Winti en psychiatrie.

Media
H.J.M. Stephen
M. Kabela
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1991;135:632
Download PDF

artikel

H.J.M.Stephen, Winti en psychiatrie. Geneeswijze als spiegel van een kultuur. 151 bl., fig., tabellen. Karnak, Amsterdam 1990. ISBN 90-6350-050-5. Prijs: ingen. ƒ 29,50.

Stephen, psychiatrisch verpleegkundige, heeft zijn boek voor zijn medecollega's bestemd, of aan zijn collega's gewijd. Hij beschrijft hier de Surinaamscreoolse winti-religie en geneeswijzen en omschrijft de relatie van winti met psychiatrische ziektebeelden.

Auteur verduidelijkt eerst wat winti is: niet slechts een Afro-Surinaamse religie, doch ook een creoolsSurinaamse leefwijze. Een grote groep van Surinamers in Nederland zou deze winti-cultus aanhangen. ‘Voor veel personen uit Suriname ligt het onderscheid tussen magisch denken, en ’normaal‘ denken veel minder scherp’, is Stephen's ervaring. Hij vergeet te vermelden dat dit waarschijnlijk vooral geldt voor mensen die afkomstig zijn uit het traditioneel Surinaamse platteland, en slechts voor een bepaalde groep van ‘Paramaribers’.

Het is een uiteenzetting ‘van binnen uit’ door een participerende gelovige, wat de authenticiteit ten goede komt, en een waarborg is voor kennis van zaken. Dit heeft natuurlijk ook zijn beperkingen. De lezer kan van de auteur dan ook niet tegelijkertijd voldoende afstand, onafhankelijkheid en een kritische kijk verlangen. Bij een wetenschappelijker benadering zou men bijv. niet beweren dat een in trance verkerende creool plotseling Frans spreekt, zelfs als dit de taal van zijn grootmoeder was, en de familieleden daarbij een vreemde lijkengeur bespeuren die aankondigt dat de geest zijn intrede doet (bl. 30-9). Cultuur en religie moeten echter een bepaald mysterieus aspect hebben, anders gaat hun specifieke charme verloren.

De schrijfstijl vertoont enkele mankementen zoals: ... ‘hetgeen bijna verkeerd aanpakt (namelijk een verkeerde behandeling) . . .’, doch soms ook minder juiste of ongelukkige inhoudelijke beweringen, zoals die dat ‘trance’ in de westerse wereld vaak ‘hypnose’ genoemd wordt (bl. 29), dat men in de westerse psychiatrie het verschijnsel ‘possessie’ kent (bl. 34), en de indeling van psychiatrische stoornissen in aan de ene kant ontwikkelingsstoornissen met afwijkend gedrag, en aan de andere kant decompensaties, d.w.z. het afknappen en gedrag ontwikkelen dat men hiervoor niet had.

Stephen heeft gelukkig ook ruime ervaring in de Nederlandse psychiatrie, en staat als psychiatrisch verpleegkundige voldoende met beide benen op de (vakkundige) grond. Hij is reëel genoeg, om bijv. aan te bevelen dat de psychiater allereerst de psychiatrische diagnose moet stellen, en daarbij zoveel mogelijk moet afzien van het feit dat de patiënt uit een andere cultuur komt. Pas in tweede instantie moet de psychiater er achter zien te komen, wat de patiënt en zijn familie er zelf van denken (bl. 21).

Voor zover ik begrepen heb, kan ook de auteur zelden duidelijk aangeven wanneer het gewenst is het psychisch storend beleven, denken en gedrag geheel vanuit het wintigeloof te verklaren en behandelen, en wanneer dit slechts of voornamelijk, vanuit de westerserationele geneeskunde moet geschieden, en in welke gevallen vanuit beide optieken behandeld moet worden. ‘Het hangt er maar vanaf, welke bril een mens op zijn neus heeft’, besluit Stephen wijselijk (bl. 94). ‘Mijn ervaring is, dat er vaak vaak sprake is van een wisselwerking, in die zin, dat het psychiatrisch ziektebeeld onder de invloed van het wintigeloof versterkt wordt’ (bl. 79).

Vooral in de psychiatrie is het voor de behandeling van belang, dat de patiënt de psychiater vertrouwt. Stephen benadrukt hier dat het vertrouwen alleen te winnen is, indien de therapeut bereid is de patiënt in zijn culturele eigenheid te accepteren (bl. 73). Uit het voorbeeld dat hij geeft, om dit te illustreren, krijg ik echter de indruk dat dit alleen gelukt is omdat de schrijver dezelfde culturele achtergrond heeft als de patiënt, zodat deze in hem gevoelens en verwachtingen van acceptatie, begrip, veiligheid, enz. kon projecteren.

De sterkte van het boekje zie ik in de nauwkeurige beschrijving van de gedachten en belevingswereld van een wintigelovige, de duidelijke informatie over de verscheidenheid van de rituelen, met behulp van welke de traditionele genezer de relatie van het slachtoffer met de (voorouder)geesten tracht te verbeteren, met als gevolg verdwijning van de lichamelijke klachten en het bereiken van geestelijke harmonie.

Het is voor de westerse psychiater nuttig te beseffen, dat bij traditioneel opgevoede creolen de symptomen van psychische stoornissen cultureel sterk gekleurd kunnen worden. Stephen is er goed in geslaagd aan te geven hoe dit kan gebeuren en wat de traditionele oplossingen zoal hiervoor zijn. Van de gevoeligheid en bereidheid van de Nederlandse psychiatrisch verpleegkundige of psychiater hangt verder af hoe hij met deze inzichten, bij de behandeling van zo'n patiënt, rekening houdt.

Gerelateerde artikelen

Reacties