Ziekenhuizen kampen al langer met anios-tekorten. Welke oplossingsgerichte initiatieven zijn er? Of moet de anios-structuur op de schop? Duidelijk is wel: de term ‘anios’ mag anders, en de mate van erkenning ook.
‘Ben je gelukkig?’ Het is 5 uur 's middags en cardiothoracaal chirurg Jesper Hjortnaes is al een paar uur bezig met een dissectieoperatie. Precies op het moment dat hij wil beginnen met het inhechten van de aortabuisprothese – de circulatie van de patiënt is tijdelijk stilgelegd, het lichaam sterk afgekoeld – stelt de aanwezige coassistent hem deze vraag. De OK-medewerkers houden hun adem in; deze vraag komt op…
Koester de anios en verbeter de sfeer
In dit mooie artikel, waarin vrijwel alle aspecten over de anios aan bod komen, mis ik het woord sfeer. Hjortnaes vindt de coassistent ‘dapper’, en even later zegt hij dat ze hem daarover durven te bevragen. Is de sfeer dan echt goed genoeg bij spreken over dapper en durven of speelt hiërarchie dan toch nog een te sfeerbepalende rol? Hjortnaes noemt zelf dat aiossen de hiërarchische ziekenhuiscultuur tegenstaat. Even verder refereert hij aan de noodzaak om tot een veiliger en gelijkwaardiger ziekenhuiscultuur te komen. Zonder daar op te willen afdingen begint dat naar mijn mening met een goede sfeer. Herinrichting van de anios-periode met een traineeship van 2 jaar roulerend tussen 3 of 4 specialismen vind ik heel nuttig ter voorbereiding op de opleiding tot medisch specialist. In die periode wordt duidelijk of en voor welke medisch specialistische opleiding de arts geschikt is. De arts verdient daarbij passende begeleiding en erkenning voor wat hij of zij doet en een acceptabele werk-privé balans om gelukkig te zijn en te blijven. Ook als de werk-privé balans op orde is, blijven en sfeer en veiligheid cruciaal: praat met elkaar ongeacht positie op de ladder; samen gaan we #vaniknaarwij (Broekman, Houwert en Kronenburg, januari 2026).
Dr A. Margriet Huisman, oud internist-reumatoloog, oud opleider reumatologie