Wat kun je tegen ebola beginnen?
Open

21-01-2015
Anneke de Kok-Quoi

We begonnen ons emmerproject met een klein team dat van huis tot huis informatie verstrekte over ebola. Iedereen kreeg een emmer die binnen een paar minuten werd gevuld met water en chloor. Een Nederlander die van zijn Amerikaanse werkgever verplicht Liberia moest verlaten, bracht de NOS in contact met ons. Toen ging het snel. Het verhaal van de emmers kwam in de publiciteit en honderden mensen begonnen ons te volgen op de Facebook-pagina van Manneka.

Maar opeens was daar het vreselijke nieuws dat onze vriend Moses Mamy was vermoord, terwijl hij met zijn team in Guinee voorlichting aan het geven was over ebola. Verschillende keren logeerde hij bij ons als hij zijn gasten ophaalde van het vliegveld buiten Monrovia; deze gasten kwamen voor een aantal weken werken in de Hope Clinic in Guinee. Uitgebreid praatten we met hem over de voordelen van de touwpomp, en we smeedden plannen om met elkaar een aantal dagen naar Guinee te komen om touwpompen te installeren op waterputten in dorpen rondom de Hope Clinic. 'Mambu, zou het iets zijn om met een paar WatSan-jongens (WatSan staat voor 'Water and Sanitation') uit Guinee naar Monrovia te komen, om ze in jullie tuin het vak van touwpompen maken te leren?' Ik hoor het Moses nog aan Mambu vragen. Vanwege de ebola-uitbraak in het grensgebied tussen Guinee en Liberia stelden we de plannen tijdelijk uit.

Begin september 2014 besloten we met ons emmerproject ook naar Peace Island te gaan, een eiland met duizenden inwoners dat vlak bij ons huis ligt, midden in het moeras. We hadden genoeg giften ontvangen om binnen een paar dagen elk huis en elke winkel, moskee en kerk van een emmer met chloor te voorzien. Een ingewikkeld plan, want het eiland staat bij veel politiebureaus bekend als probleemwijk. Er wonen veel ex-kindsoldaten, met ieder zijn eigen mentaliteit en omgangsvorm. 'Anneke, vertrouw op God!' zegt Mambu telkens. Deze tijden lijken veel op de 14-jarige burgeroorlog in Liberia, met het grote verschil dat je een kogel wel hoort aankomen, maar ebola niet. Op mijn verjaardag begonnen we met het uitdelen van emmers op het eiland. En dankzij een aantal elektronische thermometers die we kregen van het gezondheidszorgministerie, zetten we samen met de leiding op het eiland ook een controle- en handenwassenpost op, midden op de toegangsweg in het moeras.

Er werd flink wat gescholden: 'Wat doet dat apparaat vlak bij mijn hoofd, geven jullie me nu ebola?' De controlepost bewees zijn nut echter al binnen 24 uur: een vrouw met hoge koorts probeerde het eiland op te komen. De medewerkers bij het checkpoint belden de persoon naar wie zij toe wilde gaan. 'Mijn dochter? Nee, zij kan nooit bij het checkpoint staan. Ze heeft ebola en zit in het ebolacentrum bij John F. Kennedy Medical Center.' De dochter was uit dit centrum gevlucht.

Over de auteur: 

Anneke de Kok-Quoi woont en werkt sinds december 2003 in Liberia. In 2005 trouwde ze met Mambu Quoi, een waterputgraver. In 2008 startten ze samen de organisatie Manneka, die zich voornamelijk richt op het aanleggen en onderhouden van waterputten en latrines. Ook zijn zij actief op het gebied van ouderenzorg en kinder- en jeugdwerk. Tijdens de ebola-uitbraak delen Anneke en haar man plastic emmers met een kraantje uit, zodat Liberianen zonder stromend water hun handen kunnen wassen. En dat is essentieel in de strijd tegen ebola (anneke.mambu@gmail.com).