Volledig herstel van depressie is eerder uitzondering dan regel*

De prognose van depressie voorbij diagnostische grenzen
Onderzoek
19-09-2018
Josine E. Verhoeven, Judith Verduijn, Robert A. Schoevers, Albert M. van Hemert, Aartjan T.F. Beekman en Brenda W.J.H. Penninx

Sinds de Duitse psychiater Emil Kraepelin in het begin van de vorige eeuw ‘depressie’ beschreef als een episodische stoornis,1 is dit de dominante opvatting. Observationeel onderzoek en interventiestudies met een relatief korte follow-upduur ondersteunen deze opvatting door te laten zien dat de meeste patiënten met een depressie opknappen en dat slechts een minderheid een chronisch beloop heeft.2,3

Samenvatting

Doel

Onderzoeken of het beloop van depressie verandert wanneer (a) de follow-upduur langer is, en (b) naast depressie successievelijk andere stemmingsstoornissen en angststoornissen, worden beschouwd als onderdeel van de uitkomstmaat.

Opzet

Longitudinale observationele cohortstudie.

Methode

Uit de ‘Nederlandse studie naar depressie en angst’ (NESDA) selecteerden we patiënten met een huidige depressie op de basismeting (n = 903) en met beschikbare gegevens van de 2-, 4- en/of 6-jaarsmeting. Aan de hand van de DSM-IV-diagnoses en gegevens uit het ‘Life chart interview’ deelden we de deelnemers in in één van de volgende vier beloopscategorieën: (1) hersteld (geen diagnose op de 2-jaarsmeting of daarna); (2) recidiverend zonder chronische episoden; (3) recidiverend met chronische episoden; of (4) consistent chronische depressie sinds de basismeting. We keken naar de verdeling van patiënten over de beloopscategorieën van een kortdurend, diagnostisch smal perspectief (over 2 jaar, alleen kijkend naar depressie) tot een langdurend, diagnostisch breed perspectief (over 6 jaar, kijkend naar depressie, dysthymie, hypomanie, manie en angst).

Resultaten

In het kortdurende, diagnostisch smalle perspectief was 58% van de deelnemers hersteld en voldeed 21% aan de criteria van een chronische episode. In het langdurende, diagnostisch brede perspectief daarentegen was maar 17% hersteld, terwijl 55% chronische episoden had.

Conclusie

Het volgen van patiënten met een depressie over een langere tijd en met een bredere uitkomstmaat (depressie en verwante psychische stoornissen in het stemmingsstoornisspectrum) laat zien dat het beloop van de depressie voor de meerderheid ongunstig en chronisch is. Het conceptualiseren van depressie als een afgebakende, episodische stoornis onderschat voor veel patiënten de ernst van het beloop en daarmee het type zorg dat geïndiceerd is.

Lees verder als abonnee

Doorlezen met Blendle

Word abonnee

  • wekelijks het papieren tijdschrift
  • online toegang tot alle artikelen
  • geaccrediteerde nascholing
Sluit een abonnement af

Registreer als abonnee