Verband tussen lage rugpijn en houdingsgewoonten bij vrouwen in Nederland en in Japan
Open

Onderzoek
30-12-1987
R.J. Schlemper, D. Kromhout en A.J. Verbout

Om de invloed van houdingsgewoonten op het vóórkomen van lage rugklachten te onderzoeken, werden 3 groepen vrouwen vergeleken: Nederlandse vrouwen, Japanse stadsvrouwen met een verwesterde levensstijl waarbij gebruik gemaakt wordt van stoelen, en Japanse plattelandsvrouwen die traditioneel op hun knieën op de grond zitten (seiza-houding). Voor dit onderzoek zijn steekproeven genomen, variërend van 116 tot 180 vrouwen van 35-45 jaar in Monster (Nederland), Fukuoka (Japanse stad) en Japanse plattelandsdorpjes; vervolgens werden vrouwen met rugbelastende arbeid uitgesloten. In Monster had 83 van de huisvrouwen (n = 94) rugklachten gehad, in Fukuoka 59 (n = 152) en in de Japanse plattelandsdorpjes 33 (n = 55). Rugklachten bleken positief gecorreleerd te zijn met rugbelastend werk (p < 0,05) en negatief met de mate waarin een traditionele Japanse levensstijl werd gevolgd (p = 0,012). Er is geen statistisch significant verband gevonden tussen enerzijds rugklachten en anderzijds lichaamslengte, lichaamsgewicht, overgewicht, kindertal, klagerig gedrag, huishoudelijk werk of pilgebruik.

Uit de resultaten van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat goede zitgewoonten zoals de seiza-houding, waarschijnlijk door een goede buik- en rugspierbalans, van belang kunnen zijn voor verminderd optreden van rugklachten.

Inleiding

INLEIDING

Lage rugpijn wordt vaak toegeschreven aan een combinatie van psychische problemen en een somatisch afwijkende rug.12 Voor een pijnloze functie van de rug wordt belang gehecht aan lichaamshouding en spierbalans.3-5 Sommigen menen dat vrouwen met lage rugpijn in meer dan de helft van de gevallen zwakke buikspieren hebben, waarbij door vooroverkantelen van het bekken rek ontstaat in de sacro-iliacale en iliolumbale ligamenten en een versterkte lendelordose.367

Er zijn aanwijzingen dat lage rugklachten in Japan minder voorkomen dan in westerse landen, zoals Nederland.8-10 Dit zou kunnen samenhangen met een verschil in houdingsgewoonten: traditionele Japanse vrouwen zitten op de grond in seiza-houding, dat wil zeggen op hun knieën (figuur 1); ook slapen zij op een deken op de grond, dus op een niet-meebuigende onderlaag. Japanners in de grote steden hebben ten dele de westerse gewoonten overgenomen om op stoelen te zitten en, soms, om in verende bedden met zachte matrassen te slapen. Vooral de traditionele manier van rechtop-zitten op de grond lijkt een goede balans van buik- en rugspieren te bevorderen.

De hypothese dat er een relatie bestaat tussen houdingsgewoonten en rugklachten zou worden ondersteund, indien bij verwesterde Japanners rugklachten meer zouden voorkomen dan bij traditionele Japanners, en bij Nederlanders nog meer dan bij verwesterde Japanners. Vergelijking tussen deze 3 groepen is alleen goed mogelijk als zij zo min mogelijk van elkaar verschillen wat andere factoren betreft, zoals leeftijd, beroep en geslacht. Om dit te onderzoeken, werd uit elk van de 3 populaties een steekproef van ruim 100 vrouwen van 35 tot 45 jaar genomen. Bij hen werd gevraagd naar de frequentie van eventueel opgetreden lumbosacrale insufficiëntie, lumbago, ischias en tevens van andere lichamelijke en psychosomatische klachten. Ook andere factoren die zouden kunnen samenhangen met rugklachten werden nagegaan, zoals werk, zwangerschappen, lengte, gewicht, lendelordose.351011

POPULATIES, CRITERIA EN METHODEN

In Nederland werd het onderzoek uitgevoerd in de gemeente Monster, in Japan in de stad Fukuoka en in plattelandsdorpjes behorend tot de gemeenten Yumesakicho, Ichikawacho en Yasutomicho. Door willekeurige steekproeven te nemen uit het bevolkingsregister werden per populatie 140-200 adressen verkregen van vrouwen tussen de 35 en 45 jaar, aan wie schriftelijk om medewerking aan een vraaggesprek werd verzocht.

Om onderscheid te kunnen maken tussen Japanners met een nog traditionele levensstijl op het platteland en verwesterde Japanners in de stad, werd de traditionele Japanner gedefinieerd als iemand die minstens 20 jaar van zijn leven thuis tijdens minstens 2 maaltijden per dag op de grond heeft gezeten en altijd op de grond heeft geslapen. Op het platteland werd bij 17 van de 186 ondervraagden het vraaggesprek niet vervolgd, omdat ze vaak gebruik maakten van stoelen.

Het weigeringspercentage was op het platteland 2, in Fukuoka 8 en in Monster 15. Van 28 maart tot 8 juni 1983 hebben in totaal 460 mensen hun medewerking verleend, van wie 164 op het platteland, 180 in Fukuoka en 116 in Monster. Alle personen werden geïnterviewd door de eerste auteur, die vloeiend Japans spreekt.

Ziektebeelden met lage rugpijn werden als volgt beschreven:

Lumbosacrale insufficiëntie: houdingsgebonden, tot de rug beperkte lokale pijn; moe of zwaar gevoel laag in de rug en pijn bij bepaalde bewegingen, zoals bukken en tillen, die weer snel verdwijnt.

Lumbago: dagenlang aanhoudende hevige rugpijn, verergerend bij bewegen van de rug, ook wel uitstraling naar bil of bovenbeen, zonder radiculaire prikkelingsverschijnselen.

Ischias: pijn die onder in de rug begint en in het verloop van de N. ischiadicus uitstraalt in één of beide benen, en die vaak kan worden opgewekt door lang staan en lopen of door hoesten, niezen of persen.

Aan de vrouwen werd gevraagd in hoeveel verschillende jaren van hun leven sinds hun 20e jaar zij een periode van zulke rugklachten hadden doorgemaakt. De ernst ervan werd uitgedrukt in een score, waarbij voor ieder levensjaar met één of meer perioden van lumbosacrale insufficiëntie 1 punt toegekend werd; voor ieder jaar met lumbago 2 punten en met ischias 4 punten. Zo werden 5 categorieën onderscheiden, namelijk:

– Score 0, nooit rugklachten of alleen tijdens zwangerschappen of in aansluiting van een ongeval.

– Score 1-4, zelden rugklachten: hoogstens eenmaal ischias of tweemaal lumbago of in hoogstens 4 levensjaren perioden met lumbosacrale insufficiëntie.

– Score 5-15, soms rugklachten: in 2 of 3 jaren een maand ischias of in 3-6 jaren een week lumbago of tijdens 5-12 jaren dagen met lumbosacrale insufficiëntie of combinaties hiervan.

– Score 16-40, vaak rugklachten: vanaf het 20e jaar vrijwel elk jaar perioden van lumbosacrale insufficiëntie of bovendien ook verscheidene perioden van lumbago of ischias.

– Score > 40, steeds rugklachten: gedurende circa 10 jaar ischias en meestal tevens enkele perioden lumbago en (of) vele jaren lumbosacrale insufficiëntie.

Ook naar hart-, ademhalings-, hoofdpijn- en maagdarmklachten werd gevraagd, waarvan het vóórkomen door de ondervraagden zelf gescoord werd op een schaal (1 = nooit, 2 = zelden, 3 = soms, 4 = vaak en 5 = steeds).

Verder werd geïnformeerd naar het beroep en het aantal uren per dag dat daarbij rugbelastend werk werd verricht. Zoals in andere onderzoeken al is aangetoond,3810 bleken ook bij de vrouwen van de 3 steekproeven rugklachten gecorreleerd te zijn met rugbelastend werk (p < 0,05; ?2-toets). Om te voorkomen dat door heterogeniteit van de steekproef een eventueel bestaande correlatie van lage rugklachten met nog een andere factor zou worden verlaagd, werd in de erdere analyse alleen gebruik gemaakt van de gegevens van de 301 vrouwen zonder rugbelastend werk, voor de eenvoud verder ‘huisvrouwen’ genoemd.

Er werd ook gevraagd naar het dagelijks aantal uren huishoudelijk werk aan het aanrecht, het kindertal als maat voor het aantal zwangerschappen en het gebruik van de anticonceptiepil, omdat wel verondersteld wordt dat oestrogenen de elasticiteit van de ligamenten verminderen.3

De volgende metingen werden verricht: het lichaamsgewicht, de lengte, de aanrechthoogte ten opzichte van de hoogte van de handen bij de staande vrouw met afhangende armen, en de mate van lendelordose; als maat voor lendelordose werd genomen de afstand in millimeters van de processus spinosus van de 3e lumbale wervel tot de rechte lijn tussen de processus spinosus van de 12e thoracale en de 1e sacrale wervel. Een te sterke lendelordose kan samenhangen met een te zeer gestrekte stand van de knieën. Als maat voor strekking van de knie werd de verhouding genomen van (1) de afstand van de hiel tot de plaats waar de knieholte geprojecteerd wordt op de voetzool en (2) de voetlengte (figuur 2). Deze verhouding, strekkingsquotiënt genoemd, werd bepaald voor de groepen vrouwen op het Japanse platteland en in Nederland.

RESULTATEN

In figuur 3 is de verdeling van lage rugklachten bij de 3 groepen vrouwen zonder rugbelastend werk weergegeven. Rugklachten kwamen bij de huisvrouwen op het Japanse platteland significant minder voor dan in de stad Fukuoka (p = 0,012; toets van Yates en Cochran) en in Fukuoka weer minder dan in Nederland (p < 0,001). In Monster had 83 van de huisvrouwen rugklachten gehad (waarbij de categorie ‘vaak rugklachten’ overheerste), in Fukuoka had 59 rugklachten (waarbij de categorie ‘zelden’ de grootste was) en op het platteland van Japan slechts 33. Het percentage huisvrouwen dat ooit lumbosacrale insufficiëntie ervaren had, was in Monster 68, in Fukuoka 55 en op het Japanse platteland 30. Voor lumbago waren deze percentages respectievelijk 22, 12 en 5 en voor ischias 22, 6 en 2.

In figuur 4 is ook voor andere lichamelijke klachten weergegeven welke percentage huisvrouwen aangaf er ooit last van te hebben. De verschillen tussen de 3 groepen huisvrouwen in vóórkomen van hart-, ademhalingsof hoofdpijnklachten bleken niet significant te zijn (toets van Yates en Cochran). Alleen maag-darmklachten kwamen in Fukuoka meer voor dan in Monster (p < 0,001). Voor Fukuoka gold bovendien dat vrouwen met een hogere rugklachtenscore ook meer maag-darmklachten hadden (p = 0,007; toets van Kruskal en Wallis). Daarentegen was er geen verschil in het vóórkomen van hart-, ademhalings- of hoofdpijnklachten tussen de vrouwen ingedeeld naar de mate van lage rugpijn. Dat er juist in Nederland zoveel meer rugklachten waren dan in Japan, en in Fukuoka meer dan op het Japanse platteland, lijkt dus niet te berusten op een verschil in het vóórkomen van spanningsgevoelige klachten of klagerig gedrag in het algemeen.

In de tabel zijn voor de 3 groepen huisvrouwen de gemiddelde leeftijd, het gemiddelde aantal kinderen en enkele antropometrische gegevens weergegeven. Ten aanzien van de leeftijd en het kindertal toonden de groepen geen statistisch significante verschillen. Wel waren de Nederlandse vrouwen langer en zwaarder dan de Japanse en bleken de huisvrouwen in Fukuoka minder dik (zie de Quetelet-index) te zijn dan op het Japanse platteland of in Nederland (p < 0,001; enkelvoudige variantie-analyse), maar binnen elk van de 3 groepen bleken vrouwen met veel lage rugklachten niet langer, zwaarder of dikker te zijn dan vrouwen met weinig rugklachten.

Nederlandse huisvrouwen stonden met 1¾ uur per dag gemiddeld een uur korter aan een iets beter aan hun lengte aangepast aanrecht dan Japanse huisvrouwen. Nederlanders verrichtten dus de rug minder belastend huishoudelijk werk aan het aanrecht dan Japanners. Gebruik van de anticonceptiepil bleek evenmin gerelateerd te zijn aan rugklachten.

Bij Nederlanders bestond er een samenhang tussen de wijze van staan en het bestaan van rugklachten. Bij Nederlandse vrouwen met een hoge score van lage rugklachten waren de knieën significant meer gestrekt dan bij degenen met een lage score (p = 0,024; enkelvoudige variantie-analyse). Naarmate de knieën meer gestrekt waren, leek ook de lendelordose sterker te zijn, maar dit was niet significant (correlatie-coëfficiënt = 0,20; p = 0,15).

BESCHOUWING

Hoewel het verband tussen rugklachten en extreme houdingen bij sommige beroepen al meermalen is onderzocht, is er nog weinig onderzoek verricht naar lage rugpijn en de gebruikelijke dagelijkse houding.3810

De 3 groepen van, in totaal 301, vrouwen zonder rugbelastend werk verschilden onderling kenmerkend in dagelijkse houdingsgewoonten. Terwijl op het platteland alle Japanners vaker op de grond, op hun knieën, hadden gezeten tijdens de maaltijden dan in een stoel, gold dit voor mensen in de Japanse stad nog maar in ruim de helft van de gevallen en voor de Nederlanders uiteraard in het geheel niet. Het onderzoek bevestigt dus dat goede houdingsgewoonten, zoals de seiza-houding, van belang kunnen zijn voor het minder vaak optreden van lage rugklachten. Door veel gebruik te maken van stoelen met rugleuning worden de buikspieren vaak niet meer aangespannen. Wanneer men op zijn knieën op de grond zit, worden om de rug recht te houden de buikspieren licht aangespannen. Goed ontwikkelde buikspieren zullen de statische verhoudingen in de rug gunstig beïnvloeden: terwijl ten eerste een sterke lendelordose voorkómen wordt, zal in de tweede plaats de wervelkolom ook minder belast worden, doordat stevige buikspieren ervoor zorgen dat de buik een deel van de last kan dragen.12 Deze beide factoren leiden tot minder rekking van de ligamenten en een minder extreme stand van de wervelgewrichten, dus tot een kleiner kans op lage rugklachten.3

Ook de dagelijkse manier van liggen (slapen op de grond, zoals de meeste Japanners doen) en de manier van staan kunnen bijdragen aan de ongestoorde functie van de rug. De toename van lendelordose en een te zeer gestrekt-zijn van de knieën zouden een uiting van emotionele gespannenheid kunnen zijn. Aangezien bij Nederlanders een relatie werd gevonden tussen strekkingsquotiënt van de knieën en rugklachten, lijkt het zinvol hiemaar verder onderzoek te doen.

Men kan verwachten dat bij vergelijking van mensen uit 2 culturen, die ook in andere opzichten dan houdingsgewoonten veel van elkaar verschillen, zoals in voeding, gedrag, sociale instelling en gevoelens, er veel verschillen in ziektepatronen zullen zijn. Des te opmerkelijker is het dan ook, dat van de onderzochte lichamelijke klachten alleen de lage rugklachten in Japan veel minder voorkomen dan in Nederland, terwijl hoofdpijn-, maag-darm-, ademhalings- en hartklachten in beide landen nauwelijks in frequentie blijken te verschillen. Dat er in Fukuoka meer maag-darmklachten voorkomen dan in Monster, zou met een verschil in eetgewoonten kunnen samenhangen. Ook al is theoretisch denkbaar dat het in verschillende culturen in verschillende mate respectabel is te klagen over een bepaalde aandoening, dan nog blijft een opvallend feit dat er binnen dezelfde Japanse cultuur een zo groot verschil in vóórkomen van lage rugklachten bestaat, afhankelijk van de mate waarin de mensen gebruik maken van stoelen en bedden.

Men zou kunnen menen dat Japanners (vooral op het platteland) misschien emotioneel stabieler of minder onderhevig aan psychische stress zijn, waardoor zij minder psychosomatische klachten, waaronder lage rugklachten, zouden kunnen hebben. Een aanwijzing hiervoor zou kunnen zijn dat in Japan het ziekteverzuim op het werk minder is dan in Nederland. Het is echter onwaarschijnlijk dat in een gebied waar veel emotioneel gespannen mensen zijn, dit zich alleen zou uiten in een hogere frequentie van rugklachten, zonder dat er eveneens meer andere klachten, zoals hoofdpijn en buikpijn voorkomen. Wel zal bij mensen met een door verkeerde houdingsgewoonten verzwakte rug emotionele spanning eerder aanleiding geven tot lage rugklachten dan bij mensen met een goede houding en een gezonde rug.

Gezien het schrikbarend veel voorkomen van lage rugklachten bij Nederlandse huisvrouwen, lijkt het zinvol ter preventie aandacht te besteden aan de houdingsgewoonten. Dit onderzoek bevestigt het belang van de wijze van liggen (slapen op een niet meebuigende onderlaag), zitten (goede spierbalans in plaats van leunen) en staan (geen gespannen houding met te zeer gestrekte knieën).

Literatuur

  1. Kingma MJ. Rugpijn.Ned Tijdschr Geneeskd1961; 115: 1405-9.

  2. Weijel JA. De psychische factor bij lage rugpijn.Ned Tijdschr Geneeskd1967; 111: 1632-4.

  3. Evans DP. Backache: its evolution and conservativetreatment. 1st ed. Lancaster: MTP Press Ltd, 1982.

  4. Koekenberg L. Lage rugpijn. Huisarts Wet 1971; 14:265-70.

  5. Kingma MJ, Verjaal A, Weijel JA. Rugpijn. 3rd ed. Utrecht:Bohn, Scheltema & Holkema, 1985.

  6. Hirsch CJ, Jonsson B, Lewin T. Low-back symptoms in aSwedish female population. Clin Orthop 1969; 63: 171-6.

  7. Howes RJ, Isdale IC. The loose back: an unrecognizedsyndrome. Rheum Phys Med 1971; 11: 72-7.

  8. Kamata T. Saikin ni okeru yotsushikkan no keiko to taisaku(Recent trend of low-back pain and countermeasures). Nihon iji shinpo (JpnMed J) 1979; 2871: 31-4.

  9. Oliemans AP. Lage rugpijn in de huisartsenpraktijk. NedTijdschr Fysiotherapie 1980; 3: 91-3.

  10. Frymoyer JW, Pope MH, Costanza MC, Rosen JC, Goggin JE,Wilder DG. Epidemiologic studies of low-back pain. Spine 1980; 5:419-23.

  11. Rens TJG van. Lage rugklachten en lumbosacraleinstabiliteit. Ned Tijdschr Fysiotherapie 1980; 3: 74-81.

  12. Bartelink DL. The role of abdominal pressure in relievingthe pressure on the lumbar intervertebral discs. J Bone Jt Surg 1957; 39:718-25.