt is?

Juridische achtergrond

Artsen krijgen te maken met patiënten van wie zij vermoeden dat die niet langer rijgeschikt zijn. Die twijfels kunnen rechtstreeks te maken hebben met de hulpvraag waarmee de patiënt zich bij u presenteert, zoals bij een patiënt met een neurologische aandoening, verminderd gezichtsvermogen of psychiatrische stoornis. Maar die vermoedens kunt u ook op andere feiten baseren, zoals voorgeschreven medicatie of alcohol- en drugsgebruik. Is het uw taak uw zorgen bespreekbaar te maken en eventueel het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) in te schakelen?

De rijgeschiktheid van een rijbewijshouder kan door allerlei factoren negatief worden beïnvloed. Bij rijbewijshouders die net een hersenbloeding hebben gehad of bij degenen die ernstige hypoglykemieën hebben, is het vrij duidelijk dat het beter is in ieder geval tijdelijk de auto te laten staan. Maar hoe zit het bij een patiënt met een epileptische aanval in het verleden of iemand die psychostimulantia gebruikt? En wat te denken van rijbewijshouders met ADHD, personen met beginnende ziekte van Parkinson en doven? En maakt het dan uit of de betrokkene bus- of taxichauffeur is?

Patiënten zitten vaak niet te wachten op lastige vragen over hun rijgeschiktheid. Bovendien is een rijbewijs veelal van groot belang voor het werk of het behoud van zelfstandigheid. Toch hoort het tot uw taak als arts uw patiënt te wijzen op ernstige risico's voor hem en anderen. Dit geldt zonder meer als die risico's verband houden met de hulpvraag waarmee de patiënt zich tot u richt of met de medicatie die u voorschrijft. U dient uw patiënt immers te informeren als er bijvoorbeeld risico's verbonden zijn aan een voorgestelde behandeling en over ontwikkelingen omtrent diagnostiek, behandeling en gezondheidstoestand. Daarbij hoort het informeren over de gevolgen voor het rijvermogen.

Lastiger is het als er vermoedens ontstaan over een gebrekkige rijgeschiktheid die geen verband houden met de hulpvraag van de patiënt. U merkt bijvoorbeeld dat uw patiënt cognitief hard achteruit gaat. Het geeft geen pas niets te doen met dit soort alarmsignalen. Als arts is het van belang dat u de betrokkene wijst op deze risico's voor hemzelf maar ook voor anderen.

Het is in beide situaties daarom dringend aan te raden uw vermoedens met de betrokkene te bespreken en, zo nodig, aan te dringen op maatregelen om de gevaren weg te nemen. Daarbij kunt u erop aandringen dat de patiënt zich via een 'Gezonsheidsverklaring' meldt bij het CBR. Het CBR zal dan uitspraak doen, al dan niet na het verkrijgen an nadere informatie, over de rijgeschiktheid. U kunt de patiënt erop wijzen dat hij als hij doorrijdt, terwijl hij niet langer rijgeschikt is, mogelijk niet is verzekerd bij een ongeluk en strafrechtelijk kan worden vervolgd. Als iemand zich niet meldt bij het CBR voor een herkeuring, kan dit dus forse consequenties hebben.

Valkuilen

De eisen voor rijgeschikt en rijongeschikt zijn ingewikkeld en worden regelmatig aangepast. Als u een patiënt advies geeft over de eigen rijgeschiktheid, weet dan wat de actuele eisen zijn. De eisen zijn neergelegd in de 'Regeling eisen geschiktheid 2000' (zie http://wetten.overheid.nl/BWBR0011362); deze zijn ook te vinden op de website van het CBR (www.cbr.nl, zoeken op 'artsen'). Bij twijfels kunt u natuurlijk ook advies vragen aan het CBR, zonder de naam van de betrokkene te noemen.

Als de patiënt weigert de auto te laten staan, is dat nog geen reden direct het CBR in te schakelen. Op grond van het zogeheten conflict van plichten is dat slechts als ultiem redmiddel toegestaan. U dienst eerst andere mogelijkheden te onderzoeken om de patiënt te stimuleren de auto te laten staan. 

Antwoord

Bij een patiënt die niet langer rijgeschikt is mag u in laatste instantie zonder toestemming van de patiënt het CBR inschakelen. Uw primaire plicht is het wijzen van de patiënt op de risico's, en aan te dringen op het aanvragen van een herkeuring. Als de patiënt niet direct genegen lijkt uw advies op te volgen, kunt u aandringen op een vervolggesprek op korte termijn, bijvoorbeeld met de familie erbij. U kunt dan ook het verzekeringsaspect en de strafrechtelijke aansprakelijkheid aan de orde stellen. Alleen wanneer dit alles geen effect heeft, mag u op grond van het conflict van plichten het CBR inschakelen. Laat u dat de patiënt zo mogelijk wel weten, want u doorbreekt uw beroepsgeheim.

De kans dat u als arts zelf aansprakelijk wordt gesteld als u een patiënt niet heeft gewaarschuwd voor gevaren op de weg die zich vervolgens openbaren, hangt af van de specifieke feiten en omstandigheden. Dit is reden temeer uw patiënt aan te spreken op rijgeschiktheidsgebreken.

Auteursinformatie

Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, departement Publiekrecht, Leiden.

Contact Prof.mr.dr. A.C. Hendriks, jurist (a.c.hendriks@law.leidenuniv.nl)

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Juridische vragen
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties