Transplantatie van cellen naar de hersenen bij de behandeling van de ziekte van Parkinson

Opinie
J. van Manen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1989;133:428-30

De behandeling van de ziekte van Parkinson is door de ontwikkeling van de orale levodopa-therapie sterk verbeterd. Na toepassing hiervan gedurende een aantal jaren wordt het echter in een deel van de gevallen steeds moeilijker een bevredigend constant therapeutisch effect te verkrijgen. De werkingsduur van een toegediende dosis levodopa neemt af, zodat in de periode tussen de giften het effect minder wordt. Tevens treden bij tevoren adequaat werkende hoeveelheden overdoseringsverschijnselen op in de zin van dyskinesieën en psychosen. Tenslotte kan het nuttig effect van de therapie onverwacht gaan uitvallen, zodat nu eens wel en dan weer geen effect wordt verkregen. Hoewel de omvang van deze problemen door de grote aandacht die deze in de literatuur krijgen, overschat dreigt te worden, is een regulering van de levodopa-therapie voor veel patiënten toch op den duur zeer belastend.

De transplantatie in de hersenen van cellen die neurotransmitters en hormonen produceren, is de laatste…

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum, afd. Neurologie, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam.

Dr.J.van Manen, neuroloog.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Groningen, maart 1989,

Met interesse lazen wij dit artikel van Van Manen (1989;428-30). Gaarne willen wij hierbij enige kanttekeningen plaatsen.

Allereerst stelde Van Manen dat de optimale leeftijd van humaan foetaal weefsel 8-12 weken is. Om praktische redenen (de meest geprovoceerde abortussen vinden plaats bij amenorroeduur van 8-12 weken) is tot nu toe de meeste ervaring opgedaan met foetaal materiaal van die leeftijd. Dit geeft echter nog geen zekerheid over de optimale gestatieduur. Zo heeft Hitchcock met foetaal materiaal van 16 weken goede resultaten gemeld (Hitchcock ER, 1988; persoonlijke mededeling). Wij denken dat nader onderzoek naar de optimale leeftijd noodzakelijk is. Gesteld werd verder dat het vermeerderen van foetale dopaminerge cellen door kweken niet mogelijk zal zijn. In Groningen wordt sinds ruim 1 jaar voorbereidend dierexperimenteel onderzoek naar de mogelijkheid van het transplanteren van foetale substantia nigra-cellen bij patiënten met de ziekte van Parkinson verricht. Daarbij hebben wij ons in het bijzonder gericht op het kweken van foetale dopaminerge cellen. Met dergelijke cellen van ratten-foetussen hebben wij inmiddels enige ervaring opgedaan. Het is daaruit gebleken dat kweken van deze cellen wel degelijk mogelijk is.

De resultaten van de tot nu toe verrichte transplantaties zijn inderdaad nog onzeker. Toch zijn wij wat betreft de mogelijkheid van transplantatie van humane foetale dopaminerge cellen optimistischer gestemd dan Van Manen. De gegevens uit de literatuur overziend, vinden wij het onwaarschijnlijk dat de tot nu toe geboekte resultaten alleen gebaseerd zouden zijn op placebo-effect, resultaten van fysiotherapie, e.d. Bij dierexperimenteel onderzoek is immers gebleken dat er wel degelijk uitgroei en synapsvorming optreden en ook dat de geïmplanteerde dopaminerge cellen waarschijnlijk een fysiologische afgifte hebben.12

Wat de ethische discussie betreft zouden wij willen opmerken dat verwantschap tussen donormoeder en ontvanger van het transplantaat a priori uitgesloten moet zijn. Dit zou immers kunnen leiden tot de ethisch onaanvaardbare situatie dat zwangerschap optreedt uitsluitend t.b.v. donorschap. Bovendien lijkt verwantschap medisch niet noodzakelijk, gezien de geprivilegieerde immunologische omstandigheden in de hersenen. Over de levensvatbaarheid van de foetus hoeft niet getwijfeld te worden, zolang er gewerkt wordt met door middel van zuigcurettage verkregen materiaal, daar dit altijd gefragmenteerd is. Overigens zullen de ethische problemen wellicht kleiner worden wanneer het inderdaad mogelijk blijkt om humane foetale mesencefale cellen te kweken, zodat de beschikbaarheid van foetaal dopaminerg materiaal losgekoppeld wordt van de transplantatie-procedure.

De oproep tot terughoudendheid bij nieuw patiënt-gebonden experimenten onderschrijven wij volledig. Gezien het feit dat er echter nog vele vragen zijn over de kwaliteit van de transplantaten en de technieken zoals die tot nu toe bij patiënten zijn gebruikt, en er tevens voorbereidend (dier)experimenteel onderzoek gaande is naar verbetering hiervan, lijkt uitsluitend wachten op de resultaten van tot nu toe geopereerde patiënten niet zinvol.

R.I. Hogenesch
A.L. Staal-Schreinemachers
M.J. Staal
Literatuur
  1. Brundin P, Strecker RE, Lindvall O, et al. Experimental basis for clinical trials in patients with Parkinson's disease. In: Azmitia EC, Björkland A, eds. Cell and tissue transplantation into the adult brain. New York: The New York Academy of Sciences, 1987: 473-95.

  2. Strecker RE, Sharp T, Brundin P, Zetterström T, Ungerstedt U, Björklung A. Autoregulation of dopamine release and metabolism by intrastratial nigral grafts as revealed by intracerebral dialysis. Neuroscience 1987; 22: 169-78.

Amsterdam, maart 1989,

Naar aanleiding van de kanttekeningen van HogenEsch, Staal-Schreinemachers en Staal, wil ik vermelden dat de genoemde optimale leeftijd van humaan foetaal weefsel van 8-12 weken stamt uit de gebruikte literatuur. Dit probleem is echter nog zo zeer in onderzoek dat de genoemde termijn nog best zou kunnen veranderen nadat de kennis hieromtrent na verdere experimenten is uitgebreid.

Wat het kweken van foetale dopamine-producerende cellen betreft, zou ik willen stellen dat, voor zover mij bekend, het tot nu toe niet gelukt is gedifferentieerde neuronen door kweken te vermeerderen. Het lijkt mij tenslotte ongewenst op grond van de huidige experimentele gegevens nieuwe operaties bij de mens te verrichten en ook niet de deur hiervoor op een kier te zetten. Het lijkt erop dat het gemakkelijker is operaties bij de mens te verrichten dan om de middelen en faciliteiten hiervoor voor proefdieren uit de reeks der primaten te realiseren. Het ziet er nl. naar uit dat thans mondiaal reeds meer mensen aan een dergelijke operatie onderworpen zijn dan proefdieren uit de reeks der primaten, hetgeen mij als een ongewenste ontwikkeling voorkomt in deze nog zo onzekere materie.

J. van Manen