Verhoogde sterfte bij mannen met het insulineresistentiesyndroom

Onderzoek
M.M.C. Hovens
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2003;147:941-2
Download PDF

Het insulineresistentiesyndroom of metabool syndroom wordt gekarakteriseerd door een gestoord glucose- en insulinemetabolisme, dyslipidemie, overgewicht, vooral abdominale vetverdeling en hypertensie. Ondanks de stijgende prevalentie van het insulineresistentiesyndroom zijn er geen grote prospectieve populatiegebaseerde studies gedaan naar de hiermee verband houdende mortaliteit.

Lakka et al. hebben een prospectieve cohortstudie verricht onder 1209 Finse mannen in de leeftijd van 42-60 jaar.1 Bij aanvang hadden deze mannen geen hart- en vaatziekten, diabetes mellitus of een maligniteit. Voor het vaststellen van de aanwezigheid van het insulineresistentiesyndroom maakte men gebruik van de recent gepubliceerde richtlijnen van de WHO en die van een expertpanel van het ‘National cholesterol education program’ (NCEP).2 3 Deze zijn gebaseerd op het gelijktijdig aanwezig zijn van tenminste 3 van de volgende kenmerken: plasmaglucose: ? 6,1 mmol/l; serumtriglyceriden: ? 1,7 mmol/l; serum-HDL-cholesterol: ? 1,0 mmol/l; bloeddruk: ? 140/90 (WHO) of 130/85 mmHg (NCEP) en abdominale obesitas, gedefinieerd door tailleomtrek > 94-102 cm, middel-heupratio > 0,90 of een queteletindex ? 30 kg/m2. Als eindpunt koos men totale mortaliteit en mortaliteit ten gevolge van hart- en vaatziekten.

Afhankelijk van de gebruikte definitie was de prevalentie van het insulineresistentiesyndroom 8,8-14,3. Gedurende de 11,4 jaar follow-up overleden 109 mannen, van wie 46 aan hart- en vaatziekten. Na correctie voor de bekende cardiovasculaire risicofactoren was het relatief risico om te overlijden aan de gevolgen van hart- en vaatziekten bij mannen met het insulineresistentiesyndroom volgens de NCEP-definitie 2,9 tot 4,2. Gedefinieerd volgens de WHO-criteria bedroeg het relatief risico op overlijden aan hart- en vaatziekten 2,6 tot 3,0. Ook het relatief risico van totale mortaliteit was verhoogd bij mannen met het insulineresistentiesyndroom volgens de WHO: 1,9 tot 2,1. De spreiding in relatief risico bij de gebruikte criteria wordt verklaard door gebruik van verschillende grenswaarden voor tailleomtrek. Ook bij gebruik van de factoranalyse blijken mannen met metabole factoren in het hoogste kwartiel een verhoogd risico te hebben op overlijden.

Deze prospectieve studie laat duidelijk zien dat bij mannen met insulineresistentiesyndroom er sprake is van een verhoogde mortaliteit, met name aan hart- en vaatziekten. Gezien de sterk stijgende prevalentie van overgewicht in onze samenleving dient dit gegeven een extra stimulans te zijn voor preventieve maatregelen en leefstijlinterventies op bevolkingsniveau.

Literatuur
  1. Lakka H-M, Laaksonen DE, Lakka TA, Niskanen LK,Kumpusalo E, Tuomilehto J, et al. The metabolic syndrome and total andcardiovascular disease mortality in middle-aged men. JAMA2002;288:2709-16.

  2. Alberti KG, Zimmet PZ. Definition, diagnosis andclassification of diabetes mellitus and its complications. I. Diagnosis andclassification of diabetes mellitus provisional report of a WHO consultation.Diabet Med 1998;15:539-53.

  3. Executive summary of the third report of the nationalcholesterol education program (NCEP) expert panel on detection, evaluationand treatment of high blood cholesterol in adults (Adult treatment panelIII). JAMA 2001;285:2486-97.

Gerelateerde artikelen

Reacties