Wie wil er nu eigenlijk dat er behandeld wordt?
Open

30-10-2014
Rembrant Aarts

Onderuitgezakt en vermoeid zit de patiënt tegenover ons. Vale spijkerbroek en oude gympen onder een zwart shirt en baseballpet. Zijn gedachten zijn duidelijk niet hier maar ergens anders. Waar zijn gedachten zijn, is ook na een gesprek met de hulp van een telefonische tolk die de Tigrinya-taal beheerst niet duidelijk. Soms vraagt hij waar zijn vader is. Het psychiatrische ziekte-inzicht en de behandelmotivatie op mijn polikliniek laten vaak te wensen over, zo ook bij deze man. De verwijsbrief verraadt hartverscheurend traumatisch onrecht, en er is sprake van een posttraumatische stressstoornis en fors gebruik van cannabis.

De behandelend psycholoog vraagt of ik meebeoordeel en er speelt van alles door mijn hoofd. Een ambitieuze collega met weinig ervaring wil natuurlijk behandelen en binnen het team laten zien dat die vervolgopleiding echt iets voor haar is. De maatschappelijke opvang voorziet mijn patiënt van een woning en leefgeld. De opvang is zo gemotiveerd dat ze de reiskosten voor mijn patiënt betalen en hun opvang koppelen aan onze behandeling. Staat mijn patiënt dan op straat als hij beslist om zijn seksueel trauma niet met ons te delen? Hopen ze dat hij opknapt en plaats maakt voor hoognodige nieuwe instroom? De advocaat van de patiënt is ook gemotiveerd en op zoek naar nieuwe juridische aanknopingspunten voor eventuele procedures. De Immigratie- en Naturalisatiedienst is zo betrokken dat ze iedere paar maanden vragen hoe het met mijn patiënt is. We besteden uren aan het verzorgen van medische correspondentie. De Dienst Terugkeer en Vertrek is ook gemotiveerd voor behandeling. Een succesvolle behandeling maakt een verplaatsbare patiënt.

Ik denk aan mijn ziekenhuis als doekje voor het bloeden van de samenleving. Snel schieten de meeste actuele mondiale crisisgebieden door mijn hoofd. Mijn patiënten brengen het in het hier en nu. Een doekje is voor dit wereldleed niet genoeg. Ik besef dat ik afdwaal en vraag mijn patiënt zijn pet af te doen en wat rechter te gaan zitten. Hij doet het niet. Mijn collega kijkt me wanhopig aan. Wie wil er nu eigenlijk dat er behandeld wordt?

Over de auteur: 

Rembrant Aarts is psychiater bij Equator Foundation in Diemen en tropenarts. Hij beschrijft in 4 weekboeken zijn ervaringen als jonge klare met de zorg voor uitgeprocedeerde asielzoekers met traumagerelateerde psychische klachten (r.aarts@arq.org).