Volumesuppletie bij bloedingen: wees terughoudend
Open

Ter discussie
24-01-2011
Albertus J. Kooter, Sonja Zweegman en Yvo M. Smulders

Reacties (1)

Willem Zijlstra
21-02-2011 17:55

Volumesuppletie en hyperchloraemische acidose

In dit interessante en duidelijke artkel is de beschrijving van het ontstaan van de acidose, zoals gegeven in de Tabel, niet helemaal juist. Ongetwijfeld zal de verdunning door de vele infuusvloeistof via daling van de buffercapaciteit van de extracellulaire vloeistof de verdere ontwikkeling van de (metabole) acidose bevorderen, maar dit komt niet doordat het infuus NaCl bevat. Er worden dan namelijk evenveel sterke kationen als sterke anionen toegediend, zodat in de extracellulaire vloeistof het verschil in concentratie tussen sterke kationen en sterke anionen niet verandert en dus ook de concentratie van de bufferanionen constant blijft. De electroneutraliteit vereist immers dat de som van de concentraties van sterke anionen en bufferanionen gelijk is aan de concentratie van de kationen. Toediening van NaCl heeft geen invloed op de zuur-basebalans.
De bufferanionen (bicarbonaat, haemoglobinaat, fosfaat en albumine) worden wel de 'bufferbase' genoemd. Het baseoverschot, 'base excess', BE, is de verandering in bufferbase ten opzichte van een gekozen nulpunt. BE wordt door de meeste bloedgasautomaten gerapporteerd naast pH en pCO2. Bij een niet-respiratoire acidose is BE negatief.
Een hyperchloraemische acidose ontstaat wanneer chlorideionen worden toegediend met kationen die snel uit de extracellulaire vloeistof verdwijnen, zoals bijvoorbeeld bij toediening van NH4Cl het geval is. Dan stijgt de concentratie sterke anionen en de concentratie van de bufferanionen neemt evenveel af. De bloedgasautomaat signaleert dit als een lagere ('meer negatieve') BE.
 
Willem Zijlstra, emeritus hoogleraar RUG