Wie is auteur en waarom? Wordt het wetenschappelijk auteurschap herzien?

Opinie
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1998;142:2778-9
Abstract
Download PDF

Zie ook het artikel op bl. 2779.

De tijd dat wetenschappelijke artikelen en zeker boeken door één of hooguit enkele personen werden geschreven, lijkt voorgoed voorbij. De ontwikkelingen in de wetenschap en in de geneeskunde, maar ook in het wetenschappelijk publiceren zijn daarvoor de reden.1 Ook in dit tijdschrift is het aantal artikelen met 1 of 2 auteurs elke 5 jaar sinds 1974 met 50 gedaald en het aantal artikelen met 3 of meer auteurs navenant gestegen (J.H. Hoogeveen, schriftelijke mededeling, 1998). Vooral wegens ontdekte gevallen van wetenschappelijk wangedrag zijn ook tijdschriftredacties zich met het auteurschap gaan bezighouden. Het International Committee of Medical Journal Editors (de zogenaamde Vancouver-groep) heeft al in 1985 richtlijnen voor auteurschap opgesteld.2 Onder auspiciën van dit comité werd in 1996 een congres over het onderwerp georganiseerd in Nottingham (UK) en sindsdien hebben vele tijdschriften, met name Journal of the American Medical Association (JAMA), British Medical Journal (BMJ) en The Lancet, erover gepubliceerd. Ook is onderzoek verricht naar het totstandkomen van auteurschap en in deze tijdschriftaflevering treft u de resultaten aan van ons eigen onderzoek.3

De belangrijkste kritiek op het publiceren van auteursnamen zoals dat nu gebruikelijk is, is dat redacteuren, beoordelaars en ook lezers niet duidelijk wordt gemaakt wie voor de inhoud van een artikel verantwoordelijk en aanspreekbaar is of zijn. Hoe meer auteurs, hoe onduidelijker dat wordt. Voor alle 3 genoemde groepen is het van belang de bijdragen van de auteurs te kennen, in de eerste plaats voor de lezers. Discussie over hoe auteurschap totstandkomt, over hoe de volgorde van auteurs wordt bepaald en over wie uiteindelijk verantwoordelijk en aansprakelijk zijn voor de inhoud van een artikel hoort primair thuis bij twee belangengroepen: de onderzoekers of clinici die gaan publiceren en de subsidiegevers en bestuurders die de wetenschappelijke productie (moeten) meten om gelden voor nieuw onderzoek te verdelen en de ‘producenten’ te belonen. In dit spanningsveld heeft een groep tijdschriftredacteuren zich opgeworpen als intermediair, wordt verder onderzoek verricht en worden genoemde belangengroepen aangeschreven om hen op te roepen deze discussie aan te gaan.4 Tijdens het jaarcongres van het Council of Biology Editors in Montreal in 1999 zullen de eerste resultaten worden besproken.

Vooruitlopend op nadere resultaten, die ongetwijfeld nog geruime tijd op zich zullen laten wachten, is een aantal tijdschriftredacties (van JAMA, BMJ, The Lancet) begonnen de bijdrage van iedere auteur van een oorspronkelijk artikel aan het einde ervan specifiek te vermelden. Bij sommige tijdschriften wordt discussie gevoerd met de auteurs indien blijkt dat ten onrechte op het auteurschap aanspraak wordt gemaakt, bij andere wordt afgedrukt wat de auteurs hebben geantwoord op de vraag naar hun specifieke bijdrage aan het artikel. De mogelijkheid van een dankbetuiging is blijven bestaan, maar wordt gebruikt om de bijdrage te verantwoorden van hen die geen auteur zijn. Het bedanken voor secretariële hulp en dergelijke vallen daar niet onder.

Ook de hoofdredactie van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde wil in de loop van komend jaar de bijdrage van iedere auteur aan het totstandkomen van een oorspronkelijk artikel (de rubrieken ‘Oorspronkelijke stukken’, ‘Casuïstische mededelingen’, ‘Bijwerkingen van geneesmiddelen’, ‘Geschiedenis der geneeskunde’ en ‘Epidemiologische mededelingen’) expliciet gaan vermelden. Als proef zullen wij vanaf 1 januari 1999 bij aanvaarding van hun bijdrage auteurs verzoeken de vraag naar wat hun specifieke bijdrage was te beantwoorden. Verloopt dat bevredigend, dan zullen wij die gegevens ook publiceren op de manier zoals The Lancet dat doet: achteraan het artikel worden de antwoorden van de auteurs kort vermeld.

Het maximale aantal van 6 auteurs, dat arbitrair door de hoofdredactie is vastgesteld, zou bij deze methode kunnen vervallen, omdat de bijdragen van elke auteur worden vermeld. Bij artikelen in de overige rubrieken wordt de bijdrage van de auteurs niet expliciet vermeld en blijft het maximale aantal auteurs 6, mits redelijkheid in acht wordt genomen: een casuïstische mededeling over 1 patiënt van 6 auteurs komt ons nog steeds vreemd voor.

Literatuur
  1. Fye WB. Medical authorship: traditions, trends, andtribulations. Ann Intern Med 1990;113:317-25.

  2. International Committee of Medical Journal Editors.Uniform requirements for manuscripts submitted to biomedical journals. AnnIntern Med 1997;126:36-47.

  3. Hoen WP, Walvoort HC, Overbeke AJPM. Hoe komt auteurschaptot stand? Een onderzoek onder auteurs van het Nederlands Tijdschrift voorGeneeskunde. Ned Tijdschr Geneeskd1998;142:2779-84.

  4. Horton R. The unmasked carnival of sciencecommentary. Lancet 1998;351:688-9.

Gerelateerde artikelen

Reacties