Was de uitbraak van Q-koorts een verrassing?

Perspectief
A.F. (Floor) Haalboom
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:D1786
Abstract

Samenvatting

De grootste uitbraak van Q-koorts ter wereld woedde in de jaren 2007-2010 in Nederland. De ziekte leek ons te overvallen. Duizenden mensen werden ziek, tientallen mensen stierven en er zijn tot op de dag van vandaag patiënten die lijden aan chronische Q-koorts. Uiteindelijk zijn tienduizenden drachtige geiten geruimd om te voorkomen dat de verwekker van Q-koorts, Coxiella burnetii, zich verder verspreidde. De uitbraak en haar gevolgen zinderen nu nog na in rechtszaken, de Brabantse provinciale politiek en rapporten van de nationale ombudsman. Hoe kon dit gebeuren? De meest gehoorde verklaring is dat dierenartsen en artsen niet goed met elkaar samenwerkten. Maar klopt deze analyse wel? Historisch onderzoek biedt een ander perspectief.

Auteursinformatie

UMC Utrecht, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnszorg, Utrecht.

Contact Drs. A.F. Haalboom, historica (tevens: Universiteit Utrecht, Descartes Centrum voor Wetenschapsgeschiedenis en -filosofie, en Erasmus MC, afd. Medische Geschiedenis, Rotterdam)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: de auteur ontving subsidies van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, van het Julius Centrum van het UMC Utrecht en van de ministeries van Economische Zaken en Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het onderzoek waarop dit artikel is gebaseerd. Een ICMJE-formulier met de belangenverklaring van de auteur is online beschikbaar bij dit artikel.

Auteur Belangenverstrengeling
A.F. (Floor) Haalboom ICMJE-formulier

Reacties

Rob
Man

14 augustus 2017 - 16:35

Bijzonder fraai en genuanceerd artikel waarvoor mijn complimenten. Met de kennis van het verleden is het interessant om de huidige hepatitis E epidemie tegen het licht te houden. Dezelfde spanningsvelden zijn herkenbaar: economische belangen en individuele versus collectieve gezondheidszorg.

Rob de Man, hoogleraar hepatologie