Artikel
Mensen en dieren moeten de aarde met elkaar delen, maar dieren delven in de onderlinge relatie vaak het onderspit. Zo kappen mensen bossen waarin dieren leven om ruimte te maken voor landbouw en veeteelt, verontreinigen ze het milieu, waardoor dieren worden vergiftigd, en veranderen ze het klimaat, waardoor hele diersoorten…




De belangen van onze niet menselijke mede-dieren
Geweldig dat de auteurs een voorstel doen hoe de belangen van dieren tegen die van mensen af te wegen en dit onderwerp aankaarten. In het Antropoceen, waarin menselijk handelen een enorme invloed heeft op dieren en ecosystemen, is dit binnen de gezondehidszorg nog nauwelijks onderwerp van discussie.
Hoewel de auteurs verschillende manieren bespreken om deze belangen tegen elkaar af te wegen, vraag ik mij af of we niet eerst moeten stilstaan bij de belangen van het dier zelf. Voordat we bepalen welk belang zwaarder weegt, zouden we immers moeten vaststellen aan welke minimale voorwaarden het welzijn van het dier moet voldoen. Alhoewel het slechts een basis is en hier ook nog veel aan tot te voegen is, bieden de vijf vrijheden van Brambell, die worden gebruikt als uitgangspunt voor dierenwelzijn, hiervoor een relevant kader: 1.Vrij van honger, dorst en ondervoeding, 2. Vrij van fysiek en fysiologisch ongerief, 3. vrij van pijn, verwondingen en ziekte, 4. Vrij van angst en chronische stress. 5.Vrij om natuurlijk gedrag te vertonen.
Wanneer ik de genoemde voorbeelden langs deze meetlat leg, is het voor dierproeven wellicht het meerst duidelijk. Bij dierproeven is het meestal onvermijdelijk dat dieren pijn, stress, ongemak en beperkingen in hun natuurlijke gedrag ervaren. Hooguit wordt aan vrijheid 1, het niet hebben van honger en dorst, voldaan.
Het derde voorbeeld beschrijft een andere situatie, voortkomend uit de bio-industrie. Hierbij had de oorspronkelijke situatie überhaupt niet mogen ontstaan. Hoe wegen we het leed dat al aanwezig is, zoals de geiten in overvolle veehouderijen, mee in onze afweging? En hoe verhouden we dit leed tot het korte leven dat de nog ongeboren mannelijke geiten anders zouden hebben gehad? Het voorkomen van toekomstig leed is relevant, maar mag er niet toe leiden dat bestaand dierenleed buiten beschouwing blijft of als vanzelfsprekend wordt geaccepteerd.
In het eerste voorbeeld lijkt mogelijk wel aan de vijf vrijheden van de individuele dieren te kunnen worden voldaan. Als het betreffende ecosysteem echter in gevaar komt, moeten we ook de gevolgen voor andere dieren en hun leefomgeving meewegen. Verstoring van een ecosysteem kan leiden tot voedseltekorten, ondervoeding en stress bij tal van dieren, verspreid over de gehele voedselketen. Daarmee wordt duidelijk dat we dierenwelzijn niet uitsluitend op individueel niveau kunnen beoordelen, maar ook de bredere ecologische gevolgen van ons handelen moeten meenemen.
We moeten op een andere manier gaan denken, waarbij de mens zichzelf niet langer als vanzelfsprekend middelpunt beschouwt. We maken deel uit van hetzelfde ecosysteem en zijn afhankelijk van de natuur en de andere levende wezens waarmee we deze planeet delen. De uitdaging is daarom niet alleen om de belangen van mens en dier tegen elkaar af te wegen, maar vooral om te onderzoeken hoe we kunnen samenleven met respect voor elkaars behoeften en grenzen.
Reactie op ingezonden brief A. Kwee
Wij danken collega Kwee voor de aanvullingen op ons artikel. Ons artikel heeft niet de bedoeling om algemene richtlijnen te geven voor de omgang van mensen met dieren, maar om een afwegingskader te geven voor situaties waarin concrete gezondheidsbelangen van mensen moeten worden afgewogen tegen die van dieren. Daarvoor is het – als onze aanpak wordt gevolgd – nodig om die belangen op dezelfde schaal te meten. Wij denken dat een samenvattende maat voor ‘welzijn’, zoals in ons voorstel, daarvoor een goede basis biedt. De vijf ‘vrijheden’ die collega Kwee noemt zijn daarvoor niet onmiddellijk geschikt, maar dat neemt niet weg dat ze, omdat ze ‘onderliggend’ zijn aan welzijn, wel degelijk een rol spelen in de afweging zoals wij die voorstellen. Dat er in de omgang van mensen met dieren nog andere ethische vraagstukken spelen, zoals rond het houden van dieren in de intensieve veehouderij, kunnen wij alleen maar onderschrijven. En inderdaad: idealiter zouden we een afwegingskader ontwikkelen dat ook bredere natuurwaarden en planetaire gezondheid omvat. We zien ons model als een belangrijke stap op weg naar dat ideaal.